En zo geschiedde. De PlayStation Portable was geboren en wilde Sony wat gamers wegpikken van Nintendo, dan kon het maar beter snel met draagbare iteraties van de PlayStation-helden komen. Dus kwam daar in 2005, hetzelfde jaar dat de PSP in het Westen verscheen, Daxter. Niet Jak & Daxter, maar slechts Daxter. De zogenaamde ‘ottsel’ had de eer om de hoofdrol in zijn eigen avontuur te vervullen. Een eer die het kleine beestje te beurt valt op een kleinere gameconsole, zullen we maar zeggen.

Spuiten en springen

Daxter is een klassieke third-person platformer en wat dat betreft verschilt-de game niet zoveel van de Jak & Daxter-reeks, of van bijvoorbeeld PlayStation-broertjes Ratchet & Clank en Sly Cooper. Springen, klimmen, soms eventjes vliegen, verzamelen en beestjes uitschakelen zijn de hoofdtaken. Het verhaal komt erop neer dat held Jak gevangen zit, iets wat voorafgaand aan Jak II gebeurd is, en dat Daxter ondertussen moet zien te overleven in de grote boze buitenwereld. Om erachter te komen waar toch die vreemde plaag van metalen insecten vandaan komt, besluit Daxter aan de slag te gaan als insectenverdelger.

Daarmee komt meteen hét gereedschap van het spel tevoorschijn: de insectenspuit. Spuit wat groene substantie naar een insect en sla erop los met je elektronische vliegenmepper om de plaag in te dammen. Vervolgens wordt je spuit ook nog eens geüpgraded, om te kunnen dienen als vlammenwerper of zelfs om ultrasone projectielen af te schieten. Het inventieve van Daxter is dat de spuit multifunctioneel is. Zo kun je er namelijk ook mee vliegen.Een beetje volgens standaard cartoonlogica schiet je jezelf simpelweg omhoog met het ding. En met de vlammenwerper-upgrade kun je natuurlijk nog hoger vliegen.

Verborgen simplisme

Het knappe van Daxter is dat het spel wellicht net iets simpeler in elkaar steekt dan games voor op je televisie, je dit amper merkt terwijl je speelt. Je scala aan opties om insecten te verdelgen is alleen niet zo groot en je wapens zijn simpelweg dezelfde als je platformtechnieken  De variërende levels en dito vijanden weten er echter voor te zorgen dat het voelt alsof er geen enkele concessie is gedaan op de handheld – één van de eerste PSP-games die dit voor elkaar wist te krijgen. De doeltreffende besturing, vaak een groot probleem bij zelfs de betere games op het platform, maakt het geheel compleet.

Agent Smith

Humor is altijd een kenmerk geweest van de Jak & Daxter-serie en ook hier probeert de ottsel af en toe een komische noot aan te slaan. Omdat de humor soms misschien net wat te flauw is, wordt het doel niet altijd bereikt. Wat wel een grote glimlach op het gezicht tovert, zijn de zogenaamde droomsequenties. Als je een x aantal precursor orbs (eieren) verzamelt, dommel je weg en zie jij jezelf als superheld uit een bekende blockbusterfilm: Braveheart, The Matrix, Lord of the Rings en Indiana Jones zijn van de partij. In de minigames die volgen dien je een zo hoog mogelijke score te halen om bonussen te krijgen. Zo moet je bij de Lord of the Rings-minigame zoveel mogelijk ladders omtrappen terwijl de orks je kasteel aanvallen en bij de Matrix-minigame op ritmische wijze de Agent Smiths van je af slaan. Het is simpel vermaak, maar het brengt de nodige variatie en de over-the-top filmverwijzingen zijn erg lollig.

De game werd kritisch en commercieel een groot succes. Scores zaten tussen de 8 en 9 in en het spel ging meer dan 2 miljoen keer over de toonbank: het bewijs dat een net iets kleinere, maar amper gedowngrade versie van een PlayStation2-serie absoluut werkt op de PSP. Het zegt ook wat dat Jak & Daxter: The Lost Frontier, het ‘volwaardige’ PSP-deel van de serie dat tegelijkertijd op de PS2 uitkwam, veel minder enthousiast ontvangen werd. Die game werd gezien als een ‘moetje’, waarbij de inspiratie ver te zoeken was. Dat kan absoluut niet gezegd worden van Daxter, een game die in alle opzichten ideaal bij de PlayStation Portable past. Nu maar hopen dat we op de PlayStation Vita het volgende avontuur van deze ottsel mee mogen maken.