Een woord vooraf: die paar honderd zinnetjes die we aan Creative Assembly’s nieuwste Total War-telg gaan besteden, zullen bij lange na niet genoeg zijn om de game recht aan te doen. Na uitstapjes in onder meer de donkere Middeleeuwen en Napoleons achtertuin zijn we terug in Japan. En we hebben genoten! Buskruit is leuk en oorlogsschepen met honderd kanonnen mogelijk nog leuker, maar de echte kick halen we uit het man tegen man-gevecht met samoeraizwaarden en lange speren. Bovendien is Shogun 2 op en top Japans met alle ingrediënten die een Total War-game zo goed maken. Een dodelijke combinatie voor iedere strateeg.

Maar laten we bij het begin beginnen, want er is genoeg te vertellen over Shogun 2. De game biedt een meer dan interessante mix tussen realtime en turnbased strategy. Het realtime-gedeelte krijgt vorm in grootschalige gevechten waarin vooral de kunst van het oorlogsvoeren centraal staat. Tienduizenden eenheden staan onder jouw bevel tijdens deze gevechten en ze reageren bijzonder menselijk op de keuzes die je maakt. Bovendien is de tegenstander (mits je de soms rare en spelbedervende bugs van de kunstmatige intelligentie even vergeet) van een zeer hoog niveau en verlangt de game van je dat je op ieder moment doet wat een generaal van vlees en bloed ook zou doen, zou hij toevallig net een gigantische veldslag voeren.

De aantallen waarmee je ten strijde trekt zijn soms zo overdonderend dat je echt medelijden krijgt met een Japanse krijgsheer die daadwerkelijk keuzes op leven en dood moet maken. Gelukkig is de besturing bijzonder intuïtief en zullen zelfs onervaren spelers al snel over de gevechtskaart vliegen om alle eenheden de juiste tactische opdrachten te geven. Alle types eenheden dragen duidelijke banieren en ook het gebruik van je interface voelt, dankzij jarenlange ontwikkeling, aan alsof je nooit anders bent gewend.

Klein maar fijn

Opvallend is dat er aan het gevechtsgedeelte niet zo heel lijkt te zijn veranderd door Creative Assembly. Het zit hem vooral in kleine aanpassingen zoals de weergave van je interface en de specifieke plekken waar belangrijke knoppen zitten. Dat heeft de game alleen maar beter gemaakt. Alles voelt veel natuurlijker aan en de game bestuurt eenvoudiger dan zijn voorgangers. Uiteraard komt dit gevoel van meer controle ook een klein beetje op het conto van het afgezwakte aantal eenheden.

Door de speler minder keuze te geven en er voor te zorgen dat het meteen duidelijk is welke eenheden je tegenover elkaar plaatst, wordt Shogun 2 intuïtiever om te spelen en kun je jezelf automatisch meer gaan focussen op de strategie en tactiek. Misschien dat dat ook wel een belangrijke reden is om Shogun 2 nu al de beste Total War-game ooit te noemen: we hebben in tijden niet meer zoveel plezier beleefd aan het minutieus neerzetten van je manschappen om ze daarna met bloeddorstige kreten richting de vijandelijke muur van speren en zwaarden te sturen.

Het is, wederom, jammer dat de kunstmatige intelligentie soms idiote keuzes maakt, zoals het compleet onbeheerd achterlaten van groepen boogschutters tijdens een belegering. Een uitval van je beste cavalerie en je bent meteen tweeduizend boogschutterlijkjes rijker. Een andere rare manoeuvre is de keuze van tegenstanders om soms letterlijk op en neer te paraderen voor je kasteelmuren. Niks mis mee zul je zeggen, ware het niet dat die kasteelmuren in jouw geval wel vol met boogschutters staan. Niet echt het niveau ‘Art of War’ zullen we maar zeggen. Gelukkig worden die ‘schoonheidsfoutjes’ moeiteloos overschaduwd door de goede kanten van de tegenstander. Zo zit er vaak wel een gedegen strategie achter de manier waarop de vijand richting jouw linies oprukt en moet je regelmatig op meerdere fronten strijd leveren. Daarom is het ook zo belangrijk om al voorafgaand aan de strijd de juiste keuzes te maken in het goed neerzetten van je manschappen.

Op de muren

Ook het belegeringsgedeelte is op de schop genomen en heeft het een aantrekkelijk nieuw element gekregen: het is niet langer nodig om siege-hulpmiddelen te bouwen, want iedere soldaat heeft de mogelijkheid gekregen om met behulp van wat plakband en stevige schoenen de muren van een fort te beklimmen. Hierdoor wordt een belegering niet langer een kwestie om een bres te forceren in de muur om daar met wat geluk zoveel mogelijk manschappen door te wurmen, maar kun je een fort van diverse kanten bestormen om vervolgens op het juiste moment een groep krijgers naar binnen te smijten. Iets wat de kunstmatige intelligentie ook maar al te graag bij jou doet. Overigens zit er wel wat weinig variatie in de verschillende belegeringskaarten en kwamen wij opvallend vaak hetzelfde fort tegen. Waarschijnlijk een klein schoonheidsfoutje.

Wie dit gevechtsgedeelte al uitstekend vind, kan zijn lol nog op in de campagnekaart van Shogun 2. Meer nog dan de tweaks in het realtime-gedeelte, hebben de makers het turnbased-gedeelte verder uitgediept, waardoor dat element gemakkelijk een game op zich zou kunnen zijn. Het is hier dat het hele Japanse sfeertje goed naar voren komt. En niet alleen door een geweldige 3D-omgeving die dankzij dwarrelende bloesemblaadjes en schattige grasheuveltjes het feodale Japan tot leven brengt op je scherm. Het is vooral het gevoel dat je echt als een Japanse krijgsheer bovenaan je clan staat en de touwtjes stevig in handen houdt om zo uiteindelijk de Daymio te worden.

Uiteraard is de campagnekaart in de eerste plaats bedoeld om je legers van A naar B te verplaatsen en om geld te verdienen door boerderijen en andere gebouwen te plaatsen. Iets wat al sinds jaar en dag zo is in Total War-land en altijd zo zal blijven. Overigens is het ook hier zo dat wat kleine aanpassingen aan de interface er voor zorgen dat je eenvoudiger door de menu’s surft en je een beter overzicht van je steden hebt. Handige pop-ups en overzichtelijke tabjes geven je snel de informatie die je nodig hebt en zo zie je in één oogopslag welke steden er extra aandacht nodig hebben of mogelijkheden bieden om ze uit te breiden.

Ninja’s en Bushido

Maar naast het runnen van grote legers haalt de hoofdmodus ook een groot deel van zijn charme uit het spelen met je special agents, het onderhouden van diplomatieke relaties en het handelen voor belangrijke grondstoffen. En ook al zijn de special agents niet nieuw voor Total War, de manier waarop je nu met ze speelt is een stuk aantrekkelijker geworden. Dit keer krijg je de beschikking over een monnik, een missionaris, een ninja, een geisha en een metsuke, en stuk voor stuk zijn deze agents naar wens te upgraden.

In vorige Total War-games gebruikte je deze agents niet meer dan noodzakelijk. Dankzij de vrij te spelen upgrades in Shogun 2 wil je jouw ninja, uitblinker in moordaanslagen en spionage, echter beter maken en ga je steeds vaker op onderzoek uit met je gemaskerde vriend. Uiteindelijk zullen upgrades ervoor zorgen dat de ninja een meedogenloze moordenaar wordt die nooit gepakt wordt of een meester is in het saboteren van legers en steden. Zijn specialiteit hangt af van wat bij jouw strategie past. Naast je special agents krijgen ook je generaals de mogelijkheid om zich te specialiseren in nieuwe vaardigheden, waardoor ook zij een veel belangrijk onderdeel van je strategie worden. Maak je van je generaal een echte waterrat die op zee beduidend sterker is dan op land of kies je liever voor een vaardigheid die je een voordeel geeft in het verdedigen van een fort? Shogun 2 biedt een breed scala aan opties die ervoor zorgen dat geen potje hetzelfde hoeft te zijn om dat je steeds weer voor andere strategieën kunt kiezen.

Naast de aanpasbare vaardigheden voor je eenheden, kun je ook een breed scala aan technologieën ontdekken, in Shogun 2 Mastery of Arts genoemd en onderverdeeld in Bushido en The Way of the Chi. Kies je voor Bushido dan kies je voor de kant van de oorlog. Wordt het The Way of the Chi dan zul je binnen de kortste keren een florerend handelsrijk besturen, met hier en daar wat Zen-invloeden, zoals een tempel die de bevolking rustig houdt.. Uiteraard kun je er ook voor kiezen om uit beide technologieën de beste opties te kiezen. En wie Japan kent, weet dat de Japanners een eervol volkje zijn, voorzien van een klein beetje wreedheid. Iets wat je terug ziet in het diplomatieke gedeelte. Onderhandelen met andere volken is niet nieuw in Total War, maar het is wel weer een stukje leuker gemaakt. Dit keer kun je bijvoorbeeld een zoon of dochter als onderpand meegeven bij een overeenkomst en helpt dreigen soms een handje als je echt iets gedaan wilt hebben.

Het zal je niet verbazen dat ook in dat stukje van Shogun 2 kleinere haperingen zitten. Zo werden we al vrij vroeg in een spel getrakteerd op het achter elkaar spawnen van een redelijk groot leger vlakbij onze hoofdstad. Dit terwijl we de toegangswegen toch echt hadden bewaakt. En hoe irritant is het als je weet dat je met je dure manschappen niet verder kunt omdat er steeds een ‘houdini-leger’ bij je poorten staat? Ook zijn de keuzes die de kunstmatige intelligentie op de campagnekaart maakt soms raadselachtig en zijn steden met regelmaat slechts verdedigd door een handvol eenheden.

Tot in de puntjes

Maar deze kleine irritaties vallen in het niet bij al het andere dat gewoon uitstekend is. Shogun 2 biedt eigenlijk alles, zoals gigantische veldslagen waarbij alles aankomt op strategisch inzicht en op lef. Spelers die het aandurven zullen zelfs met een leger dat drie keer zo klein is als de tegenstander nog kunnen winnen. Puur door slim te handelen en de vijand daar te krijgen waar jij hem wilt hebben. Maar heb je geen zin in lange gevechten dan biedt het turnbased-gedeelte in de vorm van de campagnekaart voldoende diepgang en uitdaging. Schuif je agenten over de kaart en laat ze geheime missies uitvoeren terwijl je ondertussen bezig bent met het opzetten van handelsrelaties en het uitbouwen van je rijk. De pacifisten onder jullie kunnen zelfs zonder al te veel bloedvergieten (soms moet je nu eenmaal harakiri plegen of een generaal vermoorden) de hoogste baas van Japan worden.

En mocht je nog steeds niet overtuigd zijn door hetgeen we hebben verteld, dan doet de uitgebreide mutliplayermodus van Shogun 2 dat wel. Eerlijkheidshalve dienen we te zeggen dat we dit gedeelte bij lange na zoveel hebben gespeeld als het singleplayergedeelte (mede door weinig tegenstand, maar vooral ook door de uitstekende singleplayer). Maar niettemin hebben we wel ervaren dat Creative Assembly zijn best heeft gedaan om er wat moois van te maken. Zo kun je een campagne drop-in doen. Hiermee kun je bij iemand in de hoofdcampagne terechtkomen om hem daar te verslaan. Hiervoor moet die tegenstander uiteraard wel die optie aan hebben staan.

Een tweede mogelijkheid is de Avatar-campagne waarin je Avatar ook daadwerkelijk als generaal in het realtime-gedeelte bestuurd kan worden. Je krijgt niet alleen meer feeling met je Avatar, hij is ook naar wens aan te passen in zowel uiterlijk als vaardigheden waardoor je gevechten toch net even weer anders worden.

De Avatar-campagne speel je bovendien op een net iets andere manier dan je gewend bent, doordat de actie plaatsvindt op een speelbord dat we het beste kunnen omschrijven als Risk met handige extraatjes in de veroverde gebieden. De gevechten die je levert, voer je uiteraard met menselijke tegenstanders, maar je kunt te allen tijde kiezen of je bijvoorbeeld een land-, zee- of siege-gevecht wilt.