Het nadeel van prequels is dat je van tevoren vaak weet hoe ze aflopen. Hetzelfde gaat op voor Halo: Reach. We weten al dat de planeet waarop de titel zich afspeelt een niet al te fortuinlijke toekomst tegemoet is gegaan. De vernietiging van planeet Reach vormt immers het vertrekpunt van het eerste deel uit de Halo-serie. Toch geldt dat nadeel niet voor Halo: Reach. Het vergde ontwikkelaar Bungie ironisch genoeg een al bekende verhaallijn om zijn beste Halo-game tot op heden te ontwikkelen. Reach gaat nog jaren het toonbeeld zijn van een studio die als geen anders wist wat haar gebruikers verwachtten, en daar feilloos op inspeelde.

Na het uitspelen van Reach zul je je pas beseffen hoe vreselijk het is dat je zojuist Bungie’s laatste Halo-titel hebt afgerond. Reach is niet alleen de beste Halo tot nu toe, het is de Halo die als geen andere titel binnen de serie inspeelt op de diepe verlangens die bij Halo-fanaten al bijna een decennium leven. Zij willen een ijzersterke multiplayer, een meeslepende singleplayer en, niet onbelangrijk, de feel van een ware Halo-titel. Dat laatste klinkt voor onbekenden met de serie misschien belachelijk of vaag, maar zij hebben dan waarschijnlijk ook geen last van kippenvel wanneer ze het welbekende muziekje horen, samen met vrienden een tactiek feilloos uitvoeren in de coöperatieve modus Firefight of strijdend ten ondergaan in een potje Team Slayer. We durven niet te stellen dat Halo een gevoel is, maar zeker is dat weinig games zoveel gevoelens oproepen als games binnen de Halo-reeks.

'Remember Reach'

Voordat je aan de slag mag met zowel de single- als multiplayer, moet je eerst een personage creëren. Het vormgeven van je personage staat hoog in het vaandel bij Reach. Zowel on- als offline verdien je punten om je personage te upgraden. Zo kun je nieuwe helmen of vizierkleuren aanschaffen, maar kun je ook je stem veranderen of zelfs gekke confetti-effectjes kopen voor indien je het loodje legt. Na het voltooien van een tal simpele upgrades suggesteert het menu dat je start met de singleplayer. Deze speelt zich zoals de titel impliceert af op de planeet Reach, anno 2552 het militaire thuisfront van de mensheid en geboorteplaats van vele Spartans. Dit zijn de door techniek gedreven elitesoldaten waartoe onder andere de Masterchief behoorde.

In de game maak je deel uit van het zogenaamde Noble, een kliekje Spartans dat getraind is de meest uiteenlopende klusjes op Reach op te lossen. Het wordt al vrij vroeg in de game duidelijk dat Bungie een sterke emotionele band tussen de speler en de personages uit Noble wil creëren. Iets waar de studio, gezien de korte duur van de singleplayer, overigens behoorlijk goed in slaagt. Collectief doet Noble allerminst onder voor de charme van de Masterchief en het team in Halo: Reach bewijst uit ware rassoldaten te bestaan. Hoewel het team dus zeker zijn mannetje staat, is deze niet voorbereid op wat later de massale inval van de Covenant zou blijken. Dit vijandelijke ras wordt gedreven door godsdienstwaanzin en voelt zich daarom genoodzaakt al het leven in het universum uit te roeien.

Covenant

Het duurt natuurlijk niet lang voordat ook de planeet Reach ten prooi valt aan de kwade bedoelingen van deze vernietigende grootmacht. Dat is dan ook het moment waarop de singleplayer van start gaat. Het prachtige aan deze verhalende modus is de opbouw, sfeer, schaal en variatie. Langzamerhand wordt het de speler steeds duidelijker hoe ‘kansloos’ de gehele situatie eigenlijk is. Waarom vecht Noble nog? Kan het team nog wel iets voor de mensheid betekenen? Het zijn vragen waarmee ook de Spartans van Noble kampen, maar in tegenstelling tot de speler hebben weten zij nog niet hoe hun saga af gaat lopen. Als gevolg daarvan doen ze er alles aan de Covenant een hak te zetten, zelfs wanneer de Spartans zelf inzien eigenlijk geen hoop of passie meer voor hun strijd te waarborgen.

Tijdens de avonturen van Noble bezoek je daarom de meest uiteenlopende plekken. In een tijdsbestek van enkele uren vecht je onder andere in de ruimte, vlieg je boven brandende steden en loop je door prachtige natuuromgevingen. De variatie klinkt daarnaast door in de gameplay. Natuurlijk vormt het schieten nog steeds de hoofdmoot van het spel, maar vaker dan bij andere Halo-titels stapelt de ene na de andere unieke bezigheid zich op. Zo zal het gewichtsloze gevecht binnen een ruimteschip je nog lang bijstaan, hoewel ook het vliegen in de ruimte en de sluipschuttermissie zonder twijfel memorabele gebeurtenissen zijn. Deze worden bovendien ondersteund door prachtig vormgegeven decors en kleurrijke omgevingen. Halo: Reach is technisch niet even indrukwekkend als een Crysis 2, maar de vormgeving en gecreëerde sfeer zijn indrukwekkend en een waar lust voor het oog.

Briljant

Het spreekt voor zich dat de singleplayer van Reach allerminst teleurstelt. Qua speelduur is de modus met vijf á zes uur op de normale moeilijkheidsgraad enigszins aan de korte kant. Dat is vrij spijtig, maar deze uren staan gelukkig wel garant voor topvermaak en geweldige spanning. Bovendien is Halo een van die games die het klaarspeelt naast een welverzorgde singleplayer de speler ook nog met een toffe multiplayer te prikkelen. We hebben niet vaak een beter uitgewerkte multiplayermodus op de console gespeeld. Natuurlijk moet de typische actie van de Halo-serie je wel aanstaan, maar een multiplayervariant met meer modi, mogelijkheden en complexiteit tref je op de Xbox 360 niet aan.

Opsommen wat de multiplayer van Halo: Reach zo briljant maakt, is ondoenlijk. De actie is snel en uniek, teamwork staat centraal en de meest complexe tactieken kunnen met een beetje oefening moeiteloos uitgevoerd worden. Halo: Reach combineert al het goede uit voorgaande Halo-titels tot een bizar goed uitgewerkte multiplayermodus en vult deze aan met zoveel nieuwigheden dat je hoofd gaat duizelen. Het maken van filmpjes, het creëren van modi en de mogelijkheid online Firefight (een kloon van de Horde-modus uit Gears of War 2 die zijn opkomst maakte in Halo 3: ODST) te spelen met onbekenden, vormen enkel fracties van het overweldigende totaalpakket. Met name de nieuwe modus Invasion zal iedere zichzelf zelfrespecterende gamer aan de tv gekluisterd houden. In deze modus probeert één team een object, de core,  te bemachtigen, terwijl een ander team dat juist moet zien te voorkomen.

Het concept lijkt achter Invasion lijkt (en is) simpel, maar de diverse lagen die de modus kent (hoe meer plekken je verovert of verdedigt, des te betere wapens, voertuigen en vaardigheden je bemachtigt) in combinatie met de mogelijkheid om zowel als Spartan als Elite te spelen maken Invasion extreem verslavend. Ook het klassensysteem komt prima uit de verf in deze modus, hoewel de verschillende klassen ook in andere modi een aanwist voor de gameplay zijn. Met name het vliegen met een jetpack, oproepen van een hologram of onzichtbaar worden voor de vijand past prima binnen de baldadige doch tactische aard van Halo: Reach. Het zijn vooral deze toevoegingen die ervoor zorgen dat het spelen van Halo 3 als een ware achteruitgang voelt. En dan hebben we het nog niets eens gehad over de prima ontworpen maps, coöpmogelijkheden en spectaculaire nieuwe wapens.

Foutloos?

Vooruit, Halo: Reach is niet foutloos. De singleplayer is aan de korte kant en je teamgenoten gedragen zich met name achter het stuur als ware stoorfactoren. Ook is het nogal vreemd dat je medesoldaten niet lijken te reageren wanneer je met ze van wapen wilt wisselen. Ze draaien zich dan langzaam om, kijken je vragend aan en met een beetje pech lopen ze vervolgens ook nog gewetenloos de andere kant uit. Het is misschien moeilijk je hieraan te ergeren, maar omdat Halo: Reach nauwelijks iets fout doet, spelen dergelijke imperfecties de game in sommige situaties al vrij snel parten. Maar maak je niet druk, aan die sporadisch voorkomende situaties erger je jezelf niet. Enkel de meest geoefende Halo-hater koestert oprechte haatgevoelens jegens Halo: Reach, maar zelfs hem raden we aan de game een kans te geven. Halo: Reach is echt zó goed.