Het is niet dat ik me schaam voor mijn liefde voor het kleine visje. James Pond II is een van mijn eerste gameherinneringen, op de Amiga van mijn grote broer. De kleurrijke platformer sprak mij in mijn jonge jaren gelijk aan, en de mogelijkheid om kerstmis te redden was iets waar ik geen ‘nee’ tegen kon zeggen.

De game speelt zich af in de speelgoedfabriek van de Kerstman, die is overgenomen door de kwade Dr. Maybe. Bovendien zijn al je pinguïnvriendjes – de game werd gesponsord door Penguin-koekjes, in latere versies zijn de pinguïns vervangen door elfjes –  ontvoerd, en dat kun je natuurlijk niet over je kant laten gaan.

Pond, James Pond

Dus waarom twijfelde ik over het schrijven dat dit artikel? Het is niet zo dat het spel bijzonder slecht is, al is het ook zeker niet heel erg goed. De deurtjes van de kerstfabriek transporteren je naar kleurrijke levels, elk met een eigen thema. Zo is er een wereld vol met zacht teddyberen-pluis en een level waarin auto's de baas zijn.

James Pond II speelt als een typische jaren 90-platformer: je loopt rond en verslaat tegenstanders door op hun hoofd te springen. James heeft wel een hypermodern robotpak, waardoor hij zijn middenrif oneindig lang kan uitrekken om hoger gelegen platformen te bereiken. En hij kan er mee ademen op het land. Niet onbelangrijk, voor een vis.

Extreem slechte humor

Ik twijfelde evenmin vanwege de extreem slechte humor, waar ik trouwens nog steeds om moet lachen. James Pond kwam uit in het begin van de jaren negentig, toen platformers met dieren in de hoofdrol hun hoogtijdagen beleefden. De game koos er echter voor om de draak te steken met stoere helden als Sonic en Bubsy. Bedenker Chris Sorrell deed zijn best om een dier te bedenken die nog geen eigen game had gehad en kwam met een vis op de proppen die als geheim agent door het leven ging.


De eerste game was een parodie op James Bond en elk level was vernoemd naar een 007-film (bijvoorbeeld License to Bubble en A View to a Spill). Het derde deel werd geïnspireerd door science fiction-films en had als werktitel Splash Gordon. Maar het tweede deel was het hoogtepunt en refereerde met de subtitel Robocod en het futuristische robotpakje natuurlijk naar RoboCop en soortgelijke actiefilms.

Het spel zit vol met vreemde verwijzingen en absurdistische humor. Aartsrivaal Dr. Maybe is een knipoog naar Dr. No, de meest bekende schurk uit James Bond. De eindbazen variëren van reusachtige teddyberen tot voortplantende auto's met tanden en een gigantische sneeuwpoprobot. Het meest bizarre is toch wel de Londense bus die oude omaatjes met handtassen op je afschiet. Dat soort vreemde vondsten geeft James Pond II een ongekende charme die de game in zekere zin naast zijn concurrenten uit die tijd plaatst, al is James Pond II kwalitatief niet altijd even sterk. Het is jammer dat een Kickstarter die de serie nieuw leven wilde inblazen, afgelopen oktober werd geannuleerd wegens te weinig belangstelling.

Muzik-aal

Wat is het dan waardoor ik twijfel om deze Reload te schrijven? Ik zal het jullie vertellen: het is het liedje. Dat verdraaide liedje. Maanden van mijn jeugd heb ik het deuntje van James Pond in mijn hoofd gehad, en het wilde er niet meer uit. Het spookte door mijn hersenpan en ik floot het de hele dag door, tot groot chagrijn van mijn overige gezinsleden. Het enige muziekje dat langer in mijn hoofd heeft vastgezeten is het Chocobo-liedje uit Final Fantasy VII, evenmin een aanrader. Als ik nu weer over James Pond ga schrijven en de game weer ga spelen, dan weet ik dat ik weer geconfronteerd word met dat helse muziekje.

Maar goed, lieve lezer, ik heb het graag voor jullie over. Gelukkig is gedeelde smart nog altijd halve smart, en dus deel ik de soundtrack hierbij met jullie. Zie het als een cadeautje dat je de komende feestdagen bij je zult dragen en je waarschijnlijk tot diep in 2014 nog met je meeneemt. Vrolijk kerstfeest!