Ik kan jullie eerste reacties bij het zien van Cube World zonder al te veel moeite voorspellen: “Ha, dat is precies Minecraft maar dan iets anders”. Ik kan jullie ook gelijk vertellen dat jullie het mis hebben. Cube World heeft misschien ongeveer hetzelfde jasje aan als die andere indie-hit, maar onder die jas zit een heel andere outfit. Een safaripakje, in plaats van een bouwvakkers-overall. In Cube World bouw je niks, maar trek je er op uit om de wijde blokjeswereld te verkennen. Een wereld die nooit ophoudt.

Cube World

Cube World is oneindig

De omgevingen waarin je rondloopt als zelfgecreëerd blokkenpoppetje worden namelijk oneindig uitgebreid terwijl je speelt. Boslandschappen, bergen en woestijnen worden willekeurig aangemaakt tijdens je ontdekkingstochten, waardoor er dus letterlijk altijd iets nieuws te beleven valt. Voor een game in een vroege alfastatus is er in ieder geval al genoeg te doen. Er zijn bergen te beklimmen, spelers kunnen op zoek gaan naar materialen als goud en ijzer, of je gaat rondhangen in een dorpje om alle gevonden schatten te verpatsen.

Dat is ook de reden dat ik zo veel tijd ben kwijt geraakt aan Cube World. Je weet nooit wat je tegen gaat komen en telkens ontdek je weer iets nieuws. Je loopt rond en ziet plotseling een paard bovenop een boom staan. Je zwemt door een grot en komt boven water midden in een groepje tovenaars, die je binnen twee seconden reduceren tot een hoopje stof. Je geeft een schaap een stukje suikerspin en ineens volgt hij je door de wereld als een verliefde puppy, klaar om iedereen die in jouw weg staat te grazen te nemen. Ja echt, dat kan allemaal.

Cube World

Diablo met blokjes

Een spannend avontuur is natuurlijk niks zonder een beetje gevaar. Gelukkig biedt Cube World je genoeg vijanden om in elkaar te meppen. Of beter gezegd, genoeg vijanden die jou in elkaar willen meppen. De combat is een beetje als het blije broertje van Diablo. Je klikt je een ongeluk op je tegenstanders, ontwikkelt een aantal skills die je met een druk op de knop gebruikt en spamt potions als het je te heet onder de voeten wordt. En geloof me, dat zal vaak gebeuren.

Daar zit ook gelijk het grootste probleem met deze vroege versie van dit spel: bijna alles wat je in het begin tegenkomt is in staat om je met een paar klappen naar het hiernamaals te loodsen. Het is een helse klus om die eerste paar levels omhoog te klimmen om je eerste skills te kunnen leren. Je denkt misschien dat je met je zwaard en schild een simpel eekhoorntje wel de baas bent, maar niets is minder waar.

De eekhoorns in deze wereld zijn duidelijk afkomstig uit een of andere duistere dimensie, want ze walsen zonder pardon over je heen. Om maar niet te beginnen over bazen als trollen en cyclopen die je tandenknarsend staan op te wachten. Daar heb je toch echt de hulp van een paar vrienden voor nodig. Het maakt je eerste uren in deze wereld een stuk frustrerender dan nodig.

Cube World

Kom er zelf maar achter

Cube World blinkt bovendien uit in een gebrek aan informatie. Voor een alfaversie als deze is het wel logisch dat niet alle mechanieken constant worden uitgelegd. Er is echter zo veel te doen, dat je nooit zult begrijpen hoe alles werkt zonder uren op een forum of in de wiki rond te neuzen. Zo zijn allerlei voorwerpen, maaltijden en potions te maken door je eigen ingrediënten bij elkaar te zoeken. Wapens zijn te verbeteren met blokjes ijzer; daar worden ze niet alleen beter van, maar je kunt ze er ook zo laten uitzien als je zelf wilt. Denk aan een langere punt, of een zwaard met een kartelrandje. Je moet er maar net zin in hebben om door urenlang van alles uit te proberen om uit te vinden wat wel werkt en wat niet. Daarnaast is het temmen van een dier zonder uitleg een schier onmogelijke taak. Elk beest reageert alleen op een bepaald soort voedsel; je zou een dag nodig hebben om alle verschillende combinaties uit te kunnen proberen. Had jij kunnen verzinnen dat een schaap van suikerspin houdt?

Toch is dat moeilijk een minpunt te noemen, dat er te veel is om te begrijpen. Het heeft ook wel weer een bepaalde charme dat je alles zelf moet uitvinden. Het duurde bijvoorbeeld even voordat ik wist dat je met een hangglider van een berg af naar beneden kunt suizen, maar toen ik daarachter kwam ging er weer een hele wereld voor me open. Ineens stelde ik mezelf de uitdaging om een zo hoog mogelijke berg te beklimmen en te zien hoe ver ik kon zweven. Ook heeft die vliegmachine me uit menig benarde situatie gered door me zo snel mogelijk bij de moordlustige eekhoorntjes weg te halen.

Je hoort het al, het was moeilijk om me te vervelen in deze magische blokkenwereld. Voor een alfa is deze game zeer compleet. En op de website van het het tweekoppige team worden ook nog eens allerlei beloftes gedaan voor het voltooide product. Spelers zouden straks hun eigen huizen kunnen hebben, een achtergrondverhaal met meerdere quests kunnen doorlopen of hun huisdieren laten evolueren. Als Cube World in de alfafase al zo vol zit met content om te ontdekken, dan kan ik niet wachten op de complete release. Al kost het me mijn vrije weekend.