Er zijn van die spellen die nooit vervelen. Die ondanks de relatief steeds minder mooi ogende graphics nog altijd indruk weten te maken. Het zijn er alleen weinig. Zeker in het actiegenre worden de mogelijkheden wat betreft graphics, maar ook qua kunstmatige intelligentie en vrijheid in gameplay, alleen maar groter. Maar ook die spellen zouden er niet zijn als de Japanse spellenbakker Capcom in 2005 Resident Evil 4 niet op de markt had gebracht.

Drie pijlers

De graphics, het design van de vijanden, de tussenfilmpjes, de spanning: alles was van zo’n belachelijk hoog niveau dat de hele gamewereld collectief omver geblazen werd door deze demonstratie van eersteklas gamedesign. Het roer van de Resident Evil-serie werd radicaal omgegooid door het dit keer meer actie-georiënteerde deel, dat gebruikmaakte van een derdepersoons aanzicht waarbij je over de schouder van hoofdpersoon Leon Kennedy kijkt.

Resident Evil 4 steunde op drie pijlers: fantastische graphics, actie die bewust niet te snel was om de spanning er flink in te houden en een lange verhaalmodus met veel afwisseling in de gameplay en continu nieuwe verrassingen. Dat deze combinatie van cinematische actie vanuit de derde persoon en de mate van afwisseling een grote inspiratiebron zijn geweest voor gameseries als Gears of War en Uncharted, is geen understatement.

Gewoon naar

Die afwisseling zat hem onder meer in de verschillende omgevingen. Ze verschilden duidelijk van elkaar en waren zo uitgebreid dat je er als speler kon aarden, als de altijd nare sfeer daar tenminste geen stokje voor stak. Een nieuw gebied betekende overigens wel dat je als speler even moest wennen. Nieuwe vijanden, maar gelukkig ook nieuwe wapens. Kleinere dan wel grotere ruimtes. Ieder nieuw gebied kende dus nieuwe knelpunten, die weer garant stonden voor bloedstollende momenten.

Hoewel de game zelf niet bijzonder eng was, leverden de constante nieuwigheden veel spanning op. Teruggaan was niet echt een optie – je wilde de game toch uitspelen – maar doorspelen betekende meer onvoorziene momenten. Het toppunt daarvan was de overgang naar een volgende omgeving. Was je net een beetje tot rust gekomen in je vorige ijzingwekkende onderkomen, dan moest je alle bedreigingen in een iets gemenere, snellere, grotere en viezere vorm opnieuw meemaken. Een beetje angsthaas zal daarom nooit op zijn gemak Resident Evil 4 hebben kunnen spelen.

Step up your game

Voor wie van nature nooit schrikt of de game zo vaak gespeeld had dat de engheid er wel af was, bood de game nog een andere vorm van vermaak. Want wat is een game die fantastisch in elkaar zit de honderdste keer doorspelen nog waard? Nog behoorlijk wat in het geval van Resident Evil 4, maar de echte herspeelwaarde zit hem in de speciale gamemodus Mercenaries. Hier wordt de spanning uit de singleplayermodus nog even moeiteloos gekwadrateerd. Het doel: probeer zo lang mogelijk de door parasieten geïnfecteerde Spanjaarden van je af te houden.

Hoe langer je het volhoudt, hoe sterker de vijanden worden die op je afkomen en hoe groter de potentie voor een highscore. Maar wat doe je als er drie vijanden met kettingzagen op je afkomen? Rennen of blijven staan en schieten (ja we weten het, tegelijk kan niet)? Het is een dilemma waar de singleplayer je eigenlijk nauwelijks op voorbereidt, maar des te leuker is het om je koelbloedigheid nog eens extra op de proef te stellen. Wat dat betreft is het niet vreemd dat de Mercenaries-modus een eigen 3DS-game heeft gekregen, het is een ervaring op zich.

De herspeelbaarheid wordt nog verder vergroot doordat je een aantal belachelijk sterke wapens kunt vrijspelen in het spel, zoals de Handcannon en in Mercenaries de haast magische boog van Krauser. Wanneer je uren lang hebt lopen zweten om alles te voltooien, is het lekker om de vijanden eens met bosjes neer te kunnen maaien. Het vormde in ieder geval de aanleiding voor enkele YouTube’ers om de game gewapend met een blaffer van jewelste zo snel mogelijk door te spelen. Of als het weer moeilijk moest, met enkel een mes.

Hoofd eraf

Het lijkt erop dat ook Capcom van mening is dat we tot in den eeuwigheid Resident Evil 4 moeten spelen. Misschien wel de bekendste uitspraak van Resident Evil-bedenker Shinji Mikami is dat hij zijn eigen hoofd zou afhakken als het exclusief voor de GameCube gemaakte vierde deel naar een ander platform zou komen. Vervolgens verscheen de game doodleuk op de PlayStation 2, de PC, de Wii, mobiele platforms en aan het einde van het jaar ook nog op de PlayStation 3 en Xbox 360. We zijn sowieso blij dat het hoofd van Mikami er nog steeds op zit, maar de heruitgaven zorgden er ook voor dat we door de jaren heen steeds weer een ‘nieuwe’ portie Resident Evil 4 konden spelen. En dat voelde (en voelt) zelfs met rottende lijken als decorstukken en geïnfecteerden als vijanden nog behoorlijk fris.