De telefoon ging net op het moment dat zijn virtuele alter ego werd besprongen door een drietal orcs. Hij overwoog de telefoon te laten gaan, maar bedacht zich bij de derde rinkel.

De vingers van zijn linker hand dansten onafgebroken over de nummertoetsen om de drie tegenstanders te bevechten. Met zijn rechterhand nam hij op.

“Mark, jongen!” zei een stem. “Waarom hoor ik niks van je?” De stem was bekend. Mark kende Karel sinds de derde, nog voor ze samen naar de universiteit gingen.

“Ik ben bezig.”
“Man, je mist een episch feest vanavond. Je moet komen!”

Een van de orcs probeerde weg te rennen. Mark klemde de telefoon tussen zijn wang en schouder om twee handen vrij te hebben en de achtervolging in te zetten.

“Nee. Niet vandaag.”
“Oh, man toch niet weer dat gezeik over de dertiende?”
“Het is geen gezeik. Je weet wat er vijf jaar geleden gebeurde.”
“Vijf jaar ge… Man, dat was een stom ongeluk! Jij had voorrang, de verzekering betaalde toch?”
“En ik zat zes weken in het gips.”

“Maar dat was vijf jaar geleden!”
“En drie jaar terug, met die wesp dan? Ik stikte zowat!”
“Dat had iedereen kunnen overkomen,” zei Karel. Er begon wanhoop in zijn stem door te klinken. Mark negeerde dit en concentreerde zich op de nieuwe groep orcs die hun gevallen kameraden kwamen wreken.

“Nou goed,” zei Karel. “Je slikte per ongeluk een wesp in. Maar je had mazzel, toch?”
“Mazzel? Ik werd in mijn keel gestoken, die zo opzette dat er een ambulance bij moest komen. Noem je dat mazzel? Op vrijdag de dertiende?”
“Nou, het had erger kunnen zijn. Je had allergisch kunnen zijn voor wespen.”

“Ik BEN allergisch voor wespen! Daar kwamen we toen achter! Ik mag ‘s zomers de deur niet meer uit zonder een enorme injectienaald bij me. En weet je waar ik net zo bang voor ben als vrijdag de dertiende?”
“Eh,” klonk het aan de telefoon.
“Inderdaad. Injectienaalden. Panisch bang. Maar ik kan elke zomer in de situatie komen dat ik mag kiezen tussen doodgaan en mezelf steken met een naald. Joepie.”

“Goed, je hebt een paar keer pech…”
“Een paar keer?” riep Mark uit. In zijn woede rende hij bijna met zijn LOTRO-personage een ravijn in.
“Twee jaar terug: de rem op mijn fiets weigert en ik knal tegen die dikke dame met haar tas vol chips en cola aan. En denk je dat de chips de val braken? Nee, ik land op de colaflessen. Die knappen. Vorig jaar was ik de enige in Nederland die gebeten werd door een echte hondsdolle vleermuis. En weet je wat je krijgt als je gebeten wordt door een vleermuis?”

“Eh?”

“Injecties. Met naalden. Dus nee, ik ga vanavond niet naar het feest. Ik blijf de hele dag binnen. Voor de zekerheid wacht ik tot het in elke tijdzone geen vrijdag de dertiende meer is. En als mijn huis niet is ingestort en er geen pyromaan actief bleek, dan zien we zondag wel weer verder.”

Het bleef even stil aan de andere kant van de lijn. Marks kamer werd gevuld met het gekletter van middeleeuwse wapens en de doodskreet van orcs.

“Hanneke komt ook vanavond.”

Mark zweeg. Voor het eerst die dag was Mark niet meer zo zeker van zijn zaak. Hij zocht al weken naar een kans om Hanneke buiten college te zien. Hij durfde haar niet te bellen, had haar nummer niet eens. En nu, zomaar, vroeg ze naar hem? Hij drukte op shift-H om zijn paard te bestijgen. Zijn personage galoppeerde over een virtueel zandweggetje in de richting van het kamp waar hij zijn beloning kon claimen.

“Ze zei dat ze er naar uitkeek om je weer te zien. Dat zei ze uit zichzelf.”

Mark zweeg nog steeds. Hanneke! Allemachtig, Hanneke vroeg naar hem? Hij had haar nog maar een paar keer gesproken, maar dat was genoeg geweest om er voor te zorgen dat hij als een baksteen voor haar was gevallen. Al een half jaar probeerde hij de moed te verzamelen om haar uit te vragen.

“Dude, ben je er nog? Hoor je me wel?”
“Ik hoor je,” zei hij tenslotte. “Is dit een truc om mij naar het feest te krijgen?”
“Ja,” gaf Karel toe. “Maar het is ook waar. Ze zei het echt.”
Mark schudde het hoofd. “Nee,” zei hij tenslotte. “Het is een valstrik.”

“Waar héb je het over?”
“Een valstrik van vrijdag de dertiende. Ik ga niet. Als ik ga dan gebeurt er iets vreselijks. Ik zal wel over haar heen kotsen of zo. Of mezelf straal belachelijk maken na een verkeer gevallen biertje.”
“Da’s toch een mooi verhaal voor jullie kleinkinderen later?”
“Als ik enige kans wil hebben met Hanneke, dan zie ik haar later wel. Niet vandaag. Het spijt me, Karel.”

Hij hing op en richtte zijn aandacht weer op zijn spel, waar een pop-up scherm zijn aandacht trok. Hij pakte zijn headset, zette deze op en accepteerde de uitnodiging. Mark werd begroet door zijn gildegenoten. Een moment later was hij niet langer de eenzame strijder tegen Sauron, maar één van twaalf strijders, op weg om Saruman voor eens en voor altijd uit de toren Orthanc te meppen.

Routineus werkte het team zich door de eerste sombere gangen van de kerker. Mark verbaasde zich over het gemak waarop de twaalf de eerste sterke vijanden wisten te verslaan. De stemming sloeg al snel om in euforie toen de eerste kist met buit werd geopend en voor het eerst sinds Mark het spel speelde meerdere legendarische wapens uit rolden.

Het team baande zich vlot een weg door de volgende gangen. Marks studentenkamer vulde zich met het geluid van wapens en magische explosies, die samen de krachtige regen van buiten overstemde. Tot zijn telefoon opnieuw rinkelde.

Mark keek naar het display. Karel weer.
“Ik vind echt dat je je aanstelt,” zei Karel. Op de achtergrond klonk muziek en het luid kletsen van tientallen mensen.
“Ik ben bezig,” zei Mark.

Op het scherm was de groep net begonnen aan de volgende tussenbaas, en hij had er een hele klus aan om de aandacht van het gedrocht vast te houden terwijl hij ook nog de telefoon tussen wang en schouder klemde.

“Je begaat een enorme vergissing. Het is hier geweldig en Hanneke heeft al twee keer aan me gevraagd wanneer je komt.”
“Ik kom niet, dat heb ik je al gezegd.”
“Ja hoor es ik ga haar niet uitleggen dat mijn beste vriend opeens tegelijk paranoïde en achterlijk is geworden.”

Marks personage werd getroffen door een bijzonder zware aanval en was op een haar na dood.
“He verdomme. Ik ben bezig. Doei,” zei hij, waarna hij ophing.

Nu hij zijn volle aandacht weer op het spel kon richten, was het een koud kunstje om de aanvallen af te slaan. De genezer van de groep wist hem ruim op tijd weer van voldoende levensenergie te voorzien en ook deze tussenbaas ging onder luid gejuich van het team onderuit. De buit was zo mogelijk nog zoeter dan bij de vorige kist.

Nu stond niets de twaalf meer in de weg. Saruman zou neergaan, en het zou Mark niet verbazen als de laatste beloning legendarisch zou zijn. Het zag ernaar uit dat hij de juiste beslissing had genomen. Door geen stomme dingen te doen, zoals naar buiten te gaan, zou deze vrijdag de dertiende eindelijk een geluksdag zijn.

Een half uur later was het gevecht in zijn laatste cruciale fase. Mark voelde zich alsof hij vleugels had. De vijand leek er zelf niet meer in te geloven en had opmerkelijk weinig zware klappen uitgedeeld. De raid maakte zich klaar om de genadeslag uit te delen toen de telefoon ging.

Karels nummer verlichtte het scherm. Mark rolde geïrriteerd met zijn ogen. Dit moest nu echt afgelopen zijn. Hij nam de telefoon op.

“Ik kom niet,” riep hij in de hoorn. “Hoor je me? Ik wil Hanneke vanavond niet zien. Ik kots haar vast helemaal onder. Dat heb ik je uitgelegd. Ik ben met belangrijkere dingen bezig. Hoe vaak moet ik je dat nog zeggen?”

“Oh,” klonk het aan de andere kant van de lijn. Het was een heel teleurgesteld geluid. Nog veel belangrijker was dat het geluid niet klonk als Karel.
“Wie… wie is dit?” hakkelde Mark, die het antwoord eigenlijk wel wist.
“Ik zal je niet meer storen,” zei Hanneke. De verbinding werd verbroken. Op hetzelfde moment doodde Saruman het hele raid-team met een enkele spreuk.


Harry schreef al eerder een Halloween-horrorverhaal voor Gamer.nl.