Bij het opstarten van de originele SimCity, weet ik dat ik een vergissing bega. Ik kan niet eens inschatten hoeveel uren ik dit spel in mijn jeugd heb gespeeld, destijds op de Amiga van mijn grote broer. In 1989 was ik vijf, veel te jong om een game als SimCity te snappen, maar dat is het voordeel van oudere broers: zij bevatten het wel en jij kunt meekijken. Alles kon ik opnemen, totdat ik zelf oud genoeg was om achter het toetsenbord plaats te nemen en een gigantische stad uit de grond te stampen. Vanaf het eerste moment dat ik weer in de game zit komt het oude gevoel weer terug. Ik moet mijn stad uitbreiden, pand voor pand, tot het hele scherm gevuld is met mijn creaties.

Bouwen is leuk

Dat is ook precies wat ontwikkelaar Will Wright in zijn hoofd had toen hij SimCity bedacht. Hij werkte bij uitgever Brøderbund aan Raid on Bungling Bay, een simpele shoot 'em up waarin je met een helikopter fabrieken bombardeerde. Tijdens zijn werk aan dit spel merkte Wright dat hij het veel leuker vond om de levels te ontwerpen dan de daadwerkelijke game te spelen. Zelfs na de release van Bungling Bay werkte hij in zijn vrije tijd aan een level editor waarin hij steden kon bouwen.

Wright bedacht zich dat andere mensen het misschien wel net zo leuk zouden vinden om op deze manier creatief bezig te zijn. Zo kwam hij op het concept van SimCity, dat hij pitchte aan zijn werkgever Brøderbund. Zij zagen er niets in: een game die je niet kon winnen of verliezen, maar die altijd maar door bleef gaan? Belachelijk! Wright sloot zich aan bij het nog minuscule Maxis om SimCity verder te ontwikkelen. Brøderbund moest uiteindelijk op zijn woorden terugkomen. Toen het bedrijf het spel jaren later zag, erkende het hoe verslavend het was en gaf Brøderbund het alsnog uit. Al moesten er wel scenario's worden toegevoegd die de speler kon winnen of verliezen. Vooruit dan maar.

De R is van wonen

Terug naar mijn speelsessie. Alle herinneringen uit mijn jeugd komen weer naar boven. Ik weet weer dat ik vroeger met mijn slechte grip op de Engelse taal niet snapte waarom de vierkantjes met een ‘R’ erin voor wonen stonden (residential) en die met een ‘C’ winkels moesten voorstellen (commercial). Ik weet weer dat ik helemaal panisch werd als gebouwen niet genoeg stroom hadden. De knipperende bliksemschichten en de vertrekkende bewoners bezorgden me het angstzweet. Ik weet ook weer dat ik elk stukje van de stad waar ik verder echt niks meer kon bouwen, vol zette met parkjes en fonteintjes, gewoon omdat het kon. Dat doe ik nu nog steeds.

Het is grappig dat de game precies zo speelt als ik me dat herinner, misschien nog wel beter. Meestal zit ik me bij games die zo oud zijn te ergeren aan de traagheid of aan de graphics. SimCity is misschien wel mooier dan ik heb onthouden. Natuurlijk is het niet veel meer dan een paar vierkantjes die je op een groen vlak kunt neerzetten. Ik was bijvoorbeeld vergeten hoe volle huizen na verloop van tijd veranderen in flatgebouwen, of hoe een Godzilla met speels gemak door mijn stad heen loopt en een brandende puinhoop achter laat. Het is jammer dat ik me de cheatcode voor oneindig veel geld niet meer kan herinneren, want nu moet ik bankroet toekijken hoe mijn gebouwen en wegen met de grond gelijk worden gemaakt. Ik kan het niet eens meer betalen om parkjes op die plekken neer te zetten.

Na het spelen van de originele SimCity heb ik alleen maar meer zin in de nieuwe versie. Het is zo heerlijk om gewoon iets te bouwen dat helemaal van jou is. Je creatieve geest de vrije loop te laten en dan maar te zien waar je uitkomt. Dat is het mooie van de game: op een gegeven moment is het hele scherm gevuld met iets dat uit jouw brein is ontsproten. Ik ben benieuwd hoeveel 5-jarigen bij de nieuwe SimCity zullen meekijken met hun grote broer, dromend over hun eigen steden. Als ze maar weten dat ze er honderden uren van hun leven aan kwijtraken.