Electronic Arts heeft een rechter gevraagd om het gebruik van levensechte militaire helikopters in computerspellen toe te staan, zonder daarvoor toestemming te hebben van de makers. Het bedrijf beroept zich hierbij op de ‘First Amendment’, oftewel het eerste grondwettelijke recht dat vrijheid van meningsuiting garandeert in de Verenigde Staten.

Deze handeling volgt op een mislukte discussie tussen Textron, het moederbedrijf van Bell Helicopter, en Electronic Arts. De discussie ontstond nadat op 21 december advocaten van Textron van EA hebben geëist het gebruik van de helikopters te staken. Dit blijkt uit papieren van de rechtszaak.

EA geeft aan dat de vertoning van de helikopters gerechtvaardigd is door het ‘First Amendment’ en de ‘doctrine of nominative fair use’, wat onder meer inhoudt dat derden een trademark mogen gebruiken zolang zij niet suggesteren iets te maken te hebben met het vertoonde product, in dit geval de helikopters. Het doosje van Battlefield 3, het spel waarin de helikopters gebruikt worden, heeft verder een disclaimer waarin staat dat er bij het gebruik van levensechte wapens of voertuigen er geen sprake is van enige vorm van officiële omarming. EA voegt daarnaast toe dat de helikopters van Bell geen extra prominente rol hebben in het spel.

“De door Bell geproduceerde helikopters voorgesteld in Battlefield 3 zijn slechts een paar van de ontelbare creatieve audiovisuele, plot-, en programmeerelementen waaruit EA’s expressieve werk, een first-person militaire vechtsimulatie, bestaat”, aldus het argument van Electronic Arts.