Na een gesprek over vrouwen in de game-industrie, ontwikkelaars op hun eigen eiland en netwerklunches, neemt Zuraida Buter geen afscheid zonder me een flyer voor The Art of Play te overhandigen. Het lijkt de Nederlandse ten voete uit: enthousiasmerend, overal bij betrokken en vooral de aandacht afleidend van de persoon die het allemaal mogelijk maakt. Die persoon ken je waarschijnlijk niet; de projecten die ze opzette en mede-ontwikkelde ongetwijfeld wél.

Buiten de spotlights

Zo bedacht Buter INDIGO, het Utrechtse gamefestival dat onlangs op 28 september voor de vierde maal werd georganiseerd. Ook kwam zij met het idee voor de inmiddels befaamde netwerklunches van Dutch Game Garden, waar makers, uitgevers, insiders en buitenstaanders op informele wijze regelmatig samenkomen om te sparren en informatie uit te wisselen. Buter (vaak opererend onder bedrijfsnaam Zo-iisprak voor TEDx, GDC Europe en een reeks internationale festivals, is wereldwijd executive director van de Global Game Jam, was columnist voor CHIEF, jureert bij internationale gamecompetities en doceert Interactive Performance Design aan de HKU. Met al haar inzet trok ze de aandacht van de European Women in Games Hall of Fame Awards 2013, waar ze een award voor Achievement en Innovation in de wacht sleepte.

Zuraida Buter

Toch blijft Buter zelf buiten de spotlights. Waarom is dat? Ze legt uit: “Ik ben van nature iemand die observeert en zichtbaarheid geeft aan anderen; ik kan heel goed anderen promoten. Als het om iets gaat wat ik zelf organiseer, is het meer van ‘oh ja, hier heb ik ook nog aan meegewerkt’.” Dat heeft niets te maken met valse bescheidenheid: “Ik ben gewoon vrij verlegen en graag op de achtergrond. De award staat bijvoorbeeld ook niet op mijn website.”

Het verklaart waarom we eigenlijk niets weten over de persoon Zuraida Buter. Vraag ik on the record naar haar leeftijd, dan krijgen we gewoon antwoord: “35, bijna 36. Maar dat heb ik altijd goed verborgen weten te houden.” Mogen we het gebruiken voor Gamer.nl? Lachend: “Dat vind ik wel moeilijk hoor, maar misschien moeten we het er maar een keer uitgooien.” De rest van het verhaal volgt. Buter komt oorspronkelijk uit Enschede, werkte in Utrecht bij de bekende gameshop Dr. Games (inmiddels Nedgame) en studeerde Nieuwe Media en Digitale Cultuur aan de Universiteit Utrecht. Daar zette ze een game-o-theek op, vanuit de wens om haar omgeving aan het gamen te krijgen.

Nederland gameland

Buter begon les te geven aan de Universiteit Utrecht en vanaf 2006 op de HKU. Via Viktor Wijnen (directeur van Dutch Game Garden) werkte ze aan het uitbreiden van de game-o-theek: “Voordat DGG bestond was ik eigenlijk al een project voor ze aan het doen.” Dutch Game Garden kwam officieel van de grond en Buter werd gevraagd om aan boord te komen. Ze reisde naar de Tokyo Game Show en GDC in San Francisco om te laten zien waar men in Nederland zoal mee bezig was.

Op die verre locaties viel haar op dat er ‘geen centrale verbinding’ was tussen Nederlandse ontwikkelaars: “Dan ging het zo: ‘Hey, ik kom uit Nederland.’ ‘Hey, ik ook!’ Iedereen zat op zijn eigen eilandje. Toen dacht ik: ik wil dat er in Nederland een plek is waar gespeeld kan worden en dat mensen die de games maken elkaar ontmoeten, zodat er vervolgens ook een identiteit ontstaat van Nederland als plek waar mensen games maken.” Zo ontstond het idee voor INDIGO, een plek om mensen bij elkaar te brengen én een breder publiek aan te spreken.

Veel initiatieven van Buter komen voort uit die wens: om het aanwezige talent in Nederland, maar ook in Europa, samen te brengen. Overige projecten ontstonden uit de drang om mensen maar aan het gamen te krijgen en kennis te laten maken met interessante projecten en ontwikkelingen in de industrie. Enthousiasme aanwakkeren, verbindingen leggen, een wetenschappelijke achtergrond en een grote liefde voor het medium vormen de drijfveren van Buter.

Zuraida Buter

Vrouwen in games

Dan blijft nog één pijler voor haar passie onderbelicht: aandacht voor de positie van de vrouw in de gamewereld. Haar award ontving Buter in het kader van de European Women in Games Hall of Fame, een initiatief om zichtbaarheid te geven aan de in de industrie werkzame vrouwen. Zichtbaarheid is de sleutel tot een bredere acceptatie, vindt Buter. Er is sprake van een vicieuze cirkel, waarin de mannen achter de veelbelichte topgames de meeste aandacht krijgen. Daar hebben vrouwen zelf ook debet aan: “Om te laten zien dat er vrouwen op topposities zitten, moeten zij er ook zelf aan bijdragen.”

Zuraida ButerButer geeft een voorbeeld van Fiona Sperry, van Criterion Games. Krijgt een game van die studio een prijs, dan gaat Sperry zelf niet het podium op om de award te claimen: “Dat laat ze haar mannelijke collega’s doen, waardoor het beeld weer bevestigd wordt.” Daarom moedigt Buter —bijvoorbeeld via Women In Games, wederom een eigen intiatief —andere vrouwen aan: “Gá nou eens naar een congres, schríjf je in, máák dingen, ga óók spelen.” Waarom? Omdat de gamewereld gebaat is bij diversiteit en gelijke profielen: “in inhoud, in content, in makers en in games.”

Wrang voorbeeld van de heersende stereotypen is een recente Bart Smit-folder. Buter, duidelijk gepikeerd: “Er stond een pagina met ‘Jij wilt toch ook zo goed als je mama zijn?’, met allemaal roze stofzuigertjes en schoonmaakspullen; de grootste clichés. De jongetjes mochten juist science-dingetjes doen. Het begint allemaal heel vroeg.” Naast de positieve aandacht van Women in Games noemt Buter initiatieven zoals het Level Up-programma van Dutch Game Garden (Make-a-Game Day: jongeren op het middelbaar onderwijs kennis laten maken met het medium) en Amerikaanse girl scouts die meisjes games laten maken. Alles om het stigma van gamen als exclusieve jongenshobby te doorbreken.

Maar vooral zichtbaarheid dus. Misschien begint het wel bij Zuraida Buter zelf, opperen we. Ja, ze werkt mee aan een bijna eindeloze stroom initiatieven, spoort andere vrouwen aan en brengt de industrie in beeld via verschillende fotoreportages, maar blijft zelf tot nog toe dus vooral op de achtergrond. Dat is tegenstrijdig, geeft ze toe. Tijd om daar verandering in te brengen? Buter beaamt: “Ik moet inderdaad misschien meer op de voorgrond treden.” Bij dezen.