Ubisoft doet er in ieder geval alles aan om duidelijk te maken dat Assassin’s Creed III nieuw is. Na drie delen Italië en Ezio Auditore da Firenze waagt de serie nu een sprong over de Atlantische Oceaan, naar Amerika ten tijde van de Onafhankelijkheidsoorlog. Dat betekent niet alleen een nieuwe omgeving, een nieuwe setting en een nieuw hoofdpersonage, maar ook een enigszins andere opzet dan we gewend zijn van de serie.

Assassin’s Creed III zet namelijk voor het eerst een ferme stap in de natuur. Waar de rurale gebieden in de verschillende voorgangers vooral dienden als hub tussen de grote, levendige steden, speelt de Noord-Amerikaanse wildernis ditmaal een prominente hoofdrol. De Frontier – de naam voor het natuurgebied – beslaat een derde van de complete spelwereld en is volgens de makers een omgeving op zich, net als de steden in eerdere games. In vergelijking: de Frontier is qua oppervlak anderhalf keer zo groot als het Rome uit Revelations.

Flora en fauna

De natuurlijke omgeving levert niet alleen maar mooie plaatjes op. Het bekent voor hoofdpersoon Ratohnhake:ton (Connor voor intimi) dat hij zich in tegenstelling tot zijn voorgangers over takken, via rotsformaties en door dikke pakken sneeuw moet manoeuvreren. Hoewel hij met dezelfde souplesse door deze nieuwe habitat voortbeweegt, vergt het van doorgewinterde Assassin’s Creed-adepten een aanpassing. Hooibergen zijn sporadisch te vinden, terwijl visuele aanwijzingen van het te volgen pad minder nadrukkelijk aanwezig zijn. Elk stuk bos, elke rotsformatie is al zo'n puzzel dat jij al freerunnend op hoog tempo een weg moet zien te vinden.

Krachten van de natuur spelen daarbij een grote rol. Dikke pakken sneeuw belemmeren bijvoorbeeld dat hoge tempo, terwijl patrouilles à la Metal Gear Solid worden gealarmeerd wanneer ze voetafdrukken of bloedsporen vinden. Mist hindert het zicht van zulke patrouilles, waardoor je eenvoudiger ongezien blijft. Regent het, dan zijn er minder mensen buiten en is het dus moeilijker om op te gaan in een menigte om te ontsnappen. Midden in de wildernis wemelt het daarnaast van de dieren – dertig verschillende soorten – dus moet je ook niet raar opkijken als je plotseling met een immense beer staat te vechten, of dat je aanwezigheid een kudde elanden verschrikt doet wegrennen.

In de presentatie die wij te zien kregen, liet Ubisoft voorbeelden zien van wat spelers zoal te doen krijgen in het Frontier-gebied. Tijdens één missie was het bijvoorbeeld de bedoeling om een karavaan in te halen, die Connor weet te spotten door vanaf een hoge rots de omgeving te verkennen. Als een goed getraind aapje springt Connor daarna van boom naar boom, bereikt hij het uiteinde van de karavaan, springt hij met een welgemikte Leap of Faith in een hooiberg achterop een huifkar en rijdt hij vervolgens ongezien een stad binnen.

Met dezelfde behendigheid sluipt Connor even later over de takken van de bomen in een spierwit bos. Onder hem ploetert een patrouille voort door de dikke laag sneeuw, onbewust van het gevaar boven hun hoofd. Connor laat zich vallen uit de boom, plant zijn Tomahawk in de slagader van een nietsvermoedende soldaat, trekt zijn pistool en velt met één schot twee collega’s van het eerste slachtoffer, om in dezelfde beweging met wederom de Tomahawk vijand nummer vier te vermoorden. Het blijkt een mooi voorbeeld van de twee wapens die Connor tegelijk kan hanteren in Assassin’s Creed III, wat hem minstens even stoer maakt als Altaïr en Ezio.

Het derde stukje gameplay dat we te zien kregen is vooral een mooi voorbeeld van de periode waarin dit derde deel zich afspeelt. Terwijl de zon schijnt begeeft Connor zich op het slagveld bij Bunker Hill, om daar tussen de tweeduizend NPC’s, explosies en musketvuur dekking te zoeken en strategisch stap voor stap voort te bewegen naar de andere kant van het strijdtoneel. Het fragment is exemplarisch omdat voor het eerst in de serie vuurwapens een rol spelen (die overigens over maximaal twee kogels beschikken, vrees dus niet voor al te moderne praktijken) en omdat het gevecht bij Bunker Hill een iconisch stuk geschiedenis is. Net als vorige Assassin’s Creed-games weet dit deel je op zulke momenten onderdeel te maken van de historie.

Historie

Zo schetst Assassin’s Creed III een beeld van een pril Amerika. Naast het uitgestrekte natuurlandschap herbergt de game met Boston en New York twee steden in opbouw, beide flink accuraat nagebouwd op een schaal van één op drie, aldus Ubisoft. We zien Boston met de levendige Long Wharf waar visverkopers hun waar al schreeuwend aanbieden, waar kleine jochies met nog meer volume kranten proberen te slijten, en waar recalcitrante belhamels appels proberen te jatten van de lokale groenteboer. Je kunt de zoute zeelucht bijna ruiken, zo fijn weet de game een achttiende-eeuwse sfeer neer te zetten.

Assassin’s Creed III beslaat een periode van dertig jaar binnen die achttiende eeuw, beginnende in 1753. De game behandelt daarmee het Amerika van voor, tijdens en na de revolutie, en volgt hoofdpersoon Connor zo al van jongs af aan. Het betekent dat we hem zien uitgroeien van dreumes tot pionier, een soort evolutie binnen de revolutie. Net als Altaïr en Ezio is Connor een koelbloedige moordenaar, maar handelt hij vanuit een vrijheidsideaal. Hoewel de stam waarbinnen hij opgroeide neutraal is in de oorlog, gaat Connor zijn Assassijn-voorouders achterna en speelt hij uiteindelijk een belangrijke rol in de wereldgeschiedenis.

Connor komt in zijn tocht door de geschiedenisboeken behalve het gevecht op Bunker Hill nog een reeks andere belangrijke gebeurtenissen en prominente figuren tegen. Van The Great Fire of New York in 1776 tot beroemde speeches, en van George Washington en Benjamin Franklin tot LaFayette; allemaal dragen ze bij aan die typische kracht van Assassin’s Creed om jou op te slokken in vervlogen tijden.

Fundamenten

Hoewel het een eerste blik betrof, zijn we uiteindelijk veel te weten gekomen over Assassin’s Creed III. De game pakt het op een aantal vlakken anders aan dan zijn voorgangers en is daarom inderdaad nieuw. Dat neemt niet weg dat dit derde deel gewoon nog steeds draait om stealth, gevechten en vloeiend klim- en klauterwerk. Desmond keert gewoon terug en krijgt meer beeldtijd dan ooit tevoren, de Brotherhood keert terug om je af en toe te hulp te schieten, multiplayer keert terug en ook kun je gewoon weer een stel zijmissies spelen. Geheel in stijl van de setting kun je bijvoorbeeld lid worden van een jachtclub en zo dierenhuiden en vlees verzamelen om elders te verkopen.

Het is te vroeg om enig beeld te schetsen van hoe góed Assassin’s Creed III is, maar de voortekenen zijn goed. Het combineert een frisse start met kwaliteiten die de serie door de jaren heeft opgebouwd, en is tegelijkertijd voor het eerst sinds deel één een game waar langere tijd aan wordt gewerkt. Assassin’s Creed III is al 2,5 jaar in ontwikkeling bij de teams van deel één en twee én de Sands of Time-crew van Prince of Persia, terwijl de mensen achter Brotherhood en Revelations later zijn ingehaakt. Tezamen moeten zij zorgen voor een game die overhyped noch ondergewaardeerd is, maar eindelijk op de juiste waarde wordt geschat.