Ok, ik was twaalf in 1996. Misschien was Tomb Raider gewoon te eng voor mijn tere kinderzieltje. Ik was gewend aan puberale seksgrappen van Leisure Suit Larry, het turn-based Civilization waarvoor ik rustig mijn tijd kon nemen en het vernielen van mijn eigen stad in SimCity. Ik was wellicht nog niet klaar voor een vrouw in strakke kleren met twee grote geweren. Nou ja, misschien wel voor dat, maar niet voor de vleermuizen die je op elk moment kunnen komen lastigvallen.

Tomb Raider

De tram van Half-Life

Het lag uiteindelijk niet aan mijn leeftijd. Op mijn Nokia N-Gage (je weet wel, die telefoon in de vorm van een taco) kwam ik er in 2003 ook niet doorheen. Ik liet van schrik mijn mobieltje uit mijn handen vallen. En het bleef niet beperkt tot Tomb Raider, want ook latere games durfde ik niet langer dan tien minuten achter elkaar te spelen. Tuurlijk, System Shock 2 was waarschijnlijk wat te hoog gegrepen. Maar mijn situatie heeft mij meerdere unieke game-ervaringen gekost. Ik heb het ritje met de tram uit de opening van Half-Life misschien wel vijf keer gezien. Veel verder dan de paar scènes daarna ben ik nooit gekomen.

Waar ligt het aan? Is het de setting? Nee, want diezelfde 12-jarige die bang was voor vleermuizen had gek genoeg geen moeite met de demonische verschijningen in Diablo. Is het het perspectief, de third- of first-person camera die me doet geloven dat ik echt in zo'n verontrustende wereld loop? Ook dat kan het niet zijn, want ik kwam zonder problemen door Outcast of Thief heen. Althans, Thief totdat de zombies kwamen.

Dan moet dat het toch zijn; een gevoel dat ik op elk moment besprongen kan worden door een of ander eng wezen. Bij zulke spellen zit ik constant op het puntje van mijn stoel en giert de adrenaline door mijn lichaam. Ik krijg van shooters met aliens of agressieve dieren nog altijd meer angstzweet dan als ik menselijke soldaten over de kling mag jagen. Ik herinner me nog dat ik Condemned leende van mijn broer en hem met schaamrood op de kaken moest onthullen dat ik niet verder was gekomen dan het menuscherm.

Tram Half-Life

Creepy kinderstemmetjes

Tegenwoordig gaat het gelukkig een stuk beter. Als ik eerlijk ben raak ik nog steeds wat in paniek als ik bijvoorbeeld creepy kinderstemmetjes hoor fluisteren in Ghost Busters of een plein vol zombies voor me zie in Resident Evil. Ik heb mezelf echter aangeleerd om door de zenuwslopende secties heen te stomen, in de hoop dat er wat rustiger vaarwater op me wacht. Sterker nog, ik kan er nu zelfs van genieten en voel me onoverwinnelijk als ik zo'n stuk heb overleefd. Ik begin eindelijk een beetje te begrijpen waarom je enge spellen zou willen spelen.

Toch ben ik nog niet helemaal genezen. Er prijken uitstekende games in mijn kast die het verdienen om gespeeld te worden, maar die ik simpelweg niet in mijn console durf te stoppen. Alan Wake bijvoorbeeld. Als ik die schijnende zaklamp op de cover zie weet ik al dat ik het niet lang vol zal houden. En ik heb nog wel de prachtige collector's edition! Om nog maar te zwijgen over écht enge games als Silent Hill en Slender.

Het helpt om te weten dat ik niet alleen ben. Toen ik mijn angst voor de eerste Tomb Raider opbiechtte op de redactie verwachtte ik een stroom aan hoongelach. Maar meerdere collega's gaven toe dat ook bij hen Lara Croft niet alleen voorkwam in de prettige dromen. Plots werden er verhalen gedeeld, over de angst dat er een yeti uit de ijsgrot zou komen lopen. Natuurlijk zijn er ook gamers bij die expres de engste games uitzoeken, en hen zal ik nooit begrijpen. Simon dreigde ons zelfs iets aan te doen als iemand anders ook maar dácht dat ‘ie de review van de nieuwe Amnesia  zou doen. Ik moet er echt niet aan denken. Er is één ding dat mij dan wel weer opvrolijkt: zelfs Simon zette Tomb Raider in zijn top drie als het gaat om angst. Misschien toch een game om weer eens uit de kast te halen op deze vrijdag de dertiende.