De PlayStation Vita kende een goed begin met een sterke line-up bij de lancering, exact één jaar geleden. Uncharted: Golden Abyss en WipEout 2048 waren games die eigenlijk niet op je boodschappenlijst mochten ontbreken, maar ook titels als Lumines: Electronic Symphony, Everybody’s Golf en FIFA Football zorgden ervoor dat er vanaf dag één voor ieder wat wils te vinden was. En wie door de toch redelijk hoge aanschafprijs van het ding (€250 voor een wifi-model, €300 voor eentje met 3G-module) al gelijk de bodem van zijn of haar spaarpot zag, kon voor een paar euro interessante titels als MotorStorm RC en Super Stardust Delta in de PlayStation Store aanschaffen. Vlak na de lancering verscheen bovendien Unit 13, dat ook bij menigeen in de smaak viel. Een goed begin is het halve werk!

Later in het jaar werd de bibliotheek van de Vita onder andere aangevuld met het even bijzondere als verrassend goede Gravity Rush, terwijl LittleBigPlanet Vita meer op safe speelde met een bestaande, maar eveneens zeer succesvolle formule. Gelukkig zijn dit terugkijkend niet de enige games die ons zijn bijgebleven. Ook Street Fighter X Tekken, Need for Speed: Most Wanted, PlayStation All-Stars Battle Royale en de downloadbare game Sound Shapes konden rekenen op over het algemeen positieve recensies. Prima games, lekker verspreid door het jaar heen, dus waar komt dan precies die kritiek op de Vita vandaan?

Laatstgenoemde games geven eigenlijk al het antwoord op deze vraag, omdat ze zo illustrerend zijn voor de situatie waarin de Vita zich bevindt. Het apparaat heeft absoluut de potentie om goede games neer te zetten, zoveel is duidelijk. Maar het ontbreekt de Vita aan een eigen identiteit, iets waarmee het zichzelf prominent neerzet in de markt. Street Fighter, Need for Speed, PlayStation All-Stars en Sound Shapes zijn namelijk allemaal ook in (vrijwel) precies dezelfde vorm te spelen op de PlayStation 3, waardoor de Vita ineens een hoop aantrekkingskracht inlevert. Knap hoor, dat de Vita dit soort games kan draaien, maar voor ongeveer hetzelfde geld speel je zo’n game dus op je grote HDTV. Dan legt die krachtige handheld het qua ervaring tóch behoorlijk af. Dit soort games zijn dus leuk voor in de breedte, maar wat de Vita nodig heeft zijn games die voor diepte in de gamebibliotheek zorgen.

Grote namen, grote tegenvallers

Een handvol games die die diepte hadden kunnen verzorgen, sloegen de plank helaas faliekant mis. Resistance: Burning Skies en Call of Duty: Black Ops Declassified konden van de Vita – immers de eerste handheld met twee analoge sticks – een waar shooterparadijs maken. Jammer genoeg zijn beide spellen ontwikkeld door het volstrekt talentloze Nihilistic Games en waar Resistance gewoon matig was, bleek Call of Duty een van de grootste wanproducten van de afgelopen jaren. Assassin’s Creed III: Liberation deed het een stuk beter en was erg vermakelijk, maar kon mede dankzij slechte minigames waarin de touchscreen en camera gebruikt werden bij lange na niet tippen aan zijn consolebroeders. Op deze manier stelden dus drie exclusives met namen die hoge verwachtingen schepten op verschillende manieren teleur. Dat neemt nogal een hap uit de bibliotheek aan interessante exclusieve Vita-spellen.

Zware concurrentie

Jammer dat deze games met hun veelbelovende namen zo tegenvielen, want juist een handvol consolewaardige titels kan de Vita een wapen tegen de concurrentie geven. De handheldmarkt is namelijk geen makkelijke markt om op door te breken, onder andere doordat de gemiddelde smartphone tegenwoordig al hele redelijke games kan draaien. Zelfs de grootste Apple-fans moeten toch echter toegeven dat als het gaat om snelle racegames, actievolle shooters of uitgebreide avonturenspellen de twee analoge sticks van de PlayStation Vita vele malen geschikter zijn dan een touchscreen. Een game als Call of Duty had de potentie van de Vita perfect kunnen demonstreren aan een breed publiek, maar zoals inmiddels wel duidelijk gemaakt liep dat net even anders.

Behalve smartphones heeft de Vita nog een grote en meer directe concurrent: de Nintendo 3DS. Nintendo’s nieuwste handheld had toen ‘ ie bijna twee jaar geleden uitkwam vergelijkbare aanloopproblemen. Het apparaat was door het schrale gamesaanbod in het begin zijn hoge aanschafprijs niet waard. Nintendo gooide de prijs echter fors omlaag en lanceerde bovendien enkele topgames als Mario Kart 7 en Super Mario 3D Land. Het kán dus nog steeds, een handheld succesvol neerzetten.

Een goed begin is het halve werk, maar dat halve werk is vooralsnog dan ook het enige dat de Vita biedt. De klus moet nu geklaard worden. Sony lijkt echter goed gekeken te hebben naar Nintendo. De prijs van de Vita gaat deze maand in ieder geval in Japan omlaag, maar daarnaast heeft het apparaat natuurlijk nog steeds een eigen aantrekkingskracht nodig. De releasekalender van de Vita is alles behalve gevuld, maar we kijken hoopvol uit naar Tearaway en Killzone: Mercenary. Als deze twee games hun potentie waar maken, zal ‘The World’ nog altijd niet helemaal ‘in Play’ zijn, maar hopelijk kunnen ze de Vita in ieder geval nog in leven houden.