Gamer.nl duikt in de wereld van Warhammer Online: The Age of  Reckoning. Regelmatig houden we je op de hoogte van onze avonturen.Deel 1: De eerste stappen in Warhammer Online Deel 2: Role-Play servers en dronken reuzen Deel 3: Als toerist door Inevitable City Deel 4: Moorden op het slagveld, relaxen in The Viper's Pit Deel 5: Een cape staat iedereen Deel 6: Kippen en oorlogKippen en oorlog Het is leuk om te zien dat het wat drukker wordt op de Warhammer-servers. Het gevolg daarvan is dat je nu minder lang hoeft te wachten voordat je een scenario kunt doen. Waar ik eerst een uur of anderhalf moest wachten op toegang tot een slagveld, duurt het nu rond de twintig minuten, of zelfs minder. Dit is al een hele vooruitgang, maar kan vast nog sneller. Aangezien Age of Reckoning de nadruk op oorlog legt, mag je toch verwachten dat spelers binnen afzienbare tijd de strijdbijl ter hand mogen nemen. 

Wachtend op scenario's kom ik een Shadow Warrior tegen, die vlakbij zijn nederzetting de wacht houdt. Deze speler hoort bij de Order en houdt mij nauwlettend in de gaten. Hij besluit tot de aanval over te gaan en begint me van een afstandje te bestoken met zijn pijl en boog. Ik maak korte metten met hem, want hij is geen partij voor mij en mijn staf. Grappig detail is dat hij elke keer terugkomt voor wraak, maar telkens weer aan het kortste eind trekt. Hij weet van geen ophouden, ook al delft hij minstens vijf keer het onderspit. De toegang tot mijn scenario is inmiddels verstrekt en daar ga ik verder met vechten. Eenmaal weer terug staat de Shadow Warrior er nog steeds! Alsof hij wist dat ik een scenario ging doen en hij rustig aan het mediteren was tot ik terugkwam. Na deze rendez-vous heeft hij er spijt van dat hij mij opnieuw is tegengekomen. Ik kan je aanraden, mits je daar zin in hebt, om zo vaak mogelijk gevechten tegen andere spelers aan te gaan buiten scenario's om, want het brengt vaak mooie taferelen met zich mee.

Ik bevind me in The Shadowlands, een gebied van de Elven. Het dorp waar de Flight Master huis houdt, ligt aan de rand van het RvR-gedeelte. Ik heb vaak de gewoonte om een nieuw gebied waar ik kom eerst een beetje te verkennen voordat ik überhaupt aan een opdracht begin. Na slechts een paar minuten kom ik al een leger van Order-spelers tegen. Iedereen doet zijn best om een Keep (soort kasteel) over te nemen. Een Elf van de Order-groep heeft mij gezien en valt mij direct aan. Ik maak hem af, maar de brutale knaap komt terug met hulp van een paar anderen en een kip!

 Gelach alom, maar gelukkig is dit een speler met een hogere rang dan het gebied toelaat, die mij daardoor niks kan maken. Ik zet het op een lopen en met wat geluk overleef ik het. Een andere speler genaamd Hellmist zit in hetzelfde schuitje als ik en al snel vormen we een team. We willen op de kip gaan jagen, maar die is helaas in geen velden of wegen meer te bekennen. Uit het niets komen er een stuk of twintig Destruction-spelers om de Keep te beschermen tegen dit soort gespuis en vanuit het niets begint een heuse oorlog. Hellmist en ik kunnen niet bij de grote groep aansluiten omdat deze blijkbaar vol is, dus maken wij onze eigen warband, een grote groep. Er komen steeds meer spelers bij en uiteindelijk zijn er twee grote groepen die het de Order moeilijk maken. Ik gok op een strijd tussen rond de vijfendertig man van Destruction tegen ongeveer dertig man van de Order. Raar genoeg maakt geen enkele verdediger gebruik van kokende olie of dergelijke, maar mengt men zich in het gevecht met zijn eigen wapens.

Terwijl we de Order terugdrijven naar hun nederzetting, komen we ook nog een kamp tegen dat de Order heeft overgenomen. In een mum van tijd heroveren we deze en zien we ze vluchten. Wat voelt dit goed zeg! Mijn team en ik zetten de aanval in, maar worden bij hun dorp keihard teruggeslagen door katapulten, kruisbogen en andere afweermechanismen. Ach ja, je moet niet altijd het onderste uit de kan willen halen, we hebben immers onze Keep weten te behouden en een kamp van ze afgepakt. We besluiten met degenen die willen een scenario in te duiken, waar we op ons gemak verder gaan met het stichten van dood en verderf.