Door Dennis Kroese:

Na de Eerste Wereldoorlog kwam de stabiliteit in Azië door de expansiedrift van de Japanners, die zelf nauwelijks grondstoffen bezaten en dus afhankelijk waren van andere Aziatische landen, in gevaar. Om hun afhankelijkheid van het buitenland te verminderen, keek Japan naar de mogelijkheid om andere gebieden zoals Mantsjoerije, China, Indochina en Indië (Indonesië), dat toen een Nederlandse kolonie was, in te nemen. Deze gebieden hadden een overvloed aan grondstoffen als ijzer, kolen, rijst, rubber en olie, grondstoffen die Japan vrijwel niet bezat.

Japan bleef uitbreiden en sloot zich aan bij de Duitsers en Italianen. De Amerikanen die zich tot dat moment afzijdig hadden gehouden moesten nu zwaardere maatregelen nemen. In juli 1941 bevroor de Amerikaanse president Roosevelt Japanse tegoeden in de VS en kondigde een algemeen embargo af van staal, olie en kerosine. Dit was een gevoelige slag voor Japan, dat de Amerikaanse grondstoffen hard nodig had voor zijn uitbreidingsplannen in Azië.

In oktober viel de Japanse regering en nam generaal Hideki Tojo, een agressieve militant, de macht over op het eiland. De oorlog begon nu steeds dichterbij te komen. In november 1941 probeerde Japan nog een laatste maal om de VS zover te krijgen de sancties stop te zetten. Roosevelt en Hull weigerden weer, waardoor Japan besloot dat oorlog onvermijdelijk was, en Pearl Harbor was het eerste doelwit.

De aanval op Pearl Harbor

De VS verwachtte dat Nederlands Indië het eerste doelwit van de Japanners zou zijn, en hoewel ze daarin gelijk hadden, besloot Japan dat daarvoor eerst de Amerikaanse vloot uitgeschakeld moest zijn. Alleen als de Amerikaanse overmacht vernietigd was, kon Nederlands Indië zonder gevaar behouden worden.

Op 2 december 1941 ging de definitieve order naar de Japanse vloot dat Pearl Harbor aangevallen moest worden. Een enorme vloot trok duizenden kilometers oceaan over, terwijl Amerika een min of meer afwachtende houding aannam, gesterkt door het vertrouwen dat de toch al onwaarschijnlijke aanval op Pearl Harbor nooit kon slagen, aangezien het fort zwaar versterkt was.

Om vijf minuten voor acht 's ochtends op 7 december 1941 vielen Japanse vliegtuigen, gelanceerd van vliegdekschepen onder leiding van Admiraal Nagumo, Pearl Harbor aan in één van de meest gedurfde aanvallen uit de geschiedenis. Vanaf dat moment was de Verenigde Staten definitief betrokken bij de Tweede Wereldoorlog. De Amerikaanse militairen op de basis waren compleet verrast. De aanval vond plaats in twee golven, de eerste een paar minuten voor acht, de tweede ongeveer een uur later. Slechts 29 Japanse vliegtuigen keerden niet terug van de missie en de hele Japanse vloot kwam zonder beschadigingen weg.

In minder dan twee uur was de basis op Pearl Harbor tot as gereduceerd, waren twee Amerikaanse slagschepen gezonken en zes anderen beschadigd, en was de rest van de vloot ofwel zwaar beschadigd ofwel vernietigd. De helft van de Amerikaanse luchtsterkte was vernietigd. Ruim 2400 Amerikanen verloren het leven terwijl de Japanse verliezen minimaal waren.

Bovenstaande tekst is afkomstig van Alles Amerika