In 2006 hadden we Marcus en Dom, vorig jaar hadden we Kane en Lynch en sinds gisteren hebben we Salem en Rios, het nieuwste duo in shooterland. Deze ruige rakkers vormen een heus tweemansleger, vandaar dus ook de niet zo verrassende naam Army of Two. Maar betekent dat ook dat alles nu dubbel zo leuk is?

Eén waarschuwing vooraf: neem het spel vooral niet te serieus. Met een flinterdun verhaal, personages die een diepgang hebben van een gedempte sloot en machotaalgebruik dat je normaal gesproken alleen in de meest eigenaardige actiefilms tegenkomt kun je dus niet spreken van de zoveelste militaire thriller afkomstig uit het brein van Tom Clancy en/of zijn medeschrijvers. Army of Two is namelijk op en top knallen geblazen en ruimte voor enig verdere ontwikkeling in het verhaal enerzijds en de hoofdpersonen anderzijds is er dan ook niet. Je zou het dus kunnen bestempelen als pretentieloos vermaak en dat is ook exact wat je krijgt. Vermaak dat echter wel alleen tot zijn uiting komt wanneer je het ook daadwerkelijk met zijn tweeën speelt.

Iets wat je ook eigenlijk hoort te doen, want Army of Two is geboren voor de coöperatieve modus. Of zoals de Engelsen dat zo mooi kunnen zeggen: it has co-op written all over it! In je eentje spelen is natuurlijk mogelijk en is ook best te doen gezien de niet onaardige kunstmatige intelligentie van je teamgenoot, maar uiteindelijk is het hetzelfde als spaghetti eten met mes en vork: het wil best, maar het hoort eigenlijk niet.  Trommel dus wat vrienden op en ga gebruik maken van de split-screen optie. Geen vriend of vriendin bij de hand? Nodig dan iemand uit voor een privé co-op-sessie of stap een willekeurige publieke sessie binnen. Het is aanvankelijk misschien een beetje vreemd om met een wildvreemde back to back (een term waar je zo meteen nog meer over zult horen) te gaan, maar ach, alles went. Laten we het daar maar op houden. Verstand op nul en gaan met die banaan.

Zoals je wellicht al wel van de screenshots af kunt leiden, heeft Army of Two veel afgekeken van Epic's knaller Gears of War, waarvan laatstgenoemde overigens in november al weer zijn tweede verjaardag mag vieren. Veel van de speleigenschappen die Gears had, zul je ook hier weer treffen. Een rechtlijnig schietfestijn? Check. Niet al te snuggere tegenstanders die graag op je afstormen (hoewel het in het geval van de Afghaanse zelfmoordterrorist vrij logisch is!)? Check. Omgevingen vol betonnen blokken, kapotte omgevingen en ander materiaal om dekking achter te zoeken? Check. Niets nieuws onder de zon tot nu toe dus. Zelfs in Army of Two heb je twee flink gespierde mariniers, Rios en Salem. Ook zij zijn niet vies zijn van een portie vloekwerk en deinzen bovendien niet terug voor een beetje tegenstand. Integendeel! Ze doen alles voor een beetje geld. Nou ja, bijna alles dan.

Het verschil bij Army of Two zit hem echter in het Aggro-systeem. Spelers die bekend zijn met online rollenspelen weten het maar al te goed: degene die het sterkste wapen in handen heeft wekt de meeste woede (lees: de meeste Aggro) op, zodat de rest van het team gerust zijn gang kan gaan met andere zaken. Ditzelfde heeft EA ook in Army of Two weten te plaatsen en toegegeven, dat werkt vrij aardig! Het vormt uiteindelijk een belangrijke basis voor het spelen van Army of Two en veel van de vijandelijke obstakels op je pad zul je alleen kunnen verslaan door slim te spelen met deze Aggro.  Blijf als Rios, gewapend met mini-gun en al, schieten op een zwaar bepantserde soldaat, dan geef je Salem de gelegenheid om de vijand te kunnen flanken en hem zo van achteren te kunnen beschieten. Een ander voordeel van een enorme Aggro is dat je op den duur in de Overkill-modus kunt gaan: alle schade komt tijdelijk twee keer zo hard aan. Je teamgenoot zal daarnaast in de Stealth-modus gaan, wat betekent dat hij kortstondig onoverwinnelijk is en zo gemakkelijk van achteren vijanden kan pakken.

Naast dus dit nieuwe systeem van schieten en elkaar dekking geven zijn er meer geintjes door EA in het spel gezet die de focus leggen op co-op gameplay. Zo zul je geregeld op moeilijk te komen plekken stuiten die alleen door teamwerk te beklimmen zijn. De één kan de ander optillen om hem zo naar boven te trekken. Zijn er nog tegenstanders te vinden, dan doe je er goed aan om ze uit te schakelen. Niet door eerst naar boven te klauteren, maar gewoon terwijl je nog op de schouders van de ander staat. Leuk om te zien en eigenlijk best functioneel, ware het niet dat deze situaties sporadisch voorkomen en ook alleen maar om de makers willen dat je er langsgaat. Leuker, maar vrij gimmicky is het schild waar je achter kunt zitten. De één houdt het voor zich terwijl de ander dicht achter hem zal staan, om zodoende vanuit de beschutting te vuren. Grappig, maar de keren wanneer het écht zin heeft zijn op één hand te tellen.

Nog zoiets is back to back, waar we het zonet al over hadden. In deze volledig gescriptde modus komen er meerdere vlagen van tegenstanders op je afgestormd en het is aan Rios en Salem om ze uit te schakelen. Door tegen elkaars rug aan te staan zijn beide kanten immers gedekt en alleen zo kun je één vuist maken tegen de constante vlaag van op je afkomende vijanden. Klinkt op het eerste gehoor erg leuk, maar helaas: na een tweede keer heb je het al wel gezien. Helemaal omdat het elke keer exact hetzelfde riedeltje is en het eigenlijk een struikelblok vormt, wat je gewoon uit het speeltempo haalt.

Voor de rest schiet je vrij snel door het spel heen. Dit is mede te danken aan het ontbreken van een snelle dood. Vanzelfsprekend kun je gewond raken, maar hap je teveel kogels, dan is er nog geen reden om alarm te slaan: je maat hoeft alleen maar naar je te rennen. Voordat hij je onder handen neemt, kan je maat je eerst naar een veiliger onderkomen brengen, door je gewoon weg te slepen. Gelukkig hoef jij dan niet hulpeloos toe te kijken: ook al zit je op de grond, je hebt nog steeds je wapen in de hand. Terugschieten is dus gewoon nog steeds mogelijk. Neergeschoten worden betekent dus niet gelijk einde oefening!

Niettemin hoopt EA er op dat je zo min mogelijk dood zal gaan. Vandaar ook het overschot aan obstakels waar je achter kunt schuilen. Helaas werkt dit niet zo lekker zoals het in Gears of War of Uncharted wel het geval is: je zit er maar wat halfbakken achter, je 'kleeft' er niet aan vast. Vaak kun je ook wel gewoon geraakt worden, terwijl je voor je gevoel er helemaal achter zit. Zonder te kijken terugschieten (de zogenaamde blindfire) werkt ook niet zo lekker als in de hierboven genoemde spellen, daar de hit detection vaak te wensen over laat. Vooral de tegenstanders die verder weg van je staan worden om één of andere vreemde manier niet geraakt terwijl je duidelijk ziet dat je toch echt raak staat te schieten.  Op iemand afrennen om hem vervolgens een fijne smak op het gezicht te geven (met je vuisten uiteraard) heeft vaak ook weinig zin omdat de besturing soms te wensen overlaat, zeker in situaties waar snel ingrijpen noodzakelijk is.

Of wat te denken van het soms onlogische en soms haast inspiratieloze levelontwerp, waarin het niet altijd even duidelijk is waar je heen moet gaan? Vaak loop je dan maar wat rondjes, om uiteindelijk op plekken terecht te komen waar helemaal niets te vinden valt… behalve dan een hele zooi aan schietgrage mannetjes die er niet voor terugdeinzen om ook met handgranaten te gaan gooien! 'Gelukkig' is er de GPS nog, een systeem wat je aan kunt zetten met een druk op de back-knop (wij speelden de Xbox 360-versie). Het scherm wordt dan blauw en geeft je een schematische weergave van de belangrijkste onderdelen van het level (onder andere waar grote machine-geweren staan, maar ook optionele subdoelen die je kunt behalen voor meer geld). Weet je even niet waar je heen moet, dan volg je toch gewoon de dikke oranje pijl die er op wonderbaarlijke wijze tevoorschijn getoverd wordt? Inderdaad, het versimpelt het spel enorm, maar vreemd genoeg is het toch noodzakelijk, gezien enkele verdwaalpartijen in weinig tot de verbeelding sprekende loodsen.

En dan na een uurtje of zes, zeven heb je het abrupte en enigszins tegenvallende einde bereikt en denk je bij jezelf: was dit het nou? Oké, Army of Two is leuk, helemaal met twee personen. Maar vrijwel nergens wordt het spel écht spannend, op één level op een vliegdekschip na wellicht. Het zit er dan ook niet in dat je het spel vaker opnieuw gaat spelen. Daarvoor zijn de zes vaak onsamenhangende missies simpelweg niet memorabel genoeg. Soms voelt het meer als een blik op een dag in het leven van, dan dat je te maken hebt met een goed lopend verhaal.

Wat je dan nog overhoudt is een op zich vrij aardige multiplayermodus die hoofdzakelijk de moeite waard is als je met een ervaren medespeler samenwerkt die bereid is om te luisteren en niet alleen voor eigen gewin gaat. Hierin neem je het op tegen een ander duo en is het je taak om zo snel mogelijk taken te volbrengen. Het veilig escorteren van een gewonde of het vernietigen van een jeep bijvoorbeeld en dat alles voor geld (want daar draait het spel immers om).

Nadeel hierin is wel dat er op moment van schrijven slechts vier mappen zijn en dat het vaak enorm lag-gevoelig is. Het kan dus voorkomen dat er vertraging op de lijn is, iets wat gek genoeg niet gebeurt tijdens de co-op. Hopelijk weet EA hier nog het een en ander aan te sleutelen, want de aparte multiplayer van Army of Two, Versus genaamd, heeft het wel in zich om vaker gespeeld te worden. Uiteindelijk meer dan de singleplayer, want hoe leuk het ook is om als betaald tweemansleger rond te lopen in landen als Afghanistan en Irak, na één keer heb je het wel weer gezien. Helemaal met vier ogen.