Alweer een goede maand verleden verscheen het bericht dat de Gay Krant het spel Postal 2 in Nederland wilde verbieden. Het spel zou volgens de krant aanzetten tot homohaat en dubieuze content bevatten. Er werden zelfs kamervragen over het spel gesteld, die nu voor het publiek verschenen zijn:Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden.

Vragen van het lid Van der Ham (D66) aan de minister van Justitie over het gewelddadige computerspel "Postal 2"

1: Heeft u vernomen dat het computerspel "Postal 2" in maart 2003 op de Nederlandse markt verkrijgbaar is? Bent u bekend met het gewelddadige karakter van het spel met name ten aanzien van junks en homoseksuelen?

2: Hoe beoordeelt u de uitspraak van de Amerikaanse directeur Vince Desi van het Softwarehuis, die dit spel distribueert, dat "Postal 2" gaat over goed versus slecht, hetero versus homo.

3: Deelt u de mening dat dit spel aanzet tot haat tegen homoseksuelen?

4: Bent u bereid dit spel te verbieden, zoals enkele andere landen, waaronder Australië, dat gedaan hebben?

Antwoord van minister Donner (Justitie)

1: Ik heb vernomen dat het computerspel "Postal 2" in maart 2003 op de Nederlandse markt zal worden gebracht. Ik ken het spel derhalve nog niet. Via beschrijvingen van het spel op een aantal sites op het Internet is mij echter duidelijk geworden dat het spel een zogenaamde "first-person Adventure" betreft, waarin de mogelijkheid wordt geboden om te kiezen voor diverse manieren om het spel te spelen. Kennelijk is niet het doel van het spel om punten te scoren door zoveel mogelijk doelwitten te raken, doch gaat het om het vervullen van een aantal opdrachten. Ik heb begrepen dat de speler er daarbij voor kan kiezen om via de hoofdpersoon in het spel te schieten op doelwitten, waaronder drugsverslaafden, dikke mensen en homoseksuelen.

2 en 3 : Deze uitspraak is mij niet bekend. De beoordeling of er bij dit spel sprake is van discriminatie van of aanzetten tot haat tegen homoseksuelen laat ik over aan het Openbaar Ministerie. Wel meen ik dat deze vorm van vermaak van wansmaak getuigt.

4: Neen. Op basis van artikel 7 van de Grondwet is preventief toezicht op de inhoud van computerspelen door de overheid niet toegestaan. Wel laat dit Tweede Kamer, vergaderjaar 2002–2003, Aanhangsel artikel repressief ingrijpen toe, bijvoorbeeld door middel van het strafrecht. De beoordeling van eventuele strafbaarheid dient door het Openbaar Ministerie te geschieden, op basis van de bestaande strafbepalingen (b.v. aanzetten tot haat of geweld of het verstrekken van een schadelijke afbeelding aan een minderjarige).

Het creëren van een specifieke strafbepaling voor een spel als dit acht ik niet opportuun. Overigens ben ik van mening dat strafrechtelijk ingrijpen in onze samenleving een laatste middel dient te zijn. Een groter effect zal uitgaan van preventieve maatregelen die in het kader van de zelfregulering worden getroffen. Uiteraard streven bedrijven commerciële doelstellingen na. Maar dat betekent niet automatisch dat er geen ruimte zou zijn voor het aanleggen en handhaven van bepaalde normen. Op het terrein van classificatie van computerspelen is in 2002 nieuwe Europese regelgeving tot stand gekomen. Inmiddels heeft de internationale computergame brancheorganisatie ISFE het Nederlands Instituut voor Classificatie van Audiovisuele Media (NICAM) uitgekozen om de onlangs overeengekomen Europese classificatiesystematiek voor computerspellen en games te implementeren.

Deze systematiek voorziet onder meer in een klachtenprocedure voor consumenten. Vanaf medio 2003 zullen computerspellen in vrijwel alle West-Europese landen voorzien worden van eenduidige leeftijdsaanduidingen en inhoudspictogrammen, analoog aan de opzet van "Kijkwijzer" in Nederland. De verantwoordelijkheid voor het classificeren ligt bij de uitgevers en distributeurs van computerspellen zelf. Bij onjuiste classificatie kan er een klacht worden ingediend bij de klachtencommissie van het ISFE. Ik heb de distributeur van Postal 2 in Nederland inmiddels meegedeeld dat van hem wordt verwacht, dat bij de distributie van een spel als het onderhavige de nodige zorgvuldigheid wordt betracht om te voorkomen dat het verstrekt wordt aan personen beneden de leeftijd van zestien jaar. Indien vervolgens individuele detaillisten zich zouden onttrekken aan de beoogde zorgvuldige distributie, in het bijzonder indien zij die handelwijze publiekelijk zouden afficheren, kan dit aanleiding zijn voor het openbaar ministerie om een strafrechtelijk onderzoek in te stellen. Met dank aan Dizz voor het melden van dit nieuws