Vorige week donderdag organiseerde Ubisoft een Might & Magic-dag in Parijs, waarin de ontwikkelaars lieten zien wat voor games ze voor deze franchise allemaal in de planning hebben staan. De uitnodiging daarvoor komt een week eerder binnen. Ik besluit dat ik – als research – eindelijk maar eens Might & Magic: Heroes 6 ga installeren. Toen de game in oktober uitkwam heb ik ‘m overgeslagen. Omdat 'ie te laat op de deurmat viel, omdat ik die maand tienduizend andere games moest recenseren en omdat ik beter wist. Als Heroes aangaat, dan gaat mijn sociale leven uit. Dat is nooit anders geweest.

Kleine jongen

Bekentenis: als kleine jongen was ik geen gamer. In de jaren ’80 en begin jaren ’90 speelden we namelijk nog gewoon op straat. Dat was nogal een ding, toen. Call of Duty heette ‘oorlogje’ en perks als ‘Last stand’ verdiende je simpelweg door een grotere bek te hebben dan degene die je overduidelijk neerschoot. Of miste, bedoel ik dan natuurlijk. En toen verscheen daar opeens een dofzwarte PC met in rode letters ‘Compaq’ op de voorkant. Toch maar even dieper in dat gamen duiken, dan. Dat 'dieper duiken' betekende in mijn geval het spelen van zo veel mogelijk demo’s. Waarom zou ik tien uur aan één spel besteden als ik ook tien uur aan twintig spellen kan besteden? Dacht deze jonge, naïeve gamer. Maar er was één game waarnaar ik steeds terugkeerde: Heroes of Might & Magic.

Of je nu het derde deel speelde (dat de formule perfectioneerde) of eerdere, of latere delen; het maakt niet uit. Door de jaren heen en langs de zes hoofddelen heeft de serie continu dezelfde aantrekkingskracht gehad. Civilization-spelers zullen dat misschien wel kennen, het nog-een-beurt-syndroom. Eigenlijk is er in al die tijd maar verrassend weinig aan het concept veranderd. Je hebt een grote map voor je neus die boordevol ligt met resources, mijnen, vijanden en een paar steden. Minimaal een van die steden is van jou, waarin jij elke dag één gebouw mag neerzetten dat je held voorziet van nieuwe skills of ervoor zorgt dat je de beschikking krijgt over een nieuwe eenheid. Een beurt is een dag en aan het einde van de week worden de eenheden in jouw stad weer aangevuld. Ondertussen ken je die eenheden toe aan je held, die met zijn groeiende leger erop uit mag om vijanden te vermoorden, mijnen over te nemen en vijandelijke steden in te nemen.

De 17 jaar oude leugen

Waarom dat zo verslavend is? Moeilijk te zeggen, al zullen het hoge tactische gehalte en de groeiende invloed die je per beurt krijgt over een map absoluut hun bijdrage leveren. Die verslaving is wel duidelijk de reden dat de serie zich nooit overdreven ver doorontwikkeld heeft. Sommige games hebben dat blijkbaar niet nodig. Zo bracht het vijfde deel bijvoorbeeld een meer driedimensionale kijk op de wereld. En het zesde deel introduceert het gegeven dat je resource-punten pas kan uitgeven als je het nabijgelegen fort hebt overgenomen. Oh ja, en ze hebben de prachtige indrukken van jouw stad vervangen door een lullig menu waarin je voortaan bouwt en eenheden koopt. Een grote fout, die overigens volgende maand met een patch verholpen wordt.

Ik vind het mooi om te zien. Deze industrie maakt roerige tijden door. Het gros van de mensen twijfelt aan de toekomst van consoles en de ene na de andere serie vindt het nodig om zichzelf continu opnieuw uit te vinden. En tussen alle chaos, al het fanboygeschreeuw en alle ontwikkelingen is er in ieder geval één serie die zich onbekommerd neerlegt bij zijn eigen kracht. Het eerste deel in deze serie verschilt niet wezenlijk van het laatste. Geen liefhebber die zich daarom bekommert, geen haan die kraait naar innovatie of verandering. Logisch ook. Denk maar eens na. Inmiddels heb ik er zeventien jaar opzitten met deze serie. Er is in al die jaren gepoetst in plaats van geïnnoveerd. En ondanks dat lieg ik in 2012 op dezelfde manier tegen mijn vriendin als dat ik in 1995 tegen mijn moeder deed: “Vooruit, ik kom er zo aan. Nog één beurt.” Mij zul je voorlopig nog niet horen klagen over een gebrek aan vernieuwing.