Uit het onderzoek blijkt dat 25% van de ondervraagden de PC het vaakst gebruikt om games te spelen, gevolgd door 18% voor laptops/netbooks en 9% van de mensen speelt het vaakst op een Android-smartphone. Als ouders samen met kinderen spelen, wordt op de Wii het meest gespeeld, met 18% gevolgd door PC met 15% en iPad met 14%.

In totaal speelt 41% van de respondenten op een computer, 28% op de console, 30% op mobiel en 15% op handhelds als de PSP, Nintendo DS of 3DS.  

In het onderzoek worden verder verschillende onderdelen van gamen aangehaald, waaronder de herkenbaarheid van de icoontjes van de PEGI-leeftijdsclassificaties, hoeveel procent games online speelt en welke andere activiteiten naast gamen worden uitgevoerd.

Ook is gevraagd welke associatie mensen bij games hebben en wat zij denken over hun invloed op kinderen. Hierbij denkt 52% van de respondenten dat games kinderen niet agressiever of minder agressief maken. 

Europees onderzoek

Naast een onderzoek dat zich specifiek richt op Nederland, zijn ook resultaten van 15 andere Europese landen gepubliceerd. Hiertussen zitten onder meer België, Duitsland, Frankrijk, Zwitserland en Tsjechië. Bij de vragen over de effecten van games op kinderen, zijn grote verschillen te ontdekken.

Zo denkt 48% van de Italianen dat kinderen agressiever worden van games, terwijl maar 12 procent van de Duitse respondenten dit denkt. Dat terwijl de Duitse wetgeving strenger is met betrekking tot gewelddadige content in games, dan in andere Europese landen het geval is. 73% van de Duitsers geeft wel aan nooit een game te kopen die in een hogere leeftijdsclassificering valt dan de leeftijd van hun kind, tegenover een Europees gemiddelde van 45%. Het volledige Europese rapport is terug te vinden op de site van ISFE