Lees hier het eerste deel

Mijn vragende blik gaat richting de psycholoog…en weer terug naar de controller die op de bank ligt. Meer dan vijftig sessies heeft het geduurd, maar zijn eerste knik is een feit. Zijn ogen sturen me verder, naar het televisiescherm, en hij sommeert me een personage te bedenken. Was het maar zo makkelijk. Dat ik gevangen zit in de realiteit, zorgt er nu net voor dat ik niet zomaar iemand anders kan spelen. En wat maakt het dan nog uit welk ras ik ben, hoe breed mijn neusvleugels zijn en wat voor middeleeuws beroep ik graag zou uitoefenen?

Een diepe zucht, van de man die al maanden tegenover me zit, doet me even verstokken. Praten doet hij nog steeds niet, maar betrokken lijkt hij deze keer wel. En dat dringt tot me door. Dat hij de ernst inziet van deze situatie, is voor mij de erkenning waar ik naar snak. Misschien moet ik het maar gewoon proberen, zelfs iemand zonder fantasie kan toch wel iets verzinnen? Of keuzes maken in ieder geval?

Een ridder. Dat weet ik nog van vroeger, toen ik aan een stok en fantasie genoeg had om er zelf een dodelijk zwaard van te maken. Sterk moet het personage zijn, groot. En met een klein buikje natuurlijk, van het vele eten dat hij aan zijn spit rijgt. Hoe ik hem moet noemen is simpel, daarvoor volstaat mijn eigen naam. Als ik me dan toch met hem moet identificeren, laten we dan op zijn minst hetzelfde heten.

Via de weerspiegeling van de televisie boetseer ik het personage verder naar mijn evenbeeld. Meer kan ik niet doen, dus zal ik wel klaar zijn? Zo luidt ook de, in mijn ogen, retorische vraag op het scherm. Het is er een waar ik eigenlijk geen antwoord op kan geven. Mijn eigen persoonlijkheid is niet eens af, hoe kan ik beslissen over die van een ander, van wie ik ondanks een aantal ogenschijnlijk invloedrijke eigenschappen nog helemaal niets weet?

In hem moet ik me zien te verplaatsen, voor iedere meter die hij maakt. Mijn duim bedient zijn voeten, alsof er ergens in het samensmelten van onze identiteit kortsluiting is ontstaan. Maar daar bij stilstaan is er niet bij, zo werkt gamen niet. Alles gebeurt in een sneltreinvaart: relaties ontwikkelen zich binnen de span van vijf minuten en problemen ontstaan nog voordat er zich risico’s hebben kunnen vormen.

Gelukkig krijg ik de middelen om al deze obstakels te overwinnen onmiddellijk aangereikt, zodat er nauwelijks twijfel hoeft te bestaan over het feit dat ik het uiteindelijk wel zal redden. Dat is waarom ik zou willen gamen, toch? Om even de onnodige complexiteit van het echte leven achter me te laten, waarin beslissingen nog echt consequenties kunnen hebben en personen geen open boek zijn, laat staan een ingesproken a4’tje met wat regels tekst. Wie heeft daar nu zin in?

Ik! Ik heb daar zin in! De psycholoog veert op uit zijn stoel en kijkt hoopvol mijn kant op. Zijn lippen lijken te zeggen: ‘Eindelijk, ik dacht dat ik voor het je uit moest spellen.’ Maar letters of woorden blijven uit. Hij laat me alleen met mijn realisatie, om het samen uit te vechten, om te kijken wie er gaat winnen. Mijn zojuist beleefde Eureka-moment of de raderen in mijn hoofd, die zelfs de meest gesmeerde innerlijke conversatie nog spaak kunnen doen lopen.

Ik staar naar mijn controller, terug naar het scherm, en weer naar het apparaat dat inmiddels ferm in mijn handen ligt. Plots begin ik te lopen, niet langer gevangen door fantasie. Dit is nu mijn realiteit. Dat het personage beweegt, komt door mij en door mij alleen. Wat het spel verder doet, mag het helemaal zelf weten. De rest bepaal ik, hoe marginaal de invloed die ik uitoefen ook is. Het is mijn leven en leven wil ik sowieso. Daar heb ik geen hulp bij nodig.