De subtitel Showdown verraadt dat natuurlijk al een beetje; dit nieuwste deel is echt een zijweggetje in de serie, een hobbelige en uiterst vermakelijke zijweg. Denk bij Showdown aan de spectaculairste momenten die je hebt beleefd in voorgaande Dirt-games, haal elke vorm van realisme weg en je komt een beetje in de buurt.

Weg is het netjes aanremmen voor een bocht en het onder de knie krijgen van het gaspedaal om het maximale uit een race te halen. Daarvoor terug is een extreem arcadegevoel zoals we dat vooral van racegames uit de jaren negentig kennen. Stuur een bocht in, laat het gaspedaal even los, druk hem weer vol in om je gedeukte bolide overdwars door de bocht te sturen. Jezelf verremmen of onhandig insturen is verre van dodelijk, veel belangrijker is het om kamikazepiloten te ontwijken of juist te blokkeren als je onverhoeds geschaard op de baan staat.

Acht-erlijk racen

De normaalste racestand, Race Off, laat deze gekte onder de motorkap van Showdown al af en toe zien. Je racet hierin over verschillende parkoersen die bezaaid zijn met voorwerpen. Denk aan onhandig geplaatste bandenstapels, onhandig geplaatste schansen of, en wederom onhandig geplaatst, chicanes. Je kletst en knalt al snel van zijkant tegen wagen en andersom, terwijl je op opportune momenten de boostmeter indrukt (die zijn debuut in de Dirt-serie maakt) om weer snelheid te maken. Het heeft met racen weinig van doen en helaas komt ook het bedoelde spektakel nog niet helemaal uit de verf. Daarvoor zijn de vuurwerkjes die worden afgestoken bij elke schanssprong toch wat te mager en voelt het botsen en racen te vrijblijvend. Nadat je geschept wordt, zorgt de boost er al gauw voor dat je weer meedoet.

Dit principe komt een stuk beter tot zijn recht op de achtvormige circuits waar kruispunten voor de nodige chaos zorgen. Het is daarin zaak om je voorganger in de smiezen te hebben, maar verkeer dat van links en rechts je pad kruist is nog veel belangrijker. Niets frustrerender dan eerste liggen en op het laatste kruispunt geschept worden door degene die rondrijdt met vierkante wielen. Omgekeerde situaties komen gelukkig ook zat voor; de nummer 1 wordt van de sokken gereden waarna je moeiteloos en met een dikke grijns de eerste plek oppikt.

Pakketje schroot

Dat Showdown echt wat anders wordt, blijkt voornamelijk uit de Destruction-modus. In een afgesloten arena mooi naast de Golden Gate-brug namen we het vol gas en goede moed op tegen andere rijders. Beuken, knallen, ontwijken. De gekrakte spiegeltjes, lakschade maar ook complete motorkappen en –blokken vliegen je om de spreekwoordelijke oren. Bij deze modus is het vooral zaak om alles zo hard mogelijk te doen; op volle snelheid iemand van achteren rammen levert meer punten op dan een zacht aaitje langs de zijkant. Er komt weinig vernuft bij kijken en het draait enkel om lomp beuken. Dit komt ook omdat je nadat je wagen total loss is geraakt, direct weer aan het strijdgewoel mag deelnemen met een spiksplinternieuwe bolide. Behoedzamer rijden is geen noodzaak als je wagen eruit begint te zien als een pakketje schroot. Het had het geheel net even wat extra spanning mee kunnen geven, nu zul je dit vooral moeten zoeken in de splitscreen- of online stand.

Showdown werpt zich vol overgave op de extravagante kant van het racen. Kuilen en gaten, hellingen en schansen, het kan niet op. Met dat spectaculaire aspect zit het wel goed, als er hier en daar nog net wat kleine aanpassingen worden doorgevoerd. Hierbij zou een tikkeltje diepgang geen kwaad kunnen – het is nu wel erg vrijblijvende lol.