De Assassin’s Creed-reeks heeft langzaam zijn vorm gevonden. Het eerste deel legde een geweldige basis qua technologie, maar schoot nog wat tekort in de gameplay. Assassin’s Creed 2 maakte dat ruimschoots goed met meer variatie in missies en betere gevechten. Met Assassin’s Creed: Brotherhood doet Ubisoft hier nog een schepje bovenop. Vrijwel alles wat al in het tweede deel zat is opnieuw aanwezig, met daarbovenop een hele rits nieuwe spelmogelijkheden die ervoor zorgen dat je jezelf in het uitgestrekte Rome geen seconde hoeft te vervelen.

We spelen opnieuw als Ezio met de lange achternaam, de held uit Assassin’s Creed 2. Het verhaal begint precies daar waar dat deel ons achterliet. Gelukkig heeft Ubisoft gedacht aan de mensen die de eerdere spellen niet (volledig) gespeeld hebben en aan de mensen zonder fotografisch geheugen, want het spel begint met een korte samenvatting van het volledige verhaal. En dat mag ook wel, want na twee delen begint Assassin’s Creed behoorlijk complex te worden. Het gaat enerzijds om het verhaal van een machtsstrijd in Rome tijdens het begin van de renaissance en anderzijds het verhaal van Desmond Miles, die de herinneringen van zijn voorvaderen opnieuw meemaakt om zo een machtstrijd in het heden te beslechten.

Rome

Waar je in eerdere Assassin’s Creed-games meerdere steden kon verkennen, speelt Brotherhood zich bijna volledig af in Rome. Maar deze stad is dan ook minstens zo groot als de losse steden uit de eerdere delen bij elkaar. Binnen de stadsmuren van Rome vind je naast dichtbebouwde wijken met smalle steegjes, trappetjes, winkeltjes en nauwe onderdoorgangen, gelukkig ook uitgestrekte weilanden vol boerderijen, aquaducten, kleine forten en monumenten. Rome is zo uitgestrekt dat je je binnen de stad het best met een paard verplaatst, of via het ondergrondse tunnelsysteem dat je naar eerder bezochte (en veroverde) locaties op de kaart laat reizen.

Te voet kan natuurlijk ook, Ezio klautert moeiteloos over elk obstakel, maar om zo de hele stad te doorkruisen ben je toch snel twintig minuten zoet. En in de praktijk veel langer. Want onderweg naar je doel kom je veel andere activiteiten tegen die je aandacht trekken. Er zijn zijmissies, gebouwen om te renoveren, verborgen voorwerpen om te bemachtigen en geheimen om te ontrafelen. Door de enorme keuze en diversiteit aan activiteiten verveelt Brotherhood niet snel. De meeste games leg je na een tijdje aan de kant om iets anders te doen, zeker als je even geen zin hebt in de eerstvolgende missie. In Brotherhood vind je altijd wel wat te doen.

Missies

Ook de missies zelf in Brotherhood zijn gevarieerder dan voorheen. Actie, stealth en platformen wisselen elkaar moeiteloos af. Via de hoofdmissies wordt niet alleen het verhaal verteld, maar worden ook op een zeer natuurlijke manier de verschillende spelelementen geïntroduceerd. De missies volgen vaak een bepaald patroon, afhankelijk van wie ze afkomen. Zo zijn de missies rond Leonardo Da Vinci zeer actierijk en mag je telkens experimenteren met één van zijn uitvindingen om die vervolgens eigenhandig te vernietigen. Zo voorkom je namelijk dat de tegenstander met het te geavanceerde oorlogstuig aan de haal gaat. De missies waarin je naar de altaars van Romulus op zoek gaat, zijn juist meer op platformen gericht en hebben soms wel wat weg van Tomb Raider.

Soms is het wel wat onduidelijk wat het spel gedurende een missie precies van je verwacht. Wanneer iemand geschaduwd moet worden, dien je bijvoorbeeld niet te dicht in de buurt te komen, maar ook niet te ver achterop te raken. Wanneer je denkt een goed uitkijkpunt te hebben om vandaar je doelwit te volgen, geeft het spel toch plotseling aan dat je te ver weg bent en moet je de missie opnieuw starten. Op andere momenten gaat het spel pas verder wanneer je voor je gevoel veel te dicht in de buurt komt. Assassin’s Creed komt hier deels handig mee weg doordat je herinneringen moet naspelen zoals ze gebeurd zijn, maar het levert soms een wat rommelig en onafgewerkt spelbeeld op. Ondanks het vrije karakter van het spel heb je soms te veel het gevoel dat je een vooropgezet stramien moet volgen.

Broederschap

In Assassin’s Creed II stond je er niet meer alleen voor. Je kon bijvoorbeeld een beroep doen op courtisanes (een soort hoeren voor de elite) om wachters af te leiden of je te assisteren in de gevechten. Brotherhood gaat een stapje verder. Je kunt nu ook sluipmoordenaars rekruteren en opleiden voor je eigen broederschap. Deze sluipmoordenaars kun je vervolgens op elk moment met één druk op de knop oproepen. Terwijl zij je doelwit ombrengen, kun je jezelf verscholen houden. Je sluipmoordenaars leid je op door ze op missies te sturen door heel Europa. Ze zijn dan tijdelijk niet beschikbaar, maar komen wel terug met meer ervaring en nieuwe vaardigheden. In de praktijk speelt dit onderdeel zich met name in menusystemen af, buiten wat tekst zul je van die missies zelf niets meemaken.

Ondanks de vele verbeteringen zijn er echter ook wat foutjes die nog steeds niet helemaal zijn weggewerkt. De besturing heeft bijvoorbeeld nog steeds zijn oneffenheidjes. Het klimmen en klauteren gaat meestal bijzonder soepel, maar sprongen naar de overkant wanneer je aan een richel hangt, gaan vaker fout dan goed. Ook op grafisch vlak is het spel vrij wisselvallig. De kleine steegjes en gebouwen zijn erg mooi, maar het weidsere gebied binnen Rome oogt wat kaal en flets. De omringende stadsmuur is bovendien een groot grijs betonblok die uit de toon valt bij de rest van de spelwereld.

Multiplayer

De grootste vernieuwing ten opzichte van het tweede deel is de multiplayermodus, die Ubisoft bijzonder origineel heeft aangepakt. Geheel in de stijl van de singleplayer staan sluipen en opgaan in de menigte centraal in de multiplayermodus. In de standaard ‘free for all’-modus krijgt elke speler één doelwit toegewezen die hij moet vermoorden. Dit doelwit is uiteraard één van de andere spelers. Een radar onder in beeld geeft aan waar dit doelwit zich ongeveer bevindt, maar wijst hem niet exact aan. Ter plekke zul je in de menigte die gevuld wordt door computergestuurde burgers je doelwit moeten vinden.

Het probleem is echter dat er onschuldige burgers rondlopen die er precies zo uitzien als je doelwit. Een slimme speler zal zijn gedragingen aanpassen zodat hij niet te onderscheiden is van een computergestuurde tegenstander. Wie als een gek over de daken rent, wordt namelijk al snel opgemerkt door zijn opponent. Het leuke is dat elk doelwit zelf ook een jager is en ook achter zijn eigen doel aangaat. De juiste balans vinden tussen jagen en ongezien blijven voor jouw jager, maakt deze modus bijzonder interessant en afwijkend van andere multiplayermodi.

Ook in teamverband werkt deze spelopzet goed, al is dan elk team of de jager, of de gejaagde. Het is erg spannend om je te verschuilen tussen de computergestuurde spelers terwijl je de spelers van het andere team om je heen ziet lopen die de menigte afspeuren. Als prooi kun je je jagers niet doden, maar slechts tijdelijk uitschakelen. Wanneer je dat doet, zul je echter wel moeten vluchten voordat je jager weer bij zijn positieven komt. De trage spelopzet en de slinkse mogelijkheden maken van de multiplayer van Brotherhood echt eens wat anders. Een uitgebreid leveling-systeem waarmee je steeds nieuwe mogelijkheden vrijspeelt, zorgt er daarnaast voor dat het ook best lang interessant blijft.