Nee echt, waarom doe je dat? Ik was nog helemaal niet klaar, al mijn zorgen over de grote mensenwereld waren net langzaam aan het verdwijnen en nu moet ik alweer stoppen. Pestkop, kwajongen, boeman, schorem, et cetera. Je kijkt zeker alleen maar Disneyfilms en denkt dat alles wat uit Japan komt en geanimeerd is een aflevering van Dragon Ball Z betreft.

Ik moet het even van me afschrijven hoor. In juni, tijdens de E3, speelde ik Ni No Kuni nog korter, maar dat was op een slechte tv met enorm veel herrie om me heen en geen Japanse voice-acting. Toen vond ik het nog niet zo erg. Tijdens de Gamescom kon ik de stemmen wel op Japans zetten (Duh!), zag het er allemaal stukken beter uit en bevond ik me in een oase van rust om het typische Ghibli-sfeertje eens goed op me in te laten werken.

Dierenliefde

Ik heb niets met baby's. Ook niet met paarden, honden, konijnen, cavia's en fretten. Van katten houd ik dan weer wel, maar die moeten wel heel schattig zijn voor ik mijn register van duizenden verschillende 'Awwwwwwwws' open trek. Ni No Kuni: Wrath of the White Witch rukt 'm zonder enige moeite wijd open; alle vijanden en kleine helpertjes die je bij je hebt zijn zo ontzettend fantasievol ontworpen dat je er automatisch met open mond en grote anime-ogen naar moet staren. Ze lijken op dieren die zo in je tuin zouden kunnen lopen, maar hebben altijd wel een of andere magische twist die duidelijk maakt dat de Japanse grootmacht in animatie er een flinke vinger in de pap heeft gehad. Wie anders kan een miniraptor in schaapskleding verzinnen en het nog geloofwaardig laten lijken ook.

Goed, dat hebben jullie in de trailers ook wel kunnen zien. Iedereen die ook maar een beetje Japanofiel is aangelegd, heeft waarschijnlijk de speciale editie van Ni No Kuni (die met dat grote boek ja) besteld en is ondertussen in zijn vrije tijd Japans aan het leren om niet alsnog tot volgend jaar te hoeven wachten. De tussenfilmpjes zijn magisch, het is net alsof je in een animatiefilm loopt, bla bla bla, dat weten we nu wel. Ni No Kuni schijnt ook nog zowaar een role-playing game te zijn, maar daar hoor je nauwelijks wat over. Terwijl er toch best wat diepgang achter de verraderlijk zoete uitstraling schuilt.

De gevechten vinden overwegend in real-time plaats, tenzij je besluit om te wisselen tussen de verschillende hoofdpersonages en hun helpende handjes. Dan pauzeert het spel even om je de tijd te gunnen de juiste te selecteren. Verder is de combat een combinatie van aanvallen, verdedigen, je teams gezondheid op peil houden en ondertussen ook nog wat spreuken erop loslaten. Klinkt simpel genoeg, maar als je niet snel genoeg bent met blokkeren, mag je zo de helft van je hitpoints wegschrijven, of wordt die ene helende spreuk onderbroken door een flinke klap op je neus. Er is dus zeker nog wel wat uitdaging te vinden in Ni No Kuni, al blijft er een groot gat zitten tussen hoe goed je kan worden en hoe goed je moet zijn om niet af te gaan.

Daar bovenop die berg

We namen zelf de proef op de som te midden van stromende lava, aan de top van een vulkaan die op uitbarsten stond. Na wat voorzichtig behendigheidswerk langs smalle richels stonden we oog in oog met de krater. Zoals het een typische RPG betaamt – want dat is Ni No Kuni zonder meer – werd deze dreigende situatie vergezeld door een nog gevaarlijkere eindbaas, het monster Moltaan. Wanneer je prima gedijt in gloeiend hete lava, laat je je echt niet zomaar uit het veld slaan door een paar stokslagen van het kleine jongetje Oliver. Ook zijn ijsaanval, die eerder nog korte metten maakte met vurige vijanden, haalde niet bijzonder veel uit bij het grote beest.

Het bleek een baas zoals je ze verwacht in een RPG: sloten met hit points, een paar redelijk pareerbare aanvallen en uiteraard een aantal speciale die je op aan de afgrond doen bungelen. Even werden we getest op onze door de jaren heen vergaarde RPG-kennis. Het was opletten geblazen om niet een van onze beestjes de dood in te sturen, omdat Moltaan net een vernietigende aanval aan het voorbereiden was. Ook was het zaak om op tijd de gezondheid van teamleden weer af te toppen, zodat ze niet in een keer weggevaagd zouden worden. Goed, je snapt het verder wel, maar het was goed om te zien dat ook de gevechten van Ni No Kuni wisten te boeien. Want hoezeer het ook op een regelrechte Ghibli-film lijkt, ertussen zitten nog uren aan game verstopt.