Ach, wij arme fanatici! Vol goede moed telden we 250 euro neer voor de Nintendo 3DS, bijna het dubbele van de huidige adviesprijs. Toegegeven, we kregen er uiteindelijk NES-klassiekers (en binnenkort nog een paar GBA-spellen) voor terug, maar dat was het dan. Er viel echter nog wel mee te leven. Onze grootste klacht was vooral het gebrek aan sterke releases. Met de komst van Mario Kart 7, Shinobi 3DS en Super Mario 3D Land is de line-up op dit moment nog best aardig, maar tot voor kort bleef het beperkt tot wat veredelde techdemo’s en remakes.

Remake

Juist zo’n remake bleef mij dit jaar achtervolgen: The Legend of Zelda: Ocarina of Time 3D. Ik moet er wel gelijk bij vertellen dat ik sinds augustus in Zuid-Korea woon. Dat betekent dat ik buiten een voetbalspel in een obscuur gamecafé weinig console-titels heb kunnen spelen en de PC vooral als speelveld voor StarCraft II en Warcraft III diende. Ik heb de afgelopen maanden ook enorm veel gereisd en om die snurkende Koreanen om mij heen te vergeten, nam ik m’n 3DS bijna overal mee naartoe.

Alleen, waarom dan juist een remake? Ik heb Ocarina of Time al dertien jaar in mijn bezit en heb zelfs de twee Gamecube-edities nog ergens liggen. Dit niet vanwege de technische verbeteringen of 3D-functionaliteit, maar door de Master Quest, oftewel de moeilijkere variant van het origineel. Ik had mij hier nog nooit aan gewaagd en plots kon ik Ocarina of Time niet langer op de automatische piloot doorlopen. Kerkers zijn omgedraaid, puzzels uitgebreid en vijanden kolossaler. Dark Souls-achtige taferelen kom je niet tegen, maar je komt geheid vast te zitten.

Het mooie van de Master Quest is vooral dat er niks verloren gaat van het doordachte design. Puzzels zitten enorm vernuftig in elkaar: oplossingen lijken afwezig, maar blijken vaak enorm simpel. Je wisselt tussen twee tijdsspanne, hebt talloze hulpmiddelen en loopt ook vaak genoeg ‘gewone’ puzzels tegen het lijf. Gevechten vereisen tactiek, inzicht en snelle duimen. Wanneer je het nieuwe, suffe hintsysteem laat voor wat het is, brengt je eigen creativiteit en behendigheid je elke speelsessie weer een stapje dichterbij het eindgevecht met Ganondorf.

Watertempel

Wat zeg ik, Ocarina of Time is een van de weinige spellen waar je ook over nadenkt als je die twee schermen weer op elkaar gedrukt hebt. Het bekendste voorbeeld is natuurlijk de waterkerker. In eerste instantie heb je werkelijk geen flauw idee wat je moet doen. Je zomaar van kamer naar kamer meppen heeft dan geen zin. Je zult echt even de kerker moeten analyseren en kijken wat de mogelijkheden zijn.

In mijn geval helpt dit vaak niet onmiddellijk. Ik kloot wat aan met m’n pijl en boog, trek aan wat hendels en gooi een bommetje of drie, maar niets helpt mij echt verder. Op zo’n moment houd ik het voor gezien. Niet eens zozeer omdat ik mij irriteer, meer omdat ik dan op het vliegveld ben aangekomen of moet overstappen naar een andere metrolijn.

Hier ligt voor mij de crux. Met handheldgames heb ik het vaak al gauw gehad. Een (RPG-)uitzondering daargelaten, doen ze zich ofwel voor als het fastfood van de game-industrie of komen ze over als een inferieure ervaring van een console- of PC-titel. Maar wat ze ook proberen, na een half uurtje ben ik ze wel weer zat en pak ik er uit ellende m’n E-reader bij.

Ook zonder 3DS

Ocarina of Time grijpt mij en laat mij niet meer los, met name op de momenten dat ik niet meer verder kom. Wanneer ik van metro naar metro loop, heb ik niet eens door dat ik me in een belachelijke mensenmassa begeef. In gedachten draag ik nog steeds die groene maillot en muts. Ik loop alle mogelijkheden na en kom met een beetje geluk tot een paar mogelijke oplossingen. Tegen die tijd heb ik m’n bestemming vaak bereikt. M’n (gevoelsmatig) creatieve ideeën kan ik dan tijdens een volgende reis op de pijnbank leggen, wanneer het spel me dan vaak ook nog eens met intense en uitdagende gevechten confronteert.

Dankzij Ocarina of Time was de reis van Seoul naar Tokyo voor mijn gevoel nog veel korter dan dat-ie daadwerkelijk is, ondanks dat ik de helft van de tijd met een lege accu zat. Precies dit legt voor mij de kracht van een avonturenspel bloot. Het avontuur an sich haalt de dertig uur met gemak, maar het plezier zit ‘m voor een deel ook in de tijd dat je niet speelt. Het is alsof je de televisieserie Lost volgt. Tijdens het kijken (van de eerste twee seizoenen, althans) geniet je van elke mysterieuze gebeurtenis, maar ook tussen de afleveringen door houdt de serie je in z’n greep. Je speculeert over mogelijke theorieën en probeert op eigen houtje de eindjes aan elkaar te knopen.

Ocarina of Time heeft mij dit jaar door heel veel saaie reismomenten geloodst en laat me verlangen naar m’n terugkomst in Nederland. Dan kan ik namelijk rondvliegen op een rood wezen in Skyward Sword en ontdekken of dit deel die kenmerkende Zelda-magie kan overbrengen. Tot die tijd werp ik me nog een paar keer op de Master Quest, die ik nog steeds niet heb uitgespeeld. Maar Ganondorf moet wel langzaam vrezen voor zijn imperium: ik hoef nog maar één tempel te doorlopen.