Ik en mijn vrienden dachten in ieder geval dat het niet veel beter kon worden dan die game. Skaten raakten we langzaam een beetje beu, mede dankzij het feit dat onze bierconsumptie in een korte tijd van nul naar honderd procent ging en het skate nou eenmaal niet zo lekker met een fikse kater. Toch zorgde Pro Skater er voor dat onze fascinatie voor de houten plank met vier wieltjes eronder niet afzwakte.

Hoe Tony Hawk van zijn troon (en skateboard) viel

Want we zouden het bijna vergeten, maar de eerste paar delen in de Tony Hawk-reeks waren goed. Nog nooit was een game zo dicht bij het benaderen van deze sport gekomen. Dat had niet zozeer te maken met het realisme (je kon namelijk veel gekkere kunsten uithalen dan in het echt – en dat met een constante snelheid die Tony Hawk zelf niet eens voor elkaar krijgt), maar met het gevoel dat het overbracht. Dat draaide, net zoals echt skateboarden, namelijk maar om één gevoel: dat van vrijheid. De wereld om je heen niet langer bekijken als leefomgeving, maar als speeltuin. Een bankje of een reling zijn goede objecten voor een grind, een verkeersdrempel maakt het mogelijk een hogere ollie te maken.

Het is moeilijk te zeggen in welk deel de serie deze ijzersterke focus uit het oog verloor. Duidelijk is dat de ontwikkelaar bij gebrek aan vernieuwing op een gegeven moment ging experimenteren met randzaken – van het skateboard afstappen, er klappen mee uitdelen, irritante kerels uit Jackass een rol in een overbodig verhaal geven… en je kon iets teveel moeilijke trucjes te snel achter elkaar maken en aan elkaar rijgen. Het werd té onrealistisch. En door het sullige verhaal begon het nog op de zenuwen te werken ook.

Als een redder in nood verscheen een paar jaar geleden Skate. EA zag de afnemende interesse in Tony Hawk ook en speelde goed in op de duizenden gamers die een waardige vervanger zochten. Skate nam de sport een stuk serieuzer, want je kon niet zomaar onmogelijke trucs oneindig aan elkaar rijgen. Daarbij bracht de game ook vernieuwing: het camerastandpunt was nu op het skateboard gericht in plaats van het personage dat er op stond en trucjes werden vooral uitgevoerd met de rechter analoge stick in plaats van de vier actieknoppen. Het was nieuw, het was lekker, het was de nieuwe spot voor virtuele skaters.

Plastic fantastic

Hoe moet de Tony Hawk-serie daar mee concurreren? Activision leek het ook even niet meer te weten, want het nieuwe deel laat al weer even op zich wachten. Eind dit jaar is het dan zover en het moge duidelijk zijn dat de uitgever zich heeft laten inspireren door één van haar meest succesvolle franchise ooit: Guitar Hero. Games die gebundeld worden met een plastic accessoire verkopen als een tierelier. Met Tony Hawk: Ride wordt een heus skateboard geleverd. Zonder wieltjes, maar je kunt er wel echt mee skaten! In de bijgeleverde game tenminste.

De bedoeling is dat je met beide voeten op het plastic plankje gaat staan en eigenlijk stilstaand skatemoves uit gaat halen. Het board moet niet van de grond komen, maar door naar achteren te leunen en dan weer naar voren maak je wel een ollie. Door met je voet naast het board te trappen beweeg je je voort en door te bukken en de voor-, achter- of zijkant van het board aan te raken doe je verschillende trucjes. Op het beeld vertaalt zich dit naar vloeiende moves die in een nieuw grafisch jasje zijn gegoten. De game oogt wat kleurrijker dan we gewend zijn, vermoedelijk om het verschil tussen Skate en Tony Hawk te versterken.

Tony Hawk: Ride heeft ongeveer dezelfde structuur als de vorige games in de serie. Nog steeds skate je door verschillende open omgevingen en neem je daarin verscheidene opdrachten aan in drie categoriën. In één categorie is het uitvoeren van trucs het belangrijkste, in een ander moet je zo snel mogelijk skaten en dan is er nog een derde 'challenge'-categorie waarin je specifieke opdrachten krijgt.

Het is leuk en aardig om met een plastic skateboard te dollen, maar werkt het ook echt? De korte speelsessies die journalisten tijdens de E3 voorgeschoteld kregen zorgden niet voor veel opheldering. Iedereen leek het er wel over eens te zijn dat de techniek op zich goed werkt en het ook wat lol op kan leveren, maar dat de lijst aan moves die uitgevoerd kunnen worden nog niet substantieel genoeg is. Daarbij werd er gespeeld op een makkelijke moeilijkheidsgraad, en daarin kun je zelfs niet op eigen houtje van punt A naar B komen. De eerste van de drie moeilijkheidsgraden speelt als een soort on-rails shooter waarbij je je alleen druk hoeft te maken om de stunts. Uiteraard bedacht om mensen te laten wennen aan de nieuwe besturing en de instapdrempel te verlagen. Als de game op de hogere moeilijkheidsgraden, waarin je niet meer wordt geholpen bij de besturing, aanvoelt alsof je echt op een skateboard staat, en als er een groot aanbod aan verschillende moves beschikbaar is, dan kan Ride een hele leuke game worden. En brengt het misschien zelfs dat gevoel van vrijheid in een grote speeltuin terug, want ik mag graag denken dat ik inmiddels wel een beetje te oud ben om in het echt gigantisch op mijn bek te gaan.