Dat ontwikkelaar KAOS scenarioschrijver John Milius (Apocalypse Now, Red Dawn) heeft ingehuurd, wordt tijdens het spelen van Homefront snel duidelijk. De game ziet er sowieso uit alsof je in een film zit en het ongeloofwaardige verhaal versterkt dit alleen maar. Noord- en Zuid-Korea zijn weer één natie geworden en bezetten al twee jaar Amerika. Het is 2027 en de zogeheten suburbs vormen het slagveld. Dit doemscenario stond ook al centraal in Call of Duty: Modern Warfare 2, maar in Homefront beleef je de bezetting echt. Zelfs Mexico sluit de grens om vluchtende Amerikanen te weren.

Heftig

Homefront is heftig. Na een paar uur spelen sta je strak van de adrenaline, maar als je denkt dat dit de meeste indruk heeft gemaakt, heb je het mis. De overweldigende actie wordt afgewisseld met rustige levels die het verhaal vertellen. En die zijn pas intens. De eerste vijf minuten zie je door de ramen van een bus het straatbeeld in Amerika. Ouders worden doodgeschoten voor de ogen van hun kinderen, het gekrijs en gejank gaat door merg en been en er wordt met lijkzakken gejonast alsof het vuilnis is. Als je uiteindelijk in een rebellenkamp terechtkomt, is het verhaal echt levendig geworden. In een typisch Amerikaanse buitenwijk vormen een paar huizen een thuis voor de rebellen. Buiten staat een schoolbord met een paar kleine houten bankjes.

Rust

Rust. Je hebt het gewoon nodig tijdens Homefront. De actie vraagt veel van je omdat je telkens wordt overrompeld door grote groepen vijanden die allemaal in het Koreaans naar je schreeuwen. Nu zien die Koreanen er niet zo bijster gevaarlijk uit, maar ze kunnen wel op een venijnige toon aanvalskreten ten gehore brengen. Om al deze vijanden af te knallen heb je kogels nodig. En die zijn schaars in Homefront. Je moet constant op je ammo letten en vaak wapens oppakken. Dit kan voor sommigen vervelend zijn, maar je krijgt echt het gevoel in een guerrillastrijd verwikkeld te zijn.

Het schieten gaat wat stroever dan je gewend bent. Dit verschilt per geweer, maar het voelt iets realistischer aan dan bijvoorbeeld bij Call of Duty. Maar wees gerust: wie een magazijn van dertig kogels leeg wil schieten op een vijand, kan dat zonder problemen doen. Het gooien van een granaat is eigenlijk net iets te leuk. Zo vliegen de vijanden na een ontploffing sierlijk een paar meter de lucht in en de kick na een goed geplaatste granaat is groot.

Filmsfeer

Homefront voelt aan als een film. Net zoals in Half Life 2 zijn het verhaal en de sfeer misschien nog wel belangrijker dan de actie. Zo zie je in de speelwereld verschillende verwijzingen naar de realiteit. Het bekende restaurant Hooters (die keten met die schaars geklede serveersters) dient als een schuilplaats en tussen de woonhuizen ligt het wrak van een neergestorte Boeing. In die indrukwekkende omgeving vliegen ontploffende auto's langs je oren of schiet een vliegtuig een raket recht op je af. Dit gebeurt gewoon terwijl je nog steeds aan het spelen bent. Aan de ene kant wordt Homefront er dynamischer door, maar aan de andere kant kun je deze spectaculaire gebeurtenissen ook missen als je toevallig de andere kant opkijkt.

In Homefront is niet alleen Korea de vijand, ook je eigen medeburgers moeten niet veel van je hebben. De rebellen zouden alleen maar voor onrust zorgen en zij willen de bezetting zo vredig mogelijk doorstaan. Dit merk je goed wanneer je via een ondergrondse route inbreekt in een werkkamp voor Amerikaanse burgers. Terwijl je zoekt naar een persoon in het kamp, word je veracht en niet geholpen. Je merkt nu pas echt dat je er alleen voor staat. Na een spetterende ontknoping en een lang vuurgevecht ga je in een massagraf liggen om te schuilen. Een lijk wordt op je gegooid en je ziet de Koreanen aan de rand van de kuil staan. Een ontbindende hand ontneemt je het zicht.

Goliath

Gedurende het spel krijg je ook te maken met Goliath, een moderne versie van een tank met een uitschuifbare raketlanceerder. Je kunt met een speciale verrekijker een doelwit markeren en na een paar seconden zie je de vijanden door de lucht vliegen. Deze Goliath is ook onverwoestbaar – hij wordt hoogstens door een EMP-wapen tot stilstand gebracht. En dat is toch een minpuntje van Homefront. Oké, je hebt de wagen nodig om een missie te voltooien, maar het blijft raar dat dertig ontploffende raketten geen krasje aanbrengen.

Waar Homefront in uitblinkt – de snelheid en intensiteit - is ook meteen de achilleshiel van de game. In de strijd gebeurt zoveel dat je soms echt even niet meer weet waar je naar moet kijken. In de eerste missie schuil je in een huis en rijdt plotseling Goliath naar binnen. Als je één conversatie hebt gemist door de actie, probeer je als eerste reflex de tank kapot te knallen. En bam, je bent dood door een vijand achter je. Hoewel deze voorvallen maar incidenteel zijn, zou het geen kwaad kunnen om soms iets meer duidelijkheid te hebben. Een voordeel: je wordt er lekker opgefokt van.

Dat Homefront één van de gaafste shooters van 2011 gaat worden, lijkt na een drie uur durende speelsessie wel duidelijk. Voornamelijk door de sfeer gooit de game hoge ogen. Je voelt woede en je wilt wraak. En opeens word je heel patriottistisch, terwijl Amerika niet eens je moederland is.