En daar stonden we dan, op het Level Up-evenement van Namco Bandai. Tussen veel grotere titels als Inversion, Dark Souls en Ace Combat zagen we een eenzame PlayStation 3 staan. Iedereen liep er strak voorbij, hoogstwaarschijnlijk met een voor hem of haar belangrijkere titel in het hoofd. Maar wij hoorden de stemmetjes, zagen van een afstandje het vechtsysteem en herkenden de kleurrijke animé-stijl: dat is onmiskenbaar Tales of Graces F en die moeten we spelen. Helaas was de complete demo in het Japans, maar met een tikje voorkennis en de hulp van een vriendelijke tolk was het toch nog redelijk makkelijk uit de startblokken komen.

De vertelling van Asbel

Ons hoofdpersonage is de jonge Asbel, zoon van een machtige strijdheer. Op het moment dat één van Asbels beste vrienden het loodje legt neemt de jongen zelf het heft in handen en besluit hij om zich bij de strijdkracht van zijn land in te schrijven. Als vervolgens ook zijn vader doodgaat, neemt hij het stokje van zijn ouweheer over en op barst de game pas echt los, zo werd ons in ieder geval verteld. Een ding is alvast duidelijk: een jochie dat sterker wil worden om zijn naasten te kunnen beschermen? Dat moet wel een traditionele Japanse RPG zijn.

Niet alleen lijkt deze titel binnen het genre voor weinig verrassingen te zorgen, ook het vechtsysteem is zo goed als direct overgenomen van vorige Tales-games zoals bijvoorbeeld Tales of Vesperia – misschien wel de beste in de serie. Wanneer je door de wereld loopt zie je vijanden gewoon rondwandelen. Vermijd ze en er is niets aan de hand (tenzij ze achter je aankomen), maar loop tegen ze aan en je komt in een aparte arena terecht waarin je met je zwaard tekeer mag gaan. Zoals voorheen is alles op dat moment real-time: je loopt vrij rond en gooit er met een paar drukken op de knop de nodige combo’s uit. Met een beetje timing ontwijk je de meeste aanvallen en in sommige gevallen is nog een extra beetje timing vereist om succesvol te counteren.

Bekende koek

Die eerste uurtjes waar wij over een veld ronddoolden fungeerden nog als tutorial, maar voor het verdere systeem moesten we toch echt weer terugvallen op onze tolk. Dan blijkt dat we ook in dit deel weer gebruik kunnen maken van Artes, vooraf ingestelde combo’s die Tales’ equivalent van MP consumeren. Het mooie is dat je vooraf kunt instellen welke Artes je meeneemt in een gevecht, om vervolgens met een druk op de knop te wisselen naar een eventuele andere set Artes die je klaar hebt staan.

Tot zover leest de gemiddelde Tales-kenner nog weinig nieuws en om eerlijk te zijn hoeven we dat waarschijnlijk ook niet te verwachten van Tales of Graces. Zo is ook de wereld weer een open gebied om doorheen te banjeren, zonder short-cuts, fast travel of een wereldkaart. Als je naar de volgende locatie trekt, loop je daar gewoon zelf naartoe. Lineair, maar daar kunnen we al jaren goed mee leven. Ook qua design doet Tales of Graces amper spannende dingen. Het is kleurrijk, het is 100% animé en de focus qua personages ligt op (hele) jonge figuren waarvan een getekend portret in beeld verschijnt als ze praten. En dan laatste doen ze trouwens behoorlijk veel.

Tales blijft Tales

Japanse demo of niet, onze speeltijd met Tales of Graces F maakte het zo klaar als een klontje. Dit verkoopt in Japan en niet te zuinig ook. Dit deel wil geen verandering aanbrengen in dat gegeven. Het gaat zich niet aan compleet nieuwe ideeën wagen en zelfs de verhaallijn lijkt verdacht dicht bij huis te blijven. Dat klinkt misschien wat negatiever dan het is. Wie bijvoorbeeld Tales of Vesperia gespeeld heeft weet dat het concept en de structuur achter deze serie onvergetelijke games op kan leveren. En door vast te houden aan de formule maakt Namco Bandai hier in geval weer 3% van de gamers blij. Dat de uitgever geen stappen zet om dat percentage te vergroten zal hen waarschijnlijk ook weinig kunnen schelen.