Het probleem met de meeste parodiegames is dat ze vaak wel grappig zijn, maar niet zo leuk zijn om te spelen. Het is makkelijker om de draak te steken met de vele clichés die games rijk zijn dan een leuke game te maken. We zagen het bijvoorbeeld bij Matt Hazard. Ik heb me in die game doodgelachen om de vele grapjes over shooters, stereotypehelden uit de jaren 90 en de eindbazen uit Final Fantasy, maar als shooter was de game tergend saai, grenzend aan onspeelbaar.

Geen gangetje-gangetje

Zo is niet het geval in No One Lives Forever. Het avontuur van de vrouwelijke spion Cate Archer is hilarisch en zit boordevol momenten die ik tot op de dag van vandaag bij me draag. De first-person schietactie zit tevens prima in elkaar, waardoor het niet als een opgave voelt om de game te doorlopen. Een game als Deadpool is bijvoorbeeld regelmatig grappig, maar door de repetitieve gameplay is de tijd tussen de grapjes door geestdodend. No One Lives Forever is daarentegen een uitstekende shooter, met – voor die tijd – prima AI. Vijanden verschuilen zich achter pilaren, rollen van cover naar cover en gooien tafels omver om voor de kogels te kunnen schuilen.

De situaties waarin Cate zich bevindt, blijven constant verrassen. Het ene moment loop je in de kleurrijke gebouwen van Marokko, dan weer duik je een gezonken schip in om verloren informatie terug te vinden. Als ultieme climax spring je uit een vliegtuig om ook in vrije val vijanden over de kling te jagen. Een ruimteschip, een ritje op een sneeuwscooter en een flink aantal plotwendingen vol verraad en infiltranten later rolt de aftiteling pas over het scherm.

Kogels ontwijken

Niet alleen de heerlijk ongeloofwaardige actiescènes en exotische locaties doen denken aan een gemiddelde James Bond-film. Ook de heerlijk over-the-top bad guys komen regelrecht uit een slechte spionageroman. De Russische Volkov is daar een prima voorbeeld van, met een dik Russisch accent en een ooglapje. Ook zijn onderdanen zijn karikaturen van zichzelf, met de gigantische Duitse Inge Wagner als hoogtepunt. Die vrouw wordt meer gevreesd om haar vreselijke zangkunsten dan haar militair vernuft.

Wat me het meeste is bijgebleven van vroeger, en wat ook nu weer de show steelt als ik de game speel, is de bijdehante humor. Nog altijd maak ik met mijn broer grappen die uit No One Lives Forever zijn gejat. “I do not like getting shot at!” roepen de vijandige knechten als ik mijn pistool op ze leeg. Gelukkig hebben ze ook goed advies voor elkaar: “Avoid the bullets!” Natuurlijk een gouden tip om mijn kogelregen te overleven.

In de aap gelogeerd

De enige reden om de slechteriken niet onder vuur te nemen zijn de hilarische gesprekken die ze met elkaar voeren als ze denken dat niemand ze ziet. Bij de eerste conversatie die ik opving wist ik al gelijk dat dit de game voor mij was. Een verkoper probeert zijn aap te verkopen aan een onwillige klant. De man heeft totaal geen interesse in een aap, maar de verkoper blijft maar aandringen en de prijs steeds verder verlagen.

“Ik zou de aap nog niet nemen als hij gratis was!” “Gratis, wat, wil je dat mijn kinderen verhongeren?” Waarop natuurlijk de suggestie gedaan wordt om de aap aan de kinderen te voeren. Het is zo heerlijk flauw dat je er wel om moet lachen. Mijn favoriete quote komt na het bevel: “Blijf uit het zicht. Je wilt toch niet onze val verpesten, hè?” En dan het briljante antwoord: “Yes sir! I mean, no sir! I mean, yes to the first part and no to the second part, sir!”

No One Lives Forever is het complete pakket. Het is ontzettend afwisselend, de actie is scherp en de game is gewoonweg ontzettend grappig. Tja, alleen de graphics, die houden niet over als je het spel 14 jaar na dato nog eens speelt. Gelukkig hebben de nostalgische gevoelens in mijn geval de overhand, waardoor ik er zonder problemen, en met een lach op mijn gezicht, van kan genieten. Do you want to buy my monkey?