De ex-quarterback claimde zonder toestemming in een game binnen EA's NCAA Football-serie te zijn geportretteerd. Rechter Freda Wolfson verwierp de zaak op grond van het eerste amendement. De rechten van de vrijheid van meningsuiting van EA wegen zwaarder dan Ryan Harts recht op de controle van zijn naam en gelijkenis, zo oordeelde ze.

In het verslag van 67 pagina’s erkent Wolfson dat de digitale quarterback binnen de NCAA Football-game "lijkt op Hart en is ontworpen met dezelfde fysieke eigenschappen, sportstatistieken en biografie." Het feit dat de speler praktisch alles aan de speler konden veranderen, deed haar echter besluiten Harts claim te verwerpen. "De afbeelding dient als een startpunt voor de spelervaring", zo oordeelt Wolfson.

De advocaat van Hart, Tim McIlwain, snapt de conclusie van de rechter niet. "Miljoenen dollars winst en mijn cliënt krijgt hier niets van. Hoe heeft het zo ver kunnen komen?" In een eerdere soortgelijke zaak kreeg de American Football-speler die toentertijd een aanklacht indiende, wel zijn gelijk toegekend. Toen oordeelde een andere rechter dat EA's digitale versie van de speler wel degelijk een waarheidsgetrouwe representatie was. Hart heeft aangegeven in hoger beroep te gaan.