Voor de gamepers is Firstlook voornamelijk hét Nederlandse onderonsje in de game-industrie, misschien nog wel meer dan de Gamescom in Keulen. Dat houdt in dat je als journalist constant aan het netwerken bent en er een nimmer krimpende hoeveelheid handjes geschud moet worden. Misschien is het daarom dat journalisten op Firstlook het klagen over alles en nog wat eigen hebben gemaakt.

De rondlopende, zichzelf door het publiek wurmende perslieden (in sommige gevallen een titel met te veel eer) keken denigrerend neer op het piepjonge gepeupel dat in de rij moet staan om een nieuwe titel te spelen. Ik ben er ook schuldig aan. Die ‘wat doe ik hier?’-houding (bij gebrek aan een betere verwoording) is van alle tijden en zeker niet alleen van toepassing op Firstlook. Het is een attitude die merkbaar heerst bij journalisten.

Nare attitude

Ik zeg met nadruk: bij journalisten. Op de beurs hoorde ik een groepje jongens met veel enthousiasme over de aanwezige boothbabes van de Power Unlimited praten. Het groepje skater of hipsters (dat is geen verwijt, maar toen ik op de middelbare school zat was die indeling veel makkelijker) praatte eveneens over het vele wachten. Ze waren het wachten zo zat dat ze op het punt stonden te vertrekken. Hun hoogtepunt was Battlefield 4. Wachtrij: twee uur, zo vernam ik achteraf. Maar ze waren al met al tevreden. “Supervet.”

De kritische noot van de jongens wiens discussie ik voor eventjes maar abrupt onderbrak, was terecht. Op de beursvloer bleek inderdaad dat er heel veel wachtrijen waren. Het hoogtepunt was achteraf ook voor mij Battlefield 4, maar die game is voor jan en alleman te spelen in de open béta . Het kunnen spelen van een nieuwe map verantwoordt die wachttijd van twee uur niet. Althans, dat vind ik. Maar ik heb het sowieso nooit begrepen dat mensen met hun volle verstand twee uur in de rij gaan staan om één level van een game te kunnen spelen die over een maand (!) uitkomt.

Toch enthousiast

Toch was het kliekje jongens dat ik sprak enthousiast. Het wachten waren ze zat, maar het wachten op Battefield 4 was het volgens dat groepje helemaal waard. Zijn zij nou gek en geduldig of ben ik gewoon een zeurkous? Het antwoord schuilt niet alleen in de discussie van het kliekje gamers dat ik sprak, maar ook in de reacties van de andere bezoekers. De mensen die in de rij stonden voor Battlefield 4 stonden zich daar niet dood te ergeren zoals wij journalisten. Ze lachten, vergaapten zich aan de actie op de beamers en keken watertandend naar de andere stands.

Ja, ze stonden in de rij, maar gezellig was het toch wel. De beurs straalt de volwassenheid die gaming de laatste jaren eigen is geworden nog niet uit, maar dat games voor veel mensen een belangrijke, volwassen bijzaak is, bleek maar al te duidelijk uit alle enthousiaste reacties van de (relatief jonge) bezoekers. Firstlook draait uiteindelijk niet alleen om games, maar ook om het delen van de passie voor games. En dat is een wezenlijk verschil.

Niet neerbuigend

Misschien is het daarom niet aan ons journalisten te klagen over wat Firstlook fout zou doen. Misschien moeten we het niet vergelijken met de exclusieve gametrips die wij maken, en waarbij wachten standaard uit den boze is. Voor journalisten is Firstlook wellicht een onderonsje, maar voor de bezoeker is het uitzonderlijk uitje dat zich geheel focust op games. Wellicht dat die bezoeker niet aan het spelen van al die games toekomt, maar hij of zij is in ieder geval de hele dag omringd door zijn of haar grootste hobby en gelijkgezinden. Dat bleek voor veel bezoekers van niet te onderschatten waarde. Dat is niets om neerbuigend over te doen.