En natuurlijk plemp ik dat neer in een intro die wars is van alle nuance. Ik ben ook maar een mens met een in Word geplempt kwakje. En een mens dat Mario an sich niet eens haat. Het grootste gedeelte van mijn jeugd riep ik dat Super Mario World de beste game was die ik ooit gespeeld heb. Ik vind alle lof die Mario 64 krijgt terecht en Mario Sunshine krijgt wat mij betreft niet eens genoeg lof.

Als broekie speelde ik natuurlijk ook het origineel grijs (voor zover dat kon, bij een cassette die al grijs was). Een benaming voor Super Mario Bros. 3 die minder krachtig is dan ‘briljant’ wil ik niet eens horen, dus nee, ik haat Mario en de Mario-serie zeker niet. Dat Nintendo de loodgieter te pas en te onpas naar de voorgrond schuift terwijl Luigi veel meer credits verdient zou ik zelfs nog enigszins kunnen overzien.

Mario Sunshine

De perfecte game

Het probleem, of misschien juist wel de belangrijkste waarheid, is dat ik niet écht opgegroeid ben met Mario – ik zie het niet als een wezenlijk onderdeel van mijn jeugd. Dat lijkt bij recensenten die al die Mario-games op rij een 10 of hoger geven wél het geval: zij zien Mario als een belangrijk onderdeel van hun jeugd. Toornen aan ‘hun’ serie lijkt een onmogelijke opgave omdat ze daarmee onbewust afbreuk doen aan hun eigen jeugd. En dus krijgt de eerste New Super Mario Bros. perfecte scores. Een 2D-game die breekt met een traditie van vernieuwing en innovatie die Mario 64, Sunshine en Galaxy zo feilloos inzetten. Hoe kun je daar zo blij van worden?

Bovenstaande theorie is overigens van toepassing op niet alleen Mario, maar op Nintendo in het algemeen. Iedereen die ooit een gameforum bezoekt of reacties onder Nintendo-recensies leest kent ‘De Nintendo-fan’. Fanatieker dan het gepeupel dat de Xbox of PlayStation enige vorm van persoonlijkheid toedicht. De Nintendo-fan duldt geen tegenspraak. Want Nintendo is briljant, onaantastbaar. En New Super Mario Bros. is een briljante, geniale, perfecte en innovatieve stap vooruit. Of dat de waarheid is doet er niet toe.

New Super Mario Bros.

Het is het omgekeerde van de voetbalhater die roept: ach, 22 man die 90 minuten lang achter een bal aanrennen, wat een kansloze bedoeling. Die hater gaat voorbij aan alle nuance en diepgang en context van de sport. De gehersenspoelde Nintendo-fan is het tegenovergestelde: hij of zij is de bezoeker van het museum dat een prachtwerk als De Nachtwacht adoreert en vervolgens een drol tegen de muur daarnaast ‘net zo mooi vindt want kunst’ - alleen maar omdat het in een museum hangt. Zeg dat het gewoon een drol is en ‘je begrijpt het niet’.

Ze zijn met zoveel en zo overtuigd van hun gelijk dat je bijna aan jezelf begint te twijfelen. Ja, misschien ís die drol inderdaad wel een geniale representatie van de mens en zijn eigen sterfelijkheid terwijl het je tegelijkertijd confronteert met de kracht van het eindige. Of misschien is het gewoon een drol die tegen de muur aan geplakt is. Wie zal het zeggen?

De kleren van de keizer

Recensies van Mario-games zijn een beetje mijn persoonlijke Kleren van de Keizer-syndroom geworden. Ergens in me zit een stem die sinds Mario Galaxy wil roepen dat de laatste Mario-games echt niet zo bijzonder zijn. Een stem die wil roepen dat de eens zo innovatieve en baanbrekende serie allang over zijn hoogtepunt heen is en dat men dat niet hardop durft te zeggen want, nou ja, kleren van de keizer en zo.

Aan de andere kant zegt de stem die overheerst – en dit kost me als recensent moeite om toe te geven: je ziet het niet. Anderen zien het. Miljoenen spelers zien het. Iedereen ziet het behalve jij. Mario-games zijn briljant maar je laat je leiden door randzaken waardoor je het niet ziet.

Mario Kart Arcade

En daar wilde ik het bij laten. Dit was een bekentenis waarin ik opstond als het kind dat de keizer in zijn onderbroek zette. Ik zou hardop uitspreken dat de Mario-serie de laatste jaren een schim van zichzelf is geworden. En het publiek zou naast me komen staan. Een voor een zou iedereen zeggen, verrek, die jongen heeft gelijk. Dat zou mooi geweest zijn.

Maar afgelopen zaterdagnacht, met een berg verse triple A-games en alle consoles die er ooit zijn gemaakt onder m’n tv, stond hier in huize Zijlemans gewoon de Wii U aan. En in die Wii U draaide gewoon Super Mario 3D World. Vrijwillig. Ik, een Wii-controller in de hand, m’n meisje de gamepad in haar hand: samen genoten we met een grijns van oor tot oor tot oor tot oor van Mario’s laatste. Ik had alles kunnen spelen wat ik wilde. Maar ik speelde Super Mario 3D World en ik genoot intens. Waarom? Ik heb geen idee. Ik zie het niet. Ik haat Mario. Ik wou dat ik een antwoord had. Misschien dat dít literaire kwakje dan meer bestaansrecht had gehad. Ach, dan maar hopen op het kleren van de keizer-effect. Er is vast wel iemand die tussen de regels door mijn drol aan de muur kan ontwaren.