De gemiddelde gamejournalist is een verwend nest. Ga maar na: wij spelen alles eerder dan de consument, worden door uitgevers in de watten gelegd en hebben nooit van doen met het altijd lastige ‘in de rij staan om een potje te spelen’ op gamebeurzen. Natuurlijk kun je je onafhankelijk opstellen ten opzichte van zulke derde partijen en uitgevers, maar zelfs dan ontkom je niet aan de voordelen die het journalist zijn met zich meebrengt. Daar kan de gemiddelde gamer helaas niet over meepraten.

Firstlook illustreert dat op bizarre wijze. Ik loop om negen uur ’s ochtends (!) met mijn ‘all acces’-bandje langs de bewaking de zaal binnen, terwijl rechts van mij nog een ellenlange rij van benieuwde gamers staat. En dat is pas hun eerste rij van de dag; voor wie alle populaire games wil spelen zullen er nog vele volgen. Veel journalisten spreken daar neerbuigend over. Welke gek gaat er nou in hemelsnaam vier uur in een rij staan om een leveltje van Assassin’s Creed 3 te spelen? Niet wij gamecritici. “Stuur maar een kopietje op Leon (pr van Ubisoft – red. ), dan speel ik ‘m later thuis wel.”

(Geen) rijen

Zelf weet ik dat ik ook verwend ben geraakt, al vraag ik me nog steeds af in hoeverre. Ik zou best als consument naar een gamebeurs willen gaan, maar die rijen? Nee, daar ga ik voor geen goud instaan. Ik denk terug aan de vorige Firstlook-editie. Die barstte van de gezelligheid, maar het was tevens snikheet en ongelofelijk druk in de relatief kleine jaarbeurshal. Ik verwachtte dit jaar gelijke taferelen.

Toch viel er weinig te klagen. De hal was bijvoorbeeld erg koel en open, waardoor de sfeer allerminst drukkend was en er genoeg ruimte vrijkwam om over de beursvloer te lopen. Ook met de wachttijden viel het – Black Ops 2 en Halo 4 daargelaten - wel mee. Voor games als Hitman: Absolution en Far Cry 3 moet je een half uurtje in de rij staan, maar vervolgens mag je wel tien minuten tot een kwartiertje spelen. Daarbij: als achtduizend gamers op ’n evenement afkomen, is wachten onvermijdelijk. Zeker als er zo veel toffe games staan als op Firstlook.

Sfeer

Een flinke verbetering ten opzichte van vorig jaar dus, al was dat niet wat ons het meeste aansprak. Ons viel evenals vorig jaar nog iets anders op. Firstlook draait evenzeer om de sfeer als om de games. Of diezelfde sfeer typerend is voor games weet ik zo een-twee-drie niet, maar het was er wel een die steeds een glimlach op mijn gezicht toverde. Het overwegend jonge publiek was constant levendig en enthousiast. Iedereen had er zin in en niemand die ik sprak was werkelijk nors, los van wat zuurkijkers in de rij bij Medal of Honor: Warfighter.

Firstlook maakte bij vlagen dezelfde indruk van een festival. Er werd fijne muziek gedraaid, er dansen bloedgeile boothbabes en de Gamekings zorgen met hun bravoure en enthousiasme voor een leuke podium- en liveshow. Er werden live-interviews met relevante spelers uit de industrie gehouden, op het hoofdpodium werden de meeste verhitte potjes gespeeld en bij verscheidene standhouders kon je hele fijne apparatuur en games winnen. Beschouw je Firstlook puur en alleen als een aanleiding om games te spelen, dan tref je jezelf in wachtrijen. Dat is niet per se erg, maar daar moet je dus wel rekening mee houden. Maar beschouw je Firstlook als een aanleiding om games te vieren, dan zat je dit weekend helemaal goed in Utrecht.