Enige tijd geleden nodigde uitgever Nobilis ons uit op een evenement in Parijs waar we alvast een uitgebreid voorproefje konden nemen op de third person game genaamd Two Worlds. Hoewel deze ambitieuze RPG van ontwikkelaar Reality Pump pas in mei voor PC en Xbox 360 verschijnt, was men al vergevorderd. Lees hier onze eerste indrukken van deze veelbelovende titel.

Wie de screenshots van Two World onder ogen zal krijgen, zal ogenblikkelijk moeten denken aan de kaskraker van vorig jaar, The Elder Scrolls IV: Oblivion.  Want ook hier heb je een énorm grote wereld, vol met prachtige omgevingen met de meeste gekke flora en fauna, een episch verhaal en de nodige side quests. Kijk je even verder, zoals wij konden doen, dan zie je dat er toch meer achter deze titel zit. Veel meer. Op sommige vlakken is ontwikkelaar Reality Pump namelijk nog heel wat verder gegaan, waardoor men de speelervaring nog een paar stapjes hoger probeert de krijgen. Mooie woorden natuurlijk, want waren het niet de Duitsers van het in november uitgekomen Gothic 3 die ook hetzelfde pretendeerde en er vervolgens toch enigszins in faalden? Juist. Toch lijkt het bij Two Worlds anders uit te pakken.

Ook in Two Worlds mooie omgevingen met een uitstekende kijkafstand

Dat gezegd, het verhaal stelt alvast wel enigszins teleur en doet haast denken aan andere games, films en een plot uit een zeer bekende boeken-reeks. De wereld waarin Two World zich afspeelt is het land Antaloor. Het koninkrijk Cathalan is onder een constante bedreiging van een gigantisch leger van Orcs. Altijd weer die groene rakkers. Als de held zelf heb je andere dingen aan je hoofd: je zus is drie jaar geleden ontvoerd na een brute aanval op je dorp. Lange tijd heb je gezocht, maar tevergeefs. Nu, jaren later zijn er enkele duistere lieden die weten waar ze is. Eén probleempje, zij vragen hiervoor echter wel een aantal unieke voorwerpen voor terug. Niets gaat voor de zon op, ook niet in dit land, dat blijkt maar weer. Je raadt het al,  natuurlijk zijn deze voorwerpen verspreid over de gehele wereld van Antaloor. Tijd om de wandelschoenen maar weer uit de kast te halen.

Had je in Oblivion niet meer dan uitgestrekte bossen, meren en wat sneeuw in het noorden van het land, in Two Worlds is de wereld veel diverser. Het noorden van Antaloor zal redelijk overeenkomen met het landschap van Bethesda's topper, het zuiden is echter totaal verschillend. Dit is namelijk een vulkanisch gebied. Hier blijft het niet bij: er zijn bamboebossen, woestijnen, open vlaktes, heien (inclusief de hutjes). Allen inclusief een eigen klimaat en de eigen bloempjes en bijtjes. Mocht de 30 vierkante kilometer boven de grond niet genoeg zijn, dan kun je ook nog eens ondergronds gaan. In totaal is er zo'n 40 kilometer aan ondergrondse gangen en kerkers in deze game te vinden. Heel wat andere koek dus! Wel is de levendigheid van Two Worlds vergelijkbaar met dat van Oblivion. Ook hier komen de hertjes je tegemoet terwijl de konijntjes weer van je weghuppelen en stormen er zwijnen op je af die... Wacht even! Zwijnen?

Een varkentje dat in Two Worlds makkelijker te wassen valt

Toch niet die krengen die we al eerder leerden kennen in Oblivion, of eigenlijk, Gothic 3? Uh, jawel. Deze beesten zullen namelijk ook weer veelvuldig je pad kruisen in Two Worlds. Toch is het nu niet nodig om gelijk al in paniek te raken. Het combat systeem is velen malen beter uitgewerkt dan dat van het Duitse Gothic 3. Aangezien alle bewegingen van alle personages volledig zijn opgenomen door middel van motion-capturing technieken, zien de animaties er levensecht uit. Saillant detail is dat dit nog maar een late alfa-versie betreft. Moet je nagaan hoe mooi het in het echt zal gaan worden. Hoe dan ook, we hebben zelf al even mogen spelen met de besturing en het viel op dat naast dus de mooie animaties het vechten vrij gemakkelijk ging. Doodgaan van een zwijn zal dus een stuk moeilijker zijn in Two Worlds!

We spraken al eerder over aanpassingen in het genre om zo de speelervaring naar een nieuw niveau te tillen. Eén van deze aanpassingen die Reality Pump heeft gemaakt, is de mogelijkheid om ten aller tijde van klasse te veranderen. Kies je normaliter tijdens de start van een RPG een klasse waar je de rest van je leven aan vast zit, in Two Worlds is deze keuze niet definitief. Wil je dus in plaats van een magiër toch liever een vechtersbaasje worden, dan is het slechts een kwestie van een trainer te bezoeken en hopla, je bent klaar voor een intensief knokgevecht. Deze aanpak geeft meer het gevoel van vrijheid, je staat nog meer vrij in je doen en laten.

Ook draken, of in dit geval draakjes, zijn van de partij

In Oblivion hadden we de fasttravel-optie. Heb je eenmaal een lokatie ontdekt, dan kun je er vervolgens heen teleporteren, want je enorm veel tijd en moeite zal schelen. Dit zit er in Two Worlds niet in. Hier moet je het doen met teleportplatforms, vergelijkbaar met die van Diablo II. Op bepaalde plekken in de wereld staan deze verspreid. Heb je ze eenmaal gevonden, dan kun je ze gebruiken om zo vliegensvlug heel Antaloor door te teleporteren. Gaandeweg het spel zul je zelfs een eigen teleportsteen kunnen maken, wat het reizen helemaal gemakkelijk zal maken. Om dit te kunnen bewerkstellen zul je wel een enorme quest moeten halen, dus weet waar je aan begint.

Diversiteit en sfeer, daar zitten de steden in Two Worlds vol mee

Overigens zijn er ook gewoon paarden in het spel te vinden. Heb je eenmaal de kunst van het paardrijden geleerd, dan kun je een paard kopen, wat het reizen vanzelfsprekend zal versnellen. De besturing van de knol werkt wel anders dan dat je gewend bent. In Two Worlds bestuur je niet je paard, maar het personage dat op het paard zit. Met andere woorden, je geeft bevelen aan het paard. Het is even wennen in het begin, maar het avontuurlijke gevoel komt zo wel extra naar boven. Een geheel nieuwe dimensie aan het knolhobbelen dus!

Hey ho, Silver Black Beauty!

Een enorm heikelpunt in RPG’s is het doodgaan. Ging je dood in Oblivion, dan was er niet veel meer te doen behalve opnieuw laden (wat soms lang kan duren). Idem ditto voor Gothic 3.  De makers van Two Worlds hebben besloten om deze ergernissen voor eens en voor altijd de deur uit te doen en hebben bepaalde savepunten bedacht. Overal in de wereld zullen van deze bepaalde “Ankhs des Levens” te vinden zijn. Hier kun je verder niets mee doen, maar ze geven wel aan dat je hier terug zult komen, mocht je komen te sterven. Dat sterven trouwens geen doodzonde is (excuseer de woordgrap) bleek al gauw tijdens een gameplaydemonstratie.

Toen de ontwikkelaar tijdens deze demo het loodje liet, werd hij onmiddellijk weer herrezen door één druk op de knop. Zonder enige straf danwel verlies van experience, uitrusting of geld kon de beste man gewoon weer doorspelen en liep hij als een speer terug naar de snoodaard die hem eerder had vermoord, om hem op zijn beurt weer een kopje kleiner te maken. Wellicht zal dit het spel makkelijker gaan maken en zul je hierdoor minder op gaan letten met wat je gaat doen, maar vooralsnog lijkt het een aangename toevoeging te zijn onder de minder grote RPG-goden onder ons.

Nóg een verschil met Oblivion: de laadtijden zijn nagenoeg niet aanwezig. Tijdens het spelen word je niet geconfronteerd met laadschermen, zelfs niet wanneer je een stad of een huis binnengaat. Of dit ook zo zal zijn in de uiteindelijke versie van Two Worlds kon men niet direct zeggen, maar het was wel iets waar men graag naar streefde. In ieder geval kun je er van uitgaan dat door middel van deze streamingtechnologie de wachttijden tot een minimum gehouden worden. Klinkt goed nietwaar?

En okay, om het af te leren, nog één verschil dan: Multiplayer.  Jawel, het zal mogelijk zijn om met meerdere mensen de wereld rond te reizen. Ein-de-lijk! In de game zitten namelijk twee multiplayer modes die de levensduur van het spel nog een stuk kunnen rekken. Je zult de keuze hebben uit een ‘Arena mode’, waarin je het in gevechten tegen andere spelers moet opnemen, en een ‘RPG mode’, die je in staat stelt om samen met zeven andere gamers quests tot een goed einde te brengen. Niet de main quest uit de singleplayer, maar een compleet nieuw verhaal zal hier geïntroduceerd worden.

Tot slot

Hoewel het onmogelijk is om Two Worlds niet te vergelijken met Oblivion, heeft deze game toch meer een eigen smoel dan aanvankelijk gedacht. Er zitten namelijk een hoop vernieuwingen in die gamers wel eens heel aardig kunnen gaan verrassen. Sterker nog, we hebben nog maar het topje van de ijsberg behandeld. Daarom laten we het hier maar bij voor nu.

Eén ding is in ieder geval al wel zeker: de fans van het genre kan ik van harte aanraden om naar Two Worlds uit te gaan kijken. Een Oblivion-killer is natuurlijk lastig – die game heeft gewoon voor de standaard gezorgd –,  maar beter dan de meeste games uit dit genre? Absoluut!