Het is een probleem dat eigenlijk altijd opduikt in industrieën die groeien naar volwassenheid. Of eigenlijk, een probleem dat vrijwel in alle facetten van het leven voorkomt. Zodra het geld begint te komen en de belangen groter worden, vergeten we vaak waarom we zijn begonnen en wat het ooit zo leuk maakte. Het zijn tegelwijsheden die Robert Bowling zelf verzonnen zou kunnen hebben. Wijsheden die hij maar al te graag als fundament voor zijn nieuw opgerichte ontwikkelstudio gebruikt. “Robotoki focust zich op het zijn van een ‘ontwikkelings-ontwikkelingsstudio’ die toevallig spellen maakt.” Oftewel, ze gaan weer lekker rommelen en leuke dingen maken.

Het toont een Journey-achtige filosofie, waarbij het einddoel niet het belangrijkste is. Als het al belangrijk is. De reis bepaalt namelijk wat er uit voortkomt. Zo geeft Bowling aan dat bij zijn studio het team het allerbelangrijkste is. “De rest komt op de tweede plaats.” Wat we ons hier bij voor moeten stellen, is waarschijnlijk zoiets als terug gaan naar de basis: met creatieve mensen originele ideeën verzinnen en die uitvoeren. Geen gezeur over doelstellingen, marktonderzoek of het aantal explosies in Call of Duty dat nodig is om een trending topic te creëren op Twitter. Maar, zoals Bowling aangeeft: “(…) Ervaringen creëren die platformen en genres overstijgen, en spelers toelaat om de wereld te verbinden met personages en gameplay.” Vaag? Misschien. Maar het is wel de manier waarop nieuwe en originele ideeën ontstaan.

Voorspelbare cyclus

Is het eigenlijk nog mogelijk om als grote ontwikkelaar/uitgever te denken aan zoiets als de reis en de focus op het eindproduct los te laten? Kan bijvoorbeeld Activision het zich veroorloven om het hele idee van een nieuw Call of Duty-spel aan het einde van het jaar te laten varen en het ontwikkelingsteam de volledige vrijheid te geven om een actiespel te maken? Of nog beter: het team loslaten om een universum te laten creëren en zaken zoals spelmechaniek of nog erger, branding, op een tweede plan te zetten?

Het antwoord is nee. Geen enkele CEO of andere verantwoordelijke zou een dergelijk risico nemen. Zelfs als een ontwikkelaar enkele briljante ideeën heeft of enorm graag enkele ingrijpende veranderingen wil verwerken in een spel, dan is daar altijd de machtige uitgever die met de vuist op tafel slaat en vraagt: “Maar wat is de return on investment?” Net zoals vele onbekende schrijvers hun potentiële bestseller voor altijd in Mijn Documenten moeten laten staan en de winnaar van The Voice geen jazz op een blokfluit mag spelen, blijven de variaties van Call of Duty, Fifa en The Elder Scrolls komen met vaak risicoloze revoluties als een vernieuwd schietsysteem. Het is een voorspelbare cyclus waarbij men vooral binnen de lijntjes moet blijven kleuren.

Geen wonderen, geen risico

Wat Robert Bowling denkt, wil en probeert, is toe te juichen. Zijn beklag over Activision en Infinity Ward, dat duidelijk tussen de regels door is te lezen, is volkomen begrijpelijk, en het zal dan ook niemand verrassen dat het er zo aan toe gaat. Hoe vaak we ook klagen over wéér een sequel, net zo vaak willen we dat we de nieuwe Battlefield liever vandaag dan morgen in onze Xbox of PlayStation kunnen doen. Juist deze tegenstelling heeft de industrie zo groot gemaakt en houdt het geheel draaiende.

Moeten we dan maar accepteren dat ook het gros van de volgende generatie games waarschijnlijk niet enorm gaat verschillen van hetzelfde spring- en schietwerk dat we nu voor onze kiezen krijgen? Moeten de werknemers van de grote ontwikkelaars het goed vinden dat ze als fabrieksarbeiders slechts hun taak moeten uitvoeren? Nee, natuurlijk niet. Maar laten we geen wonderen verwachten. Uiteindelijk willen de meeste van ons geen risico nemen met onze zestig euro’s en een spel in ons handen hebben dat doet wat we ervan verwachten: ons entertainen, ons laten ontsnappen uit de realiteit, gezelligheid bieden met vrienden en de ‘thrill’ geven die voortkomt uit competitiviteit. En laten we eerlijk zijn: dat is precies wat een nieuwe Call of Duty of The Elder Scrolls doet. Ook de vijfde keer en ook de zesde keer. We moeten Robert Bowling en zijn geestverwanten koesteren, maar dat is alles. Ze zijn geen verlossers, net zo min als het complete gekken zijn.