Free to Play volgt drie spelers op de voet in hun poging de prestigieuze DotA-competitie op Gamescom 2011 te winnen: HyHy (Lim Han Yong) uit Singapore, Fear (Clinton Loomis) uit de VS en Dendi (Danylo Ishutin) uit Oekraïne. De hoofdprijs is niet mals: één miljoen dollar, tot dan toe de hoogste in de eSports-geschiedenis. Als bekend in DotA zijn de Chinese teams goed vertegenwoordigd; met name eHome staat te boek als een strategisch sterk team. De documentaire besteedt relatief veel aandacht aan het team, vooral om te benadrukken hoe populair en groot eSport in China is. Teamleden hebben er de status van idolen.

China tegen de rest (?)

Hier is tevens een van de grootste kritiekpunten gelegen. Free to Play presenteert een China tegen de rest van de wereld en doet dat aan de hand van stereotyperingen. De Chinese teams zouden gedisciplineerd zijn, tig uur per dag spelen en er een zeker chauvinisme op nahouden. HyHy, Fear en Dendi krijgen daarentegen een persona, eentje die hen dusdanig polijst dat ze eenvoudig in categorieën op te delen zijn. Fear is de oudgediende die worstelt met het vertrek van zijn vader. HyHy’s schoolresultaten lijden onder DotA; zijn ouders zien hem graag zijn universiteit afmaken. Bovendien is hij nog steeds niet over de stukgelopen relatie met zijn vriendin heen. En Dendi is de voormalig pianospeler met een financieel moeilijke achtergrond die tijdens wedstrijden alles durft in te zetten, wat hem geweldige overwinningen alsook knullige nederlagen brengt. Dergelijke stereotyperingen zijn vrij gebruikelijk binnen commerciële documentaires, maar daarom niet minder gekunsteld.

Hoewel hun teams uit verschillende landen afkomstig zijn, vormen zij in de documentaire dus één blok tegen de Chinese teams. Elke wedstrijd wordt ook op deze manier in beeld gebracht (uiteraard vol dramatiek, onmogelijke wendingen en bij elkaar ge-edit commentaar) en partijen tegen bijvoorbeeld een Russisch team krijgen nauwelijks aandacht. Dit is zonde, want qua productiewaarde doet Free to Play: The Movie nauwelijks onder voor betaalde documentaires, waarvan Indie Game: The Movie wellicht het meest relevante referentiekader biedt. Vooral het tempo en ritme van de film zijn sterk. De weg naar het kampioenschap, de wedstrijden zelf en de achtergronden van de spelers krijgen zo steeds meer betekenis en benadrukken vooral hoe veelomvattend eSport eigenlijk is. Trainingsschema’s, teamwork, tactiek, set-up, logistiek, management, taal, leeftijd; na het zien van de film zijn deze variabelen nog maar half te bevatten.

Commercieel, maar de moeite waard

Bovendien is de film een uitstekende introductie in DotA en eSport in het algemeen. Gaandeweg wordt duidelijk waar de game om draait, welke vaardigheden benodigd zijn en waarom het zo’n succes is. Dat laatste is uiteraard aangedikt; het blijft een documentaire geproduceerd door Valve. De uitspraak dat eSport over een paar jaar groter is dan voetbal en basketbal is vooralsnog vooral goede promotie. Van inhoudelijke kritiek is ook nauwelijks sprake. Enkel de moeilijke financiële situatie waarin veel spelers zich bevinden komt aan het licht, met de vanzelfsprekende kanttekening dat eSport ook op dit vlak steeds aantrekkelijker wordt. Dat is ook de toon waarmee de documentaire afsluit: competitief gamen staat een rooskleurige toekomst te wachten. En daar zal deze film, die vooralsnog vooral positieve kritieken krijgt, zeker een steentje aan bijdragen.

Free to Play: The Movie is te bekijken via YouTube, Steam en iTunes.