Kritisch zijn, daar is niets mis mee. Vooral als je duidelijk aangeeft waar de pijnpunten liggen en degenen die de kritiek ontvangen daar wat mee kunnen doen. In het geval van de eerste alpha-versie van Godus was de kritiek duidelijk. De game was een waar klikfestijn, waarbij je festijn vooral in negatieve zin moet opvatten. Maar ook andere zaken, zoals het ontbreken van een duidelijk doel, een oubollig kaartensysteem en een soort van lobbysysteem dat het multiplayer-gedeelte moest vervangen, zorgden niet echt voor een aantrekkelijk geheel.

Uiteindelijk bleef het lang stil rond 22Cans, maar verbrak Peter Molyneux die stilte afgelopen week met een nieuwe video én een grote update voor Godus. De game is nog steeds gebouwd rond het gegeven dat je ruimte moet vrijmaken voor gebouwen, die op hun beurt weer meer Followers (volgers) en Belief (geloof) opleveren. Maar nu we weer volop in de wereld van Godus zijn gedoken, blijken er met de nieuwe veranderingen nog steeds een paar stevige spelbedervers in deze vroege versie te zitten. In plaats van al dat klikken kun je straks wel muis klikken, vasthouden en vervolgens de omgeving bewerken, wat de ervaring een stuk plezieriger maakt.

Dat je niet meer als een gek hoeft te klikken, maakt veel goed, maar niet alles. Want nog steeds voelt Godus niet als een god-game aan; het is eerder een bouwgame. Dit komt vooral doordat je met het aangepaste kaartensysteem (en dan vooral in het begin van de game) ook de nodige schatkisten moet zoeken voor Stickers (grondstoffen). Deze schatkisten staan overal in de wereld verspreid, maar hebben wel wat grondverschuivingen nodig om ze daadwerkelijk te krijgen. Dit heft weer als gevolg dat je veel ‘geloof’ moet verbruiken om eerst de schatkist te vinden om en de grond weer gelijk te maken voor nieuwe huizen.

Wie wat verder in het spel komt, kan verschillende soorten nederzettingen plaatsen die ervoor zorgen dat je sneller grondstoffen verdient. Het duurt echter wel even voor je zover bent, waardoor de game je in het begin vooral veel laat aanpassen aan het landschap. En dat zorgt voor een vreemde gameplay: je bent de hele tijd zand, grond, rotsen en bouwen aan het slopen, op zoek naar grondstoffen. Vervolgens kost het ook best veel geloof om bergen en een oceaan te verbouwen, terwijl dat juist de plekken zijn waar je de schatkisten kunt vinden. Hierdoor is de game eigenlijk nodeloos langdradig, omdat je iedere keer weer moet wachten totdat je voldoende geloof geoogst hebt.

Eilandhoppen als puzzelelement

Wat we ook nog steeds niet mogen ervaren, is het hele sociale gebeuren van andere spelers ontmoeten die ook aan het bouwen zijn op de Godus-planeet. 22Cans belooft die optie snel toe te voegen, maar vooalsnog krijgen we alleen andere varianten voor de kiezen die voor afwisseling moeten zorgen en een basis moeten leggen voor wat straks het multiplayergedeelte moet vormen. In de vorige versie was dit een soort van lobby waarin je diverse 'ruzies' uitvocht met een computergestuurde tegenstander, maar sinds de update vaar je met een boot naar diverse eilandjes, waar je vervolgens binnen een bepaalde tijd al je volgers in een tempel moet zien te krijgen.

Hoe dit precies een opmaat moet gaan worden voor het uitgebreide online gedeelte is nog niet helemaal duidelijk, maar hoe meer eilandjes je vrijspeelt, hoe hoger de moeilijkheidsgraad wordt en hoe leuker deze modus is. Althans, totdat je de opdracht niet haalt, meer geloof nodig hebt om verder te spelen en je weer moet wachten. En zo verzandt de game vooral in veel grond verzetten om meer en meer volgers aan te trekken.

Godus voelt hiermee, zelfs na de update, nog steeds niet als een pure god-game aan. Het nieuwe kaartensysteem, waarmee je zelf kunt kiezen wat je voor je volgers wilt vrijspelen, voelt al overzichteljker aan en geeft je veel meer het idee naar een groter goed toe te werken. Maar tegelijkertijd zorgt de vraag naar grondstoffen ervoor dat de balans weer overslaat naar het slopen van heel veel grond. We krijgen het idee dat 22Cans zich vooral richt op de verder prima uitgevoerde wereld, maar daarmee een beetje het god-gedeelte uit het oog verliest.