25 April 2013, 10:21.

Ik lees dat Google sinds kort een digitaal testament aanbiedt, het antwoord op de vraag die niemand zichzelf wil stellen: wat gebeurt er met het leven dat ik jarenlang op internet geleid heb, als ik kom te overlijden? Niet in de laatste plaats omdat het nog altijd vrij ridicuul klinkt; en omdat niemand wil toegeven dat het wereldwijde web je misschien wel beter kent dan de mensen die je prominent in je testament noemt.

Het zette me aan het denken. Tastbare foto’s heb ik nauwelijks, een fysiek testament (of bijbehorende erfenis) al helemaal niet. Wat er dan van mij moet overblijven, is een herinnering die enkel in het hoofd van andere mensen bestaat. En op het internet. Daar zwerven inmiddels duizenden nieuwsberichten en artikelen van mijn hand rond, aangevuld door net zoveel posts op Facebook, Twitter en al die andere vergaarbakken van persoonlijke, onpersoonlijke uitingen. Onthouden heb ik het niet allemaal, maar teruglezen kan ik het wel. Behalve bij mijn WoW-personage dan. Hij blijkt enkel nog een herinnering in mijn hoofd, en misschien in dat van anderen.

Nee, zo zag ik er ook al niet uit

25 april 2013, 11:05.

Google doet z’n werk als zoekmachine en vindt nog een restant van zijn bestaan. Op de website WoWProgress zie ik ineens weer de naam van de guild waar ik ooit in heb gezeten. De link naar het Armory-profiel van mijn personage, is helaas dood. Waarschijnlijk net als hijzelf. Zijn huid had ik al verkocht voordat de beer – ik was een druid – geschoten was. En daarmee deed ik afstand van een erfenis die eigenlijk alleen mij toe kan behoren.

Een waardig afscheid heb ik hem en zijn naasten nooit gegund. Van het ene op het andere moment werd mijn personage ineens gespeeld door iemand anders. Dezelfde talenten, nog altijd die karakteristieke paardenstaart, maar onmiskenbaar niet meer mezelf. Want in World of Warcraft was ik iemand, net zoals ik dat nu ook ben. Alleen wie?

26 April 2013, 01:33.

Screenshots kan ik niet meer vinden, videobeelden bestaan niet eens. Iedereen met wie ik in mijn WoW-tijd contact had op de server, is gesneuveld met de opkomst van nieuwe chatprogramma’s en sociale netwerken. Mijn ICQ-nummer is vergeten of vergeven, de vaste servers op Ventrilo en Teamspeak waarschijnlijk verlaten, en zeker nooit door mij gedocumenteerd. Het eerste en tevens laatste bewijs van mijn digitale leven in WoW, is een standaardmail van Blizzards klantenservice uit 2005. Heel onpersoonlijk, vind ik persoonlijk.

Tussen toen en 2008 heeft WoW een gat in mijn leven geslagen. En dan niet eens omdat ik het grotendeels online heb besteed. Er zijn simpelweg geen overblijfselen meer van. Het verlengde van mijzelf – mijn volledig virtuele ik – is gestorven met het niet verlengen van mijn abonnement. De nieuwe eigenaar kreeg al mijn bezittingen, maar de bijbehorende herinneringen ziet niemand ooit meer terug.

29 April 2013, 23:41.

Ik lees dat koningin Beatrix met een diner in het Rijksmuseum afscheid neemt van de troon. Zij hoeft niet te vrezen dat haar leven niet geconserveerd blijft; ik wist niet dat ik daar bang voor had moeten zijn. En zelf voor had moeten zorgen.

30 April 2013, 11:59.

Vandaag doe ik wat mijn personage al die jaren heeft verzuimd. Willem-Alexander moet nog worden ingehuldigd, dus kan ik nog net mijn eigen koning eren. Een grafreden voor een grafrede, een postume afscheidsbrief, een nalatenschap.

Prins op de witte Frostsaber, koning van alle dieren, prooi van zijn eigen nalaten.

- P. (Night Elf Druid, 2005-2008, lvl. 1 -70)