Allereerst is het sowieso niet gek dat de PlayStation 4 niet in alle drie de belangrijke regio’s (Noord-Amerika, Europa en Japan) tegelijk wordt uitgebracht. Afgezien van de marketingtechnisch sterke boodschap dat een nieuwe console wereldwijd op een datum uitkomt, kleven er namelijk niet heel veel voordelen aan zo’n globale lancering. Niet alleen is het een heel stressvolle onderneming (zoals bleek bij de introductie van de PlayStation 3) om genoeg apparaten te produceren en distribueren, alle lokalisaties op orde te krijgen en het geheel goed te coördineren, maar elk potentieel probleem dat zich voordoet stapelt zich ook nog eens in drievoud op. Kapotte consoles en de bijbehorende heisa eromheen zijn namelijk nooit echt te voorkomen.

Nog zorgelijker voor Sony is de uitdaging het PlayStation Network online te houden. We hebben de laatste jaren enkele gefaalde lanceringen van online services meegemaakt en dit gaat constant gepaard met veel onbegrip en woede. Wereldwijd mensen op dezelfde dag loslaten op de servers is vragen om problemen. Nu kan elke regio op zijn beurt de lancering organiseren en mogelijke problemen in relatieve rust neutraliseren. Daarnaast is een gefaseerde introductie van de PlayStation 4 tegelijkertijd een drietrapslancering die de console driemaal groots in de spotlights zet.

De line-up is niet klaar

Toch geeft dit geen antwoord op de vraag waarom juist Japan als laatst aan de beurt is. Spelontwerper Mark Cerny geeft een van de redenen aan: “Sony wil er gewoon zeker van zijn dat wanneer de PlayStation 4 in Japan lanceert er een goede line-up staat. Wellicht kun je zeggen dat er een aantal Westerse ontwikkelaars agressiever zijn geweest in het klaarstomen van titels voor de hardware.”

Sony Computer Entertainment Japan executive Masayasu Ito is het daar mee eens en stelt bovendien dat de Westerse markten ook verlangden naar een nieuwe console: “Een next-gen console was een sterk verzoek van Westerse ontwikkelaars die verlangden naar dergelijke apparaten. Dat is waarom we besloten door te gaan met de Europese en Amerikaanse lancering, want de Europese en Amerikaanse titels waren klaar.”

Wie naar de huidige line-up in het Westen kijkt, ziet daarbij een compleet gebrek aan Japanse titels en een grote focus op Westers georiënteerde shooters. De line-up die Japan in februari voorgeschoteld krijgt is in dat opzicht veel aantrekkelijker voor de Japanse consument met games als Dynasty Warriors 8: Xtreme Legends, Natural Doctrine, Yakuza: Ishin en de bèta van Final Fantasy 14: A Realm Reborn. In die zin is de vertraagde release van de PlayStation 4 in Japan een vrij logische keuze: de games zijn gewoon nog niet klaar.

Final Fantasy 14: A Realm Reborn

Ontwikkelaars zijn conservatief

Toch signaleert deze keuze ook een ontwikkeling - of liever een gebrek - in de Japanse game-industrie. Volgens Sony President Shuhei Yoshida was de Westerse markt simpelweg veel enthousiaster met betrekking tot de next-gen: “Dat is zeker een belangrijke factor in het beslissen waar te lanceren en wanneer. De bereidheid vanuit het perspectief van de uitgever, de consument en de media – iedereen was er klaar voor. Er werd ons constant gezegd dat we nieuwe hardware moesten uitbrengen!” Japan is volgens Yoshida dan ook compleet anders: “Het is meer gericht op draagbaar, hoewel de PlayStation 3 een inhaalslag maakt. Natuurlijk, nadat we de PlayStation 4 in februari aankondigde, toonden [Japanse] uitgevers interesse, maar het is een compleet verschillend beeld in vergelijking met de bereidheid van de Westerse uitgevers.”

De laatste jaren zijn de handheldgames inderdaad niet uit de Japanse verkooplijsten weg te slaan, terwijl consoles het er minder doen. Japanse ontwikkelaars weten daarnaast ook maar weinig potten te breken op de consolemarkt, uitzonderingen daargelaten. Megaman-ontwerper Keiji Inafune is wellicht een van de grootste criticasters van de Japanse game-industrie en hekelde meerdere malen het gebrek aan innovatie in Japan en de traditionele werkwijze. Deze conservatieve bedrijfsvoering leidt ertoe dat er simpelweg nog maar weinig Japanse games in ontwikkeling zijn voor de PlayStation 4. En hoewel Sony zich daar voorheen minder van aantrok, is het Japanse bedrijf dit keer anders te werk gegaan.

Keji Inafune

De Westerse route

De gehele aanloop naar de PlayStation 4 staat in contrast met die van de PlayStation 3. Het belangrijkste bewijsstuk is wellicht Mark Cerny, die als Amerikaan tot lead architect van de PlayStation 4 werd benoemd. Tegenover Wired vertelt hij over de nieuwe weg die het team insloeg na het grondig evalueren van de PlayStation 3: “Het was vrij hard, om eerlijk te zijn.” Cerny herinnert zich vooral dat het zeer lastig was om games te maken voor de PlayStation 3: “Ik kon gewoon niet stoppen met denken dat er misschien een andere route was. Misschien was er een manier waarop de hardware gemaakt kon worden, zodat het natuurlijk zou voelen om games voor te maken.”

Dit idee om de PlayStation 4 geschikter te maken voor spelontwikkelaars werd in de praktijk gebracht door zestien interne en zestien externe gamestudio’s (zowel in Japan als in het Westen) aan het woord te laten over wat zij zouden willen zien in een nieuwe console. Een ondenkbaar scenario bij de ontwikkeling van de eerdere PlayStation-consoles. Het toont de overkoepelende filosofie van Sony wat betreft de introductie van zijn nieuwe console. De PlayStation 3 was qua verkoopcijfers wellicht succesvol, maar de Xbox 360 kwam gevaarlijk dichtbij. Daar bovenop kwam dat de PlayStation 3 financieel gezien een lange tijd een bodemloze put voor Sony bleek. Dit keer weet Sony zijn nieuwe console niet alleen goedkoper in de markt te zetten, maar ook nog eens meteen winst te draaien op elke verkochte eenheid.

Tijdelijke reservebank

Dat Japan nu tijdelijk op de reservebank wordt gezet, betekent dus niet gelijk dat Sony Japan niet als een belangrijke afzetmarkt ziet, maar meer dat het bedrijf slimmer en rationeler is geworden. De strijd moet op dit moment gestreden worden in het Westen. Dit is de markt bij uitstek waar consumenten, media en ontwikkelaars verlangen naar een nieuwe console, een markt waarin Microsoft dominant wil en kan zijn, en een markt waar Sony de juiste producten voor klaar heeft staan.

In de tussentijd doet Sony in Japan zijn best om de PlayStation Vita nog eens een boost te geven met de vernieuwde Vita en Vita TV, waar het in een markt waar de Nintendo 3DS de koning is, nog veel werk moet verzetten. De PlayStation Vita kan als adjudant van de PlayStation 4 met zijn remote play- en second screen-mogelijkheden bij een succesvolle strijd nu al de weg vrijmaken voor de komst van de console. Tel daarbij het gratis weggeven van Knack als teken van goodwill op, en Japanse PlayStation 4-kopers hebben in februari eigenlijk niet zo heel veel te klagen. De prestige van de eerste zijn gaat dit keer aan hun neus voorbij, maar daarvoor in de plaats krijgen ze een console met een voor hen aantrekkelijke line-up. Geduld hebben heeft nu eenmaal zijn voordelen.