Eén van de grote krachten van Pandemic – zoals ze met Mercenaries 2 al hebben bewezen – is het neerzetten van een grote speeltuin waarin we ons lekker kunnen uitleven. Geen verrassing dan ook dat The Saboteur precies dat doet, door ons een bezet Parijs voor te schotelen uit de jaren '40, ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Niet gaan zuchten nu, want zoals gezegd is deze game niet wéér een WOII-shooter: dit keer gaan we er op uit als Shaun Devlin, een half-Ierse racecoureur die tegen wil en dank verzeild raakt in de smerige oorlog van de Duitsers.

Doel van The Saboteur is, zoals de titel al verklapt, het saboteren van de Duitse oorlogsmachine. Dit kan betekenen dat je een fabriek in moet sluipen om de werkzaamheden plat te leggen (en met platleggen bedoelen we het zooitje op te blazen) en je over de daken van Parijs moet sluipen om een gigantisch kanon uit te schakelen. Misschien helpt het te hulp schieten van een vrouwtje dat lastiggevallen wordt door nazi's je ook wel in jouw strijd tegen de oorlog. Voor het grootste gedeelte werk je dergelijke missiedoelen op redelijk lineaire wijze af, al wordt ook genoeg ruimte beloofd om hier en daar zijstapjes te maken naar wat secundaire missies en random events die naar eigen voorkeur afgewerkt kunnen worden.

De speelwijze die voor al dit oorlogsgeweld gebruikt wordt is die van een third-person sneaky shooter. Fabrieken, gebouwen en andere onheilspellende locaties binnensluipen, dat doen we het liefst zonder al te veel op te vallen. De achterdeur nemen en via kratten, schaduwen en gewiekste omwegen je doel bereiken is een manier om dat te bewerkstelligen. Een kostuum stelen en naar binnen wandelen is dat ook, net als de buitenkant van een gebouw beklimmen. Vooral dat laatste is een optie die The Saboteur op feilloze wijze lijkt neer te gaan zetten. We hebben het zelf nog niet mogen spelen, maar in de handen van de bekwame ontwikkelaar beklom Shaun de meest uiteenlopende richels, daken en bouwwerken alsof-ie in een ver verleden nog eens de mentor van Assassin's Creeds Altaïr is geweest.

Gecombineerd met al het gesluip, is een flinke portie schietwerk, dat met wat dekking zoeken redelijk standaard oogt – niet dat dit per sé negatief is natuurlijk. Na het sluipwerk om je doelen te bereiken, belooft Pandemic namelijk het losbreken van de stilte. Alarmen gaan af, jij zult ontdekt worden en de tijd om je met flink wat spektakel uit de voeten te maken gaat aanbreken. Hoe je je uit de problemen werkt? Ook daar verwachten we veel van. Niet alleen kun je rennend en schietend proberen weg te vluchten, met een beetje geluk vind je in de buitenkant van een gebouw de snelste en meest veilige vluchtroute, terwijl het stuiten op een Duitse auto (Shaun is immers racecoureur) zonder twijfel de beste optie is voor iedereen met stalen ballen die zijn machteloze tegenstanders slechts achterlaat met de geur van brandend rubber.

Tot op dit punt geloven we best in het succes van The Saboteur. Wat sneaken, wat schieten en wat raceactie in een grote open wereld is namelijk al genoeg om ons wat uurtjes te vermaken. Toch zijn het niet deze elementen die de game van zijn onderscheidende vermogen voorzien, speciaal daarvoor is er namelijk 'Will to Fight' bedacht: het stilistische sausje dat over The Saboteur heen gegoten is om het geheel naar een hoger niveau te tillen.

In plaats van simpelweg missie na missie uit te voeren zonder directe impact, zal het bezette gedeelte van Parijs louter uit de kleuren zwart, wit en rood bestaan. Denk hierbij aan films als Sin City, Spirit en in zekere zin ook het bijna artistieke stijltje waarin 300 opgenomen is. Beïnvloed bepaalde gebieden met jouw acties en de omgevingen daar zullen hun kleur en levendigheid terugkrijgen. Sta je na een paar missies hoog boven op de daken van Parijs, dan zullen donkere wolken en grauwe gebouwen je wijzen waar nog werk te doen is. De plekken waar de zon door het grauwe wolkendek heen schijnt en kleuren overstromen zijn de locaties waar hoop is teruggekeerd en jouw werk erop zit.

Het zijn dit soort dingen waardoor we The Saboteur net even wat meer kans geven dan een hoop concurrenten van deze game. De hele combinatie van sneaken, racen en schieten, afgemaakt met de Will to Fight: het voelt gewoon alsof hier oerdegelijk één geheel wordt neergezet. Of het technisch allemaal in orde gaat zijn moet Pandemic – dat in het verleden niet bepaald de meest gepolijste titels op de markt bracht – nog maar gaan bewijzen. Tot die tijd dromen wij vast lekker weg bij de gedachte een bezet Parijs uit de jaren '40 te bevrijden van haar letterlijk donkere dagen.