Het feit dat de game op de Vita verschijnt is met gemak de grootste vernieuwing in deze met een subtitel vereerde heruitgave. Met de overzetting naar de zwarte handheld van Sony loopt de serie tegen weinig beperkingen aan; in de eerste plaats omdat het apparaat zo veelzijdig in elkaar steekt dat het amper onder doet voor zijn grote consolebroer, in de tweede plaats vanwege de relatief luchtige weergave van de tennissport die Virtua Tennis al jaren opvoert.

Bekende kost

In al zijn eenvoud is Virtua Tennis namelijk een arcadegame ten voeten uit die zich wonderwel thuis lijkt te voelen op een draagbaar gameplatform. De game is toegankelijk en daardoor eenvoudig op te pakken voor spelers die nog nooit een pot virtueel tennis hebben gespeeld. Het kost bijvoorbeeld flink wat moeite om überhaupt een bal buiten te lijnen te slaan, waardoor je al gauw terechtkomt in een vloeiende rally. Tijdens zo’n rally vult de focusmeter van je tennisser. Is deze meter vol, dan kun je een soort superslag produceren om je tegenstander te verrassen. Het is bekende kost wanneer je het vierde deel in de serie al op de console speelde.

Wat voegt deze Vita-versie dan precies toe? Ten eerste een aantal nieuwe keuzemogelijkheden qua controls via de touchscreen aan de voorkant van het apparaat. Hoewel een hardcore Virtua-tennisser gauw terug zal grijpen naar de traditionele knoppenbesturing, introduceert de World Tour Edition de mogelijkheid om het spel in zijn geheel met touch controls te spelen. Zo positioneer je je speler door eenvoudigweg een positie aan te wijzen op de court, terwijl je ballen over het net slaat door slepende bewegingen te maken met je andere vinger.

Zo geef je eenvoudig richting aan de bal, sla je een slicebal door je vinger naar achter te slepen, of geef je topspin door het tegenovergestelde te doen. Smashes en lobs doe je door je vinger van boven naar beneden en naar boven te bewegen en andersom. Het doet wat denken aan de Flickit-besturing die EA onder andere toepaste in de skateboardgame Skate (waarom komt die game eigenlijk niet naar de Vita?) en werkt prima, beter dan het positioneren van een speler. Het leuke is daarom dat je analoge en touch controls kunt combineren, door bijvoorbeeld je speler te besturen met de stick, maar te slaan door als een vingervervend kind over het scherm van de Vita te bewegen.

Vita-voordelen

Andere Vita-specifieke vernieuwingen zijn minder ingrijpend. Zo is er een modus waarbij je ballen staat te slaan in een eerstepersoonsperspectief, waarbij de richting van het zicht wordt bestuurd door je Vita te bewegen. Leuk, maar het ontstijgt nergens het gimmick-niveau, omdat het niet de ondersteuning krijgt van een uitgebreide carrièremodus. Ook in de categorie gimmick: met twee spelers tegelijk op één Vita spelen waarbij je de baan van boven ziet en een minigame waarbij je zo veel mogelijk doelwitten op een oud schip moet zien te raken, terwijl je het schip bestuurt door de Vita te kantelen.

Interessanter is de optie om je eigen gezicht op het hoofd van een zelfgemaakte speler te plakken en daarmee de omvangrijke carrièremodus van Virtua Tennis te doorlopen. Via een bordspel zoals we kennen uit het vierde deel, leid je die speler langs trainingen, wedstrijden en complete toernooien, om zo uiteindelijk tot de wereldtop toe te treden. Door een foto van je gezicht te maken met één van de twee camera’s van de Vita, kan je dat dus doen met een digitaal evenbeeld van jezelf. Helaas is het om één of andere reden nagenoeg onmogelijk om je huidskleur overeen te laten komen met het mannetje of vrouwtje dat je creëert, waardoor spelers er uitzien alsof ze met een masker op rondlopen. Een gemiste kans dus.

Wat overblijft is een game die zijn tekortkomingen meeneemt naar een nieuw platform, maar daar minder hinder van lijkt te ondervinden dan voorheen. De toegankelijkheid van Virtua Tennis is op zijn plek op de handheld, terwijl de uitgebreide carrièremodus en haarscherpe graphics ervoor zorgen dat dit geenszins voelt als een een uitgeklede (top) spin-off.