Er zijn in de loop der jaren tientallen games verschenen waarin je de kans kreeg om Rome, of andere steden uit de oudheid, van de grond af opnieuw op te bouwen. De Caesar-reeks van Impressions is daarvan waarschijnlijk de meest memorabele. Het toeval wil dat het team achter CivCity: Rome voor een groot deel bestaat uit mensen die voorheen aan Caesar gewerkt hebben. Alvast een sterke troef om op te vallen tussen alle Rome-games die de markt overspoelen, zoals Glory of the Roman Empire, Heart of Empire: Rome en niet te vergeten Caesar IV.

Met CivCity: Rome is ervoor gekozen om terug te gaan naar de kern van waar het in stedenbouwgames om gaat: het plaatsen van gebouwen. Je zult in het spel slechts minimaal worden overdonderd met statistiekjes, getalletjes en grafiekjes. De problematiek in je stad zal zichtbaar zijn je stad zelf, en ook op te lossen zijn door veranderingen aan te brengen in deze stad. Althans, dat is de premisse, want in de praktijk pakt CivCity: Rome helaas iets minder intuïtief uit dan ons beloofd wordt.

  

In CivCity: Rome is er eigenlijk maar één echte grondstof en dat is geld. Geld wordt gebruikt om gebouwen mee te plaatsen en om lonen van je werkers mee uit te betalen. Inkomsten krijg je voornamelijk via belastingen en handel. De hoogte van de belastingsinkomsten zijn afhankelijk van het welvaartsniveau van je stad. Hoe meer luxe je stedelingen tot hun beschikking hebben, hoe duurder ze zullen gaan wonen en hoe meer geld ze in het laatje brengen.

 

De hele uitdaging van het spel komt vooruit uit het verzorgen van meer luxe voor je stedelingen. Elk huisje heeft bepaalde faciliteiten nodig, om in welvaartsniveau te stijgen. Deze faciliteiten moeten binnen een bepaalde straal rond het huis beschikbaar zijn. Een krot zal alleen water nodig hebben, om in een schamel hutje te veranderen. Later zul je voor olijfolie, toga’s en bedden moeten zorgen. Naarmate het welvaartsniveau stijgt, worden de wensen van je inwoners hoger en de faciliteiten die je moet voorzien duurder: van tempels tot bibliotheken, aquaducten, scholen en theaters. Een aantal van deze gebouwen vergen overigens ook andere gebouwen om te functioneren. Zo zal je voor de behoefte aan brood, niet alleen een bakker, maar ook een molen en een graanboerderij moeten plaatsen.

 

Deze opzet klinkt aanvankelijk interessant, omdat je zo langzaam je stad ziet groeien in welvaart, naarmate je meer huizen voorziet in hun behoeftes. Toch loopt het allemaal een beetje spaak naarmate het spel vordert. Door de beperkte cirkel waarin de faciliteiten rond de huizen geplaatst moeten worden, is het namelijk erg moeilijk om elk huis in zijn behoeftes te voorzien. Een gebouw hoeft maar iets buiten de cirkel te staan, en je inwoners weten het al niet te vinden. Het uitplannen van de plaatsing van je gebouwen wordt hierdoor aanvankelijk een crime, en na enige oefening een routineklusje, in plaats van dat je lekker je creativiteit kwijt kunt in je stadje.

Een ander euvel in het economische systeem van CivCity: Rome is het voedsel. Inwoners moeten namelijk, los van hun behoefte aan onderdak en de bijbehorende luxewensen, ook nog eens gevoerd worden. En ze eten veel, heel veel. Voor een minuscuul klein dorpje, heb je al enorm veel boerderijen nodig om alle mondjes te vullen. Je zult op den duur dan ook helemaal gek worden van de commentaarstem die je op de hoogte brengt van het feit dat het eten in je ‘granary’ bijna of helemaal op is.

CivCity: Rome draagt zijn titel niet zonder reden. Met CivCity wordt duidelijk verwezen naar de Civilization-reeks en ontwikkelaar FireFly (bekend van Stronghold) werd tijdens de ontwikkeling dan ook bijgestaan door de mannen van Firaxis. Het idee is dat je in CivCity één van de steden van Civilization onderhoudt, alsof je inzoomt op een klein onderdeel van dat spel. Hoewel er wel enkele verwijzingen zijn te vinden naar de klassieke gamereeks van Sid Meier, onder andere in de onderzoeksboom en de naamgeving van de gebouwen, zijn de overeenkomsten met Civilization minimaal. Zo is de handel met andere steden bijzonder beperkt en is er nauwelijks oorlogsvoering in het spel aanwezig. Aan het verslavingsgehalte en de genialiteit van Civilization, kan CivCity: Rome in de verste verte niet tippen. 

 

Wat ook enigszins mist in CivCity: Rome is de levendigheid, het bruisende van je stad. Ondanks dat er zogenaamd tienduizend mensen in je stad zouden moeten wonen, loopt er maar een enkeling over de straten. Het spel geeft je daarnaast ook niet echt het gevoel dat de zon schijnt, alles ziet er grauw en kaal uit. Ook het geluid levert hieraan geen bijdrage, want op een sporadisch geluidje van één van je gebouwen na, is de stad angstvallig stil. De muziek die zo nu en dan opspeelt, is overigens wel prachtig.