Onlangs was Dennis van der Geest (Nederlands grootste schnabbelkoning) te gast bij Pauw en Witteman. Het ging in het programma over zijn nieuwe tv-programma(doe eens judoën in plaats van presenteren!), waarin hij werkloze jongeren begeleidt terwijl ze naar werk zoeken. Nu zei Van der Geest iets in de trant van: "Er was een jongen die zei dat hij videogames wilde gaan maken. Ik zei toen tegen hem: laat die computerspelletjes nou maar voor in het weekend en richt je op echt werk." Een beetje kortaf van de op één na beste judoka van Nederland(op 1 staat zonder twijfel Anton Geesink). Die jongen vindt gamen leuk en heeft als droom om een baan in de industrie te vinden. Steun die jongen dan, stuur hem naar de game-opleiding of geef hem een avondcursus programmeren, zodat hij een beetje een begin heeft. Nee, meneer de judoka gooit in een paar seconde de droom met een ferme ippon op de mat, en stuurt misschien wel een potentiële nieuwe Will Wright of Peter Molyneux naar een lopende band in het pittoreske provincieplaatsje Nukkebummele. Van der Geest zal een aantal jaar geleden ook een droom hebben gehad, lijkt mij. Deze droom zal waarschijnlijk iets te maken hebben gehad met een gouden plak op de Olympische Spelen. Hoe zou meneer hebben gereageerd wanneer iemand tegen hem gezegd had:"Man, hou toch op met dat stoeien en ga iets goeds met je leven doen!" Ik denk niet dat Dennis erg enthousiast zou hebben gereageerd op zo'n reactie. Waarom zou je iemands droom zo in duigen schoppen? Nu moet ik toegeven dat de persoon waartegen het gezegd is geworden, waarschijnlijk dacht dat hij de hele dag zou gamen wanneer hij in de industrie zou werken. Voor hetzelfde geld echter was die jongen de nieuwe Kojima of Miyamoto geworden. Ik raad meneer van der Geest dus aan eerst eens terug te kijken op zijn eigen jeugd en na te gaan hoe hij ervan droomde om een beroemde  judoka te worden, voordat hij anderen dwingt hun dromen op te geven.