De review van Imperial Glory geeft naast een keuring een globaal overzicht van de mogelijkheden die het spel biedt. In dit document nemen we één van de vitale onderdelen van het spel uitvoeriger onder de loep: je oorlogsmachine en het gebruik ervan. Voor dit artikel zijn we met de Engelse legermacht aan de slag gegaan.

Oorlog vindt in Imperial Glory plaats zowel te land als ter zee. Land units worden opgedeeld in vier groepen: infanterie, cavalerie, artillerie en commandanten. Commandanten leiden je troepen op het land en zijn ook de enige landunits die verschijnen op de overzichtskaart. Aanvankelijk zijn er enkel leidinggevenden te produceren met de lage rang van kapitein; naarmate de speler modernere barakken en duurdere militaire academies neerpoot, komen ook hogere rangen zoals de kolonel en de generaal vrij.

Het voordeel? Hoe hoger de rang, hoe meer regimenten de leidinggevende kan bevelen op het slagveld. Zo heeft een kapitein maximaal drie troepen onder zich, terwijl de generaal er vijf de strijd in jaagt. Tussen deze leiders duikt zo nu en dan een bekende naam op waaronder –hoe kan het ook anders- Napoleon. Commandanten kunnen zelf niet vechten: eenmaal uit de barakken gaat er een icoon boven ze branden dat ze geen troepen onder zich hebben.

Onder de infanterie wordt al het voetvolk gerekend. Voor mêlee combat houdt dit in het begin onderbetaalde zwakke rekruten in: voor het afstandswerk zijn er de Light Infantry en de Line Infantry units. De eerste kan schieten en daar is ook alles mee gezegd; Line Infantry staat ook dichtbij zijn mannetje. De beste combinatie komt na upgrades in de vorm van Grenadiers, welke op beide vlakken uitblinken. Mêlee troepen plaats je het beste vooraan de linie, om toe te slaan na bestormingen van je cavalerie en de nodige kogelregens van je schutters. De schutters zijn ook geschikt om zich te verschansen in gebouwen, zodat de vijand het een stuk moeilijker krijgt ze een slag toe te brengen. Schutters zijn ook in lijnformatie te plaatsen voor een hogere efficiëntie.

Geen tanks, geen auto's, maar peerden! Cavalerie troepen komen ook in verschillende smaken aandraven. Lancers zijn ruiters met lansen, waarmee gemakkelijker door de formaties van de tegenstander heen is te stormen. Een van de formaties van het voetvolk is namelijk het vierkant, geschikt om aanvallen van de vijandelijke cavalerie beter te weerstaan. Maak je je minder druk om de formaties en rush je liever door de troepen heen, is er de Hussar. Deze volleerde zwaardvechters op een knol maken gehakt van mêlee troepen in close combat. De snelheid van een paard is ook te combineren met de kracht van vuurwapens: de Dragoon doet zijn intrede. Deze krachtige schutters hoeven dankzij hun zwaarden ook niet te wijken voor een man tot man gevecht.

Wat doe je als aanvoerder nu wanneer je op het slagveld de vele vijandelijke regimenten van paarden op je af ziet komen? Bommen er op! Artillerie is in de tijdsperiode van het spel nog in opkomst, dus verwacht geen Hades raketten maar good ol' fashion kanonnen. Groot Brittannië presenteert ten eerste de Howitzer, een kanon met een nog vrij beperkte impact. De meeste kanonnen dienen voor gebruik eerst te worden uitgestald op het slagveld, vergelijkbaar met de Trebuchets uit Age of Empires II. Goed beschermen is de boodschap, want tegen close combat units kennen ze geen verweer. De grootste troef bij de Howitzer ligt in zijn vermogen tot het verwoeste van gebouwen. Ideaal voor het opruimen van vijandelijke schutters die zich verschanst hebben. Voor het opschonen van infanterie zijn de Engelse 6 Pound Cannons (en later de 12 Pound) meer geschikt. Deze zijn specifiek gericht op het toebrengen aan schade aan vijandelijk voetvolk. Als kers op de taart zijn er voor het werk wat tóch dichterbij moet de Congreve Rockets. Deze zijn ontwikkeld voor gevechten op korte afstand.